08 juli 2026
Partij voor de Dieren eist opheldering over overtreding bij afschot wolf Bram en dient motie van treurnis in
De Partij voor de Dieren heeft vandaag tijdens een vurig interpellatiedebat het college van Gedeputeerde Staten ter verantwoording geroepen over de overtreding van de vergunningsvoorwaarden bij het afschot van wolf Bram (GW3237m). Samen met de ChristenUnie en de SP vroeg de fractie om volledige openheid over de gang van zaken. Na afloop diende de Partij voor de Dieren, samen met UtrechtNu! en de SP, een motie van treurnis in. Die kreeg uiteindelijk alleen steun van de ChristenUnie en haalde het daardoor niet.
Een interpellatiedebat is een zwaar instrument dat alleen wordt ingezet wanneer Provinciale Staten vinden dat het college zich moet verantwoorden over het gevoerde bestuur. De Partij voor de Dieren vond dat in deze zaak onvermijdelijk.
Uit documenten die via een Woo-verzoek openbaar zijn geworden, blijkt dat wolf Bram op 1 december 2025 om 23.10 uur is doodgeschoten, ruim vijf en een half uur later dan volgens de vergunning was toegestaan. De uitvoerders hadden volgens de vergunning rond 17.30 uur hun werkzaamheden moeten beëindigen. De provinciale toezichthouder concludeerde dat hiermee een vergunningsvoorschrift én de Omgevingswet zijn overtreden. Toch volgde geen handhaving, werden geen sancties opgelegd en zijn Provinciale Staten niet actief over de overtreding geïnformeerd.
Volgens de Partij voor de Dieren raakt deze gang van zaken aan de kern van de rechtsstaat. Vergunningsvoorwaarden zijn wettelijk bindend en mogen niet naar eigen inzicht worden opgerekt, zeker niet wanneer het gaat om het doden van een beschermde diersoort. Als de provincie overtredingen van haar eigen vergunningen niet handhaaft, ondermijnt dat het vertrouwen in toezicht, handhaving en de bescherming van natuur.
Tijdens het debat vroeg de Partij voor de Dieren het college onder meer om volledige openheid over de uitvoering van de afschotvergunning, duidelijkheid over de mogelijkheden om alsnog handhavend op te treden en een reflectie op de rol van de provincie als opdrachtgever, vergunningverlener en toezichthouder.
Omdat het college tijdens het debat bleef vasthouden aan “de grootst mogelijke waardering” voor iedereen die betrokken was bij de vergunningverlening en uitvoering, ondanks de vastgestelde overtreding, diende de Partij voor de Dieren samen met UtrechtNu! en de SP een motie van treurnis in. De ChristenUnie sprak eveneens haar steun uit voor de motie.
In de motie spreekt de Staten haar treurnis uit over het overtreden van de vergunningsvoorschriften, het uitblijven van handhaving en sancties, de houding van het college tijdens het debat en het gebrek aan bestuurlijke reflectie op de eigen verantwoordelijkheid als bevoegd gezag.
Statenlid Jesseka Batteau:
“Juist de overheid moet het goede voorbeeld geven. Vergunningsvoorschriften zijn geen vrijblijvende adviezen, maar wettelijk bindende regels. Als de provincie overtredingen van haar eigen vergunningen laat passeren, ondermijnt zij het vertrouwen in toezicht, handhaving én de bescherming van onze natuur. Niemand mag boven de wet staan, ook de provincie zelf niet.”
De motie van treurnis kreeg uiteindelijk steun van UtrechtNu!, de SP en de ChristenUnie, maar haalde geen meerderheid. De Partij voor de Dieren blijft zich inzetten voor volledige transparantie, zorgvuldig bestuur en een provincie die haar verantwoordelijkheid neemt bij de bescherming van kwetsbare natuur en beschermde diersoorten.
Zie ook: RTV Utrecht: Gedeputeerde overleeft motie van treurnis om neerschieten probleemwolf