Vraag

30 mrt. 2026

Schriftelijke vragen Varkenshouderij Cattenbroek: vragen over mogelijk illegaal gehouden varkens buiten de natuurvergunning

De volgende schriftelijke vragen hebben (met name) betrekking op signalen dat op een bedrijfsmatige houderij aan de Cattenbroekerdijk mogelijk meer dieren worden gehouden dan is toegestaan, en op de vraag in hoeverre dit bij de provincie Utrecht bekend is.

1. Heeft de provincie inzicht in de toegekende milieu- en natuurvergunningen in Montfoort (inclusief Linschoten)?

2. Wanneer wordt de vergunning voor een uitbreiding van de Cattenbroekerdijk 34 definitief geweigerd? De uitbreiding van 6000 naar 13.000 na de brand was al illegaal en de aangevraagde verruiming naar 18.000 kan al helemaal niet zoals ook blijkt uit de ontwerpweigering d.d. 14 augustus 2025.

3. Hoeveel varkens staan er nu op de Cattenbroekerdijk 34? Wanneer heeft de laatste controle plaatsgevonden? En hoe vaak is er de afgelopen tien jaar gecontroleerd op naleving van de vergunde dieraantallen op Cattenbroekerdijk 34?

4. Er mogen op de Cattenbroekerdijk 34 slechts 6000 varkens staan en bekend is dat er al jaren meer dan 13.000 varkens staan; hoe kan dit? Hoe wordt voorkomen dat er illegaal wordt opgeschroefd naar 18.000? De stal is immers op eigen risico gebouwd. Wat is er bekend uit controles van RUD en ODRU en gaat de Omgevingsdienst bij de constatering dat er meer dieren worden gehouden dan is toegestaan, hierop handhaven? 

5. De veehouderijen aan Cattenbroekerdijk worden steeds intensiever. Veehouderijen breiden uit (niet alleen varkens maar ook melkvee en geiten, er komt een landbouwbrug). Stelt de provincie grenzen aan de dieraantallen per bedrijf? Is er (voor dit gebied) een gebiedsvisie die ook rekening houdt met verkeersveiligheid, het groene hart, kleinschaligheid, weidevogels, recreatie (fietsknooppunt), ruimte voor extensief (ipv intensief) boeren e.t.c.?

6. Recent is een aanvraag voor een geitenhouderij ingediend voor de Cattenbroekerdijk 22, die een deel van zijn rechten heeft verkocht. Echter, er geldt sinds 2018 een moratorium op uitbreidingen en nieuwvestigingen van geitenhouderijen in onze provincie. Ook heeft de Gezondheidsraad onlangs eerdere onderzoeken van het RIVM onderschreven die wijzen op aanzienlijke gezondheidsrisico’s voor omwonenden van geitenhouderijen. Hoe kan het dat er dan toch aanvraag wordt ingediend voor een geitenhouderij?

Is de provincie op de hoogte van de aanvraag bij Montfoort en vindt er afstemming met het college plaats?

7. Is bekend hoeveel inwoners risico lopen bij de mogelijke vestiging van deze geitenhouderij, i.e. hoeveel woningen staan binnen een straal van 0,5 - 1 km waarbij deze huishoudens een verhoogd risico (tussen 19% en 73%) lopen op longontstekingen en andere luchtweginfecties?

8. De provincie heeft geen beleid om de gezondheid van omwonenden te beschermen tegen endotoxinen (ziekteverwekkers die hechten aan fijnstof en zo in de woonomgeving komen) en zoönosen. Gezondheid is sinds de Omgevingswet een belangrijk aspect voor beleid. Wordt dit door de provincie opgepakt, zoals in Brabant, waar wel beleid is en rekenmethodes worden gebruikt voor endotoxinen? 

9. Bestaat er een provinciaal geurbeleid om omwonenden te beschermen in de buurt van veehouderijen?

10. Kan de GS ons inzicht geven in de aantallen dieren in onze provincie sinds 2019? Is er in de afgelopen drie jaar sprake geweest van een stijging of daling van het totaal aantal gehouden dieren, of zijn de aantallen gelijk gebleven? Bij een stijging, kan dit verklaard worden?

11. Wat kan de provincie en/of de gemeente ondernemen wanneer wordt aangetoond dat er op een locatie op illegale wijze te veel dieren worden gehouden? Zijn er voorbeelden uit het (recente) verleden waar de provincie Utrecht dergelijke acties heeft ondernomen (of overwogen)? Welke overwegingen worden hierbij meegenomen?

12. In hoeverre kan het structureel overschrijden van vergunde dieraantallen, zoals bij Cattenbroekerdijk 34, gevolgen hebben voor de milieuruimte en daarmee de ontwikkelmogelijkheden van omliggende agrarische bedrijven? Kan GS dit toelichten met concrete voorbeelden?

13.  In de beantwoording van de technische vragen wordt aangegeven dat dierenaantallen worden afgeleid uit de data die worden aangeleverd door de RVO, aantallen die door dierhouders zelf worden opgegeven. Hoe wordt gecontroleerd of vastgesteld of deze aantallen in overeenstemming zijn met daadwerkelijke aantallen, en (hoe vaak) komt het voor dat gehouden dieren die buiten de vergunning vallen niet worden opgegeven? Zijn hier voorbeelden van bekend? Wat zijn daarvan de implicaties voor de berekening van de emissies in onze provincie? 

 

Indiener
             

Jesseka Batteau                      

Partij voor de Dieren