08 jul. 2026
Motie van treurnis afschot wolf
Provinciale Staten van Utrecht vergaderen op 8 juli 2026 en bespreken het Interpellatiedebat ‘transparantie en verantwoording over overtreding afschot wolf Bram (GW3237m).
Provinciale Staten spreekt haar treurnis uit over:
Het handelen van het College, de vergunninghouders en de toezichthouders bij de uitvoering van de afschotvergunning van wolf GW 3237m (Bram) waarbij de voorschriften zijn overtreden, er niet is gehandhaafd en de provincie heeft nagelaten hier sancties aan te verbinden;
‘De grootst mogelijke waardering’ die het College, ook naar doorvragen, blijft uitspreken voor iedereen die betrokken was bij de vergunningverlening en uitvoering, ondanks dat daarin een overtreding is begaan;
Onvoldoende reflectie van het College op de ernst van deze overtreding en de verantwoordelijkheden van de provincie als bevoegd gezag.
Aanleiding:
Op 8 juli 2026 is een interpellatiedebat gevoerd over transparantie en verantwoording over de overtreding bij het afschot van wolf Bram (GW3237). Uit documenten die via een Woo-verzoek openbaar zijn geworden, blijkt namelijk dat de vergunningsvoorschriften voor het afschot van wolf Bram (GW3237m) bewust zijn overtreden.1 De uitvoerders hadden rond 17:30 huiswaarts moeten keren maar doodden wolf Bram op 1 december 2025 om 23.10u, ruim 5,5 uur later dan volgens de vergunning was toegestaan.
Argumenten:
De overtreding van de vergunningsvoorschriften en het uitblijven van een correctie daarop door handhaving werpen serieuze vragen op over het handelen van de Provincie in haar rol als opdrachtgever en vergunningverlener. Vergunningsvoorschriften zijn niet vrijblijvend, maar wettelijk bindend, en moeten dus strikt worden nageleefd. In het geval van het doden van een wolf, nota bene een beschermde diersoort waar veel maatschappelijke controverse over bestaat, dient het vergunningstraject uiterst zorgvuldig en correct te verlopen;
De toezichthouder concludeerde in het controlerapport dat dit een overtreding is van voorschrift m uit de vergunning en daarmee een overtreding van artikel 5.5. eerste lid onder g uit de Omgevingswet. Maar de toezichthouder besloot desondanks niet over te gaan tot handhaving. De Provincie heeft hier geen gevolgen aan verbonden en de Provinciale Staten niet actief geïnformeerd over de overtreding;
Wanneer de uitvoerder voorschriften overtreedt, moet daar streng op worden gehandhaafd. Gebeurt dit niet, dan is het aan de provincie daar als bevoegd gezag op toe te zien. In dit geval hebben de uitvoerders geen verzoek ingediend om de vergunningsvoorwaarden aan te passen, maar is er bewust voor gekozen om de wolf buiten de vergunning af te schieten. Vervolgens heeft de toezichthouder besloten af te zien van handhaving, waarna ook de provincie heeft nagelaten op te treden tegen de overtreding;
Daarmee wordt een gevaarlijk precedent geschapen voor het overtreden van wet- en regelgeving: namelijk de boodschap dat vergunninghouders en uitvoerders naar eigen inzicht vergunningen mogen interpreteren en implementeren. Dit schaadt niet alleen het politieke en maatschappelijke vertrouwen in het bestuur, maar ondermijnt ook de wettelijke bevoegdheden van de provincie om nu en in de toekomst toe te zien op de bescherming van bedreigde flora en fauna;
Ook zijn Provinciale Staten niet actief geïnformeerd over de overtreding van de vergunningsvoorschriften, terwijl het College meermaals heeft toegezegd de Staten te informeren over relevante ontwikkelingen en het gevoerde beleid rondom de wolf. Het gaat om een politiek zeer gevoelig dossier waarover grote maatschappelijke controverse bestaat. Dat de overtreding pas naar aanleiding van een Woo-verzoek aan het licht is gekomen, staat haaks op het informatierecht van de Provinciale Staten.
Beoogd effect:
Herstel en verbetering van het proces beginnen met erkenning. Middels deze motie spreekt Provinciale Staten uit dat de gang van zaken worden betreurd en verbetering behoeft.
Indiener(s)
Jesseka Batteau, Partij voor de Dieren
Sjors Nagtetaal, UtrechtNu!
Jan Breur, SP
Status
Ingediend