07 mei 2026
Schriftelijke vragen over handhaven bij verstoring van beschermde dieren in Renswoude
Bij controle door de Omgevingsdienst Utrecht (ODU) lijken beschermde diersoorten te zijn aangetroffen in het werkgebied van bouwproject Beekweide II. De werkzaamheden lijken deels te zijn stilgelegd omdat betrokken partijen geen vergunning hadden voor het verstoren van de aanwezige beschermde diersoorten.
Uit de berichtgeving (zoals bij RTV Utrecht[1]) komt het beeld naar voren dat er versneld gewerkt wordt aan het verlenen van de benodigde vergunningen. Vanwege het belang van de beschermde dieren en een rechtvaardige werkwijze heeft de fractie van de Partij voor de Dieren onderstaande vragen;
1) Kunt u de Provinciale Staten informeren over de stand van zaken ten aanzien de casus Beekweide II? Specifiek op de onderstaande punten:
a) Klopt het dat in eerste instantie de gehele bouw was stilgelegd maar er daarna toch werkzaamheden zijn toegestaan? Kunt u aangeven om welke werkzaamheden dat ging en op welke grondslag die wel zijn toegestaan?
b) Klopt het dat steenuil, kerkuil, haas en konijn zijn aangetroffen? Kunt u het ODU-verslag en het inmiddels gedane ecologisch onderzoek delen? Zijn er (fauna)onderzoeken of waarnemingen van vóór aanvang van de bouw (of bouwvoorbereiding)? Zo ja, welke en kunt u die delen?
c) Kunt u aangeven wat de laatste stand van zaken is ten aanzien van de vergunningsaanvragen?
2) Kunt u uitsluiten dat het leefgebied en de staat van instandhouding van de aangetroffen beschermde diersoorten al is verslechterd?
3) Deelt u de positie van wethouder Eskes dat ‘de vergunningen door de provincie nu versneld in orde gemaakt worden en de beschermde dieren daarna uit het gebied worden gehaald’? Zo ja, hoe verhoudt zich dat tot de wettelijke plicht waarvoor de provincie het bevoegd gezag is om het leefgebied en de staat van instandhouding van deze diersoorten te beschermen?
4) Kunt u aangeven waarom de provincie dit project versneld lijkt te hebben opgepakt? Klopt het dat hierdoor vertraging kan ontstaan voor partijen die wél netjes de juiste procedure doorlopen?
5) Deelt u de mening dat – met deze werkwijze – partijen die zich niet aan de regels houden bevoordeeld worden (met een plek bovenop de stapel)? Deelt u de mening dat dit onwenselijk is en het de verantwoordelijkheid van ontwikkelaars en gemeente is om tijdig een aanvraag te doen om te beschikken over een geldige vergunning?
6) Kunt u aangeven hoe deze werkwijze zich verhoudt tot de ‘Handleiding aanvraag ontheffing soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen’[2] waarin staat dat een spoedprocedure alleen kan bij “acuut gevaar voor mens, plant of dier”? Is naar uw oordeel sprake van een dergelijk acuut gevaar?
7) Kunt u aangeven of het op dit moment nog mogelijk is een waarheidsgetrouwe inschatting te maken van welke (beschermde) diersoorten hier hun leefgebied hadden nu de bouwwerkzaamheden al volop in gang zijn gezet?
8) Kunt u aangeven waarom de ODU pas in actie kwam na een melding? Hoe zorgt u dat de ODU in het vervolg scherp heeft welke bouwprojecten in uitvoering gaan en of ze de benodigde vergunningen hebben? Kan de ODU daarbij nog extra prioriteit geven aan het toezicht op ontwikkelingen die – zoals hier – direct grenzen aan NatuurNetwerkNederland gebied?
9) Kunt u deze vragen beantwoorden voordat vergunningen/ontheffingen worden afgegeven voor Beekweide II?
Sebastiaan van Pruissen
Olivia Butterman
Partij voor de Dieren