30 mei 2025
Schriftelijke vragen Voorbereiding afschotvergunning wolf Bram door provincie Utrecht
In het Memorandum “Vervolgstappen naar aanleiding van incident met wolf Landgoed Den Treek – Henschoten” (dd 28 mei 2025) wordt nader ingegaan op de maatregelen die genomen gaan worden na uitkomsten van de analyse van DNA die is afgenomen bij de vrouw die verwondingen opliep door de beet van vermoedelijk een wolf. Daarover stellen we de volgende vragen aan de gedeputeerde:
1. Uit spoedanalyse blijkt dat het DNA afkomstig is van wolf GW3237m, in de volksmond Bram geheten. Er staat in het memo dat DNA is afgenomen van wond en kleding. Echter, uit publieke berichten op LinkedIn tussen betrokkenen (de man die de gewonde vrouw bijstond, en zijn vrouw, die basisarts is), blijkt dat DNA-samples mogelijk zijn vervuild door medische behandeling. Zie bijlagen.
a. Welk laboratorium heeft de DNA-analyse uitgevoerd? Heeft dit laboratorium de vereiste certificaten/accreditaties om de analyse uit te voeren? Onder welke normen vallen deze (ISO, bijvoorbeeld), zijn de certificaten en accreditaties up-to-date en is daar een rapport van op te vragen?
Antwoord: De DNA-analyse is uitgevoerd door het Belgisch Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO). Het INBO gebruikt specifieke openbare protocollen voor het gebruik van instrumenten, voor veldwerk, analyses, onderzoek, etc. Dit staat hier uitgelegd: https://protocols.inbo.be/nederlandstalige-richtlijnen.html. Deze protocollen worden regelmatig bijgewerkt. De methodologie die men gebruikt voor identificaties van wolven is gekalibreerd met de andere laboratoria van het CEwolf consortium, waarvan WENR 2 van 6 ook deel uitmaakt. Dit garandeert een uitwisselbaarheid van gegevens en zorgt ervoor dat dezelfde kwaliteit geleverd wordt. Zie https://www.senckenberg.de/en/institutes/senckenbergresearch-institute-natural-history-museum-frankfurt/division-river-ecology-andconservation/cewolf-consortium/
b. Kan exact worden omschreven welke DNA-samples voor spoedanalyse aan het laboratorium in kwestie zijn voorgelegd: betreffen dat monsters uit de wond, van de kleding, of beide? Welke zijn uiteindelijk daadwerkelijk onderzocht?
Antwoord: Er zijn 3 swaps aangeleverd uit de wond en van de short. Alle drie de swaps zijn onderzocht, evenals onderzoek op 7 stalen van de stof van de short genomen op de plekken van een punctie/beschadiging van de stof.
c. Uit hoeveel van de monsters blijkt dat het om wolfGW3237m gaat? Met hoeveel procent zekerheid is dit vastgesteld?
Antwoord: Er bleek een goede detectie van DNA op drie stalen van de short. De Copy Number Variation (CNV)-waarde van de drie goede DNA-stalen lag rond de 2.0.. Het beschikbare DNA was van zodanige kwantiteit en kwaliteit dat er een volledig genotype was vast te stellen, het genotype van wolf GW3237m.
d. Hoe is met zekerheid vastgesteld dat het slachtoffer is gebeten door een wolf en niet door een hond, indien het DNA-bewijs beperkt, vervuild of afwezig is?
Antwoord: Zie het antwoord op vraag 1c..
e. Kan de identiteit van de wolf in kwestie met 100% zekerheid worden vastgesteld als het DNA-bewijs mogelijk is beperkt, vervuild of afwezig is?
Antwoord: Zie het antwoord op de vragen 1 a. en 1 c..
2. Kan een precieze reconstructie gegeven worden van het incident?
a. Wie was wanneer op locatie na de melding, welke instanties waren betrokken, wie nam het DNA af, en welke instantie heeft proces-verbaal opgemaakt?
Antwoord: Ter plaatse waren de Buitengewoon Opsporingsambtenaar (BOA) van Den Treek, een politieambtenaar, twee medewerkers piketdienst Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) en de terreincoördinator van de Zoogdiervereniging. Het rapport van bevindingen is opgesteld door de RUD. De swaps zijn afgenomen door de terreincoördinator.
b. Zijn er bodycam- of meldkamergegevens beschikbaar die inzicht geven in het eerste contact?
Antwoord: Nee, die zijn niet beschikbaar.
c. Zijn er sporen van aanwezigheid van een wolf aangetroffen op of rond de locatie van het incident, zoals pootafdrukken, haren of andere forensische sporen? Zo nee, op basis waarvan is dan de fysieke aanwezigheid vastgesteld?
Antwoord: Ja, er was de beschikbaarheid over forensische sporen op de short. Op basis van de DNA analyse is met zekerheid vastgesteld dat het om een wolf ging. De beschikbare monsters waren van dusdanige kwantiteit en kwaliteit dat ook het genotype kon worden vastgesteld.
d. In sommige mediaberichten wordt gesproken over een hardloopster en in andere berichten over een wandelaar. Kan hier uitsluitsel over gegeven worden?
Antwoord: Op het moment van het incident was er sprake van wandelen.
3. Zijn er na het incident op 19 mei 2025 foto’s gemaakt van de verwondingen van het slachtoffer, en zijn deze beelden ter beoordeling voorgelegd aan een onafhankelijke deskundige op het gebied van bijtincidenten (zoals een forensisch dierenarts of gedragsbioloog)? Zo ja, kunnen de conclusies met PS gedeeld worden? Zo nee, waarom niet en gaat dit alsnog gebeuren bij de onderbouwing van het vergunningsbesluit?
Antwoord: Ja, er zijn foto’s gemaakt na het incident op 19 mei 2025. Deze zijn beoordeeld door deskundigen. De bevindingen van de deskundigen maken inderdaad onderdeel uit van de onderbouwing van de vergunningsaanvraag. De vergunning wordt door Gedeputeerde Staten verleend en indien nodig door de rechter getoetst. U wordt hierover per memo geïnformeerd. Wij zien het niet als onze verantwoordelijkheid de foto’s met u te delen.
4. De zoogdierenvereniging is gevraagd onderzoek te doen naar het incident en de bevindingen van de RUD en de getuigenverslagen daarin mee te nemen. Is het onderzoek afgerond? Zo ja, wanneer is het gedeeld met GS en op welke wijze is of wordt dit meegewogen in het besluitvormingsproces? Kan het onderzoek gedeeld worden met PS? Betreft dit onderzoek een deskundigheidsbeoordeling van de interactie mens-wolf of wordt dit door een andere instantie of ecoloog uitgevoerd? Zo ja, welke?
Antwoord: De Zoogdiervereniging heeft haar onderzoek afgerond. De rapportage is niet gedeeld met GS. De conclusies maken onderdeel uit van de onderbouwing van de vergunningsaanvraag. De vergunning wordt door Gedeputeerde Staten verleend en indien nodig door de rechter getoetst. U wordt hierover verder per memo geïnformeerd. Wij noemen op dit moment geen namen van deskundigen.
5. Er wordt in het memo gesteld dat Bram eerder probleemgedrag vertoonde. Echter, bij de voorzieningenrechter in 2024 (toen de Provincie een vergunning had verleend voor het beschieten van wolf Bram met een paintballgeweer) kon dit probleemgedrag niet overtuigend worden onderbouwd. Op basis van welke geregistreerde incidenten stelt de provincie nu vast dat Bram probleemgedrag vertoont? Kan een overzicht van alle incidenten die aantoonbaar tot Bram zijn te herleiden met PS gedeeld worden?
Antwoord: Dit totaaloverzicht maakt onderdeel uit van de onderbouwing van de vergunningsaanvraag. De vergunning wordt door Gedeputeerde Staten verleend en indien nodig door de rechter getoetst. Voor het overige is u al bekend dat via DNA-analyse is vastgesteld dat bij het incident op 31 juli 2024, het omvergelopen meisje, wolf GW3237m was betrokken.
6. Volgens de provincie is het gedrag van Bram zorgwekkend. Waarom wordt in dat geval het landgoed Den Treek-Henschoten niet afgesloten voor het publiek in het kader van de openbare orde en publieke veiligheid, net als vorig jaar na het incident met het kind van de BSO?
Antwoord: Dit heeft onder meer te maken met de totale analyse/deskundigenbeoordeling van het gedrag van deze wolf, resulterend in een vergunning voor afschot. De huidige stand van zaken is dat het Landgoed Den Treek-Henschoten bezoekers met klem adviseert (20 mei 2025) om het landgoed voorlopig te mijden of alleen in groepsverband te bezoeken. Zie ook: https://www.stateninformatie.provincie-utrecht.nl/Documenten/Wolfincident-19-mei-ingediend-doorUtrechtNu-beantwoordingi.pdf
7. Waarom is het gebied niet preventief aangewezen als (tijdelijk) rustgebied zoals verzocht in de aangenomen motie “Geef dieren in het wild rust en ruimte” en zoals is geadviseerd door de Zoogdiervereniging over mogelijke verlenging van het noodbevel in 2024. Daar staat onder andere: “Het is aan te bevelen om voor het volgende seizoen (dat begint in januari 2025) te zorgen voor een rustgebieden op de Utrechtse Heuvelrug, los van de militaire oefenterreinen:” https://gemeentebestuur.leusden.nl/Documenten/2024-08-08-RIB-Wolven-op-Landgoed-Den-Treek-Henschoten-het-noodbevel-en-hoe-nu-verder.pdf. Is dit in januari 2025 gebeurd en zo ja waar? Zo nee, waarom is hier geen gehoor aan gegeven?
Antwoord: Voor het antwoord op deze vraag verwijzen wij u naar de Statenbrief die u op 20 mei 2025 van ons hebt ontvangen https://www.stateninformatie.provincie-utrecht.nl/Documenten/SB-stand-van-zakenkaders-en-uitvoering-wolven-mei-2025.pdf (onder punt 2 en punt 3).
8. Zijn er aanwijzingen dat de wolven van de Treekerroedel worden gevoerd of gelokt, of anderszins worden verstoord, bijvoorbeeld door loslopende honden, jacht, of door militaire oefeningen op de Leusderheide? Hoe wordt hier op gemonitord en gehandhaafd? Wordt onderzocht of menselijke gedragingen (zoals voederen of benaderen) bijdragen aan gewenning? Worden deze factoren meegenomen in het onderzoek van de Zoogdiervereniging? Zo nee, waarom niet?
Antwoord: Op dit moment zijn er geen aanwijzingen bekend die erop duiden dat de roedel op de Utrechtse Heuvelrug wordt gevoerd of gelokt of bewust verstoord. In de onderbouwing van de vergunningsaanvraag komt dit onderwerp aan bod.
9. Kan een reflectie gegeven worden op de rol van Landgoed Den Treek-Henschoten en de belangen die spelen rondom jacht en recreatie in relatie tot de wens wolven te weren en af te schieten? Reeds vóór alle incidenten plaatsvonden in 2024 heeft de rentmeester een afschotvergunning aangevraagd bij de Provincie (op 12 juli 2024: PRB-2024-10453). De rentmeester heeft in de media herhaaldelijk de wens uitgesproken om wolven op het landgoed te beheren, dat wil zeggen, doden. Monitoring van wolven door externe deskundigen wordt niet toegestaan in het gebied, en data worden niet gedeeld met BIJ12. Dit maakt dat gemelde incidenten zeer zorgvuldig moeten worden onderzocht. Hoe neemt de provincie deze zorgvuldigheid in acht, en op welke manier wordt rekening gehouden met mogelijke vooringenomenheid als het gaat om meldingen van en informatie over incidenten met wolven op het landgoed?
Antwoord: Wij staan in goed contact met het landgoed. Wij hebben ervoor gezorgd dat het voor de deskundigen, extra, benodigde feitenmateriaal beschikbaar is gekomen. Wij gaan vervolgens zorgvuldig te werk bij het verstrekken van een vergunning.
10. Is De Treekerwissel toegankelijk voor dieren in het wild en wordt het ook als passage gebruikt? Zo ja, waar blijkt dat uit? Heeft Den Treek-Henschoten de intentie uitgesproken om deze ecoduct af te sluiten? Zo ja, hoe heeft de Provincie hierop gereageerd?
Antwoord: Ja, De Treekerwissel is toegankelijk en wordt als passage gebruikt, oa camerabeelden maken dit duidelijk. De intentie tot afsluiten is inderdaad, per mail afkomstig van de rentmeester, uitgesproken. De provincie heeft per mail, geadresseerd aan de rentmeester van het landgoed, onderbouwd waarom afsluiten niet zonder meer mogelijk is. Uitgelegd is onder meer dat het plaatsen van een raster een activiteit is waar mogelijk een omgevingsvergunning voor vereist is (artikel 5.1, lid 2 onder g Omgevingswet). Om een aanvraag te kunnen doen is er de inspanningsverplichting vanuit de specifieke zorgplicht om onderzoek te doen naar aanwezige beschermde soorten. Helder is gemaakt dat er geen werkzaamheden kunnen starten voordat is uitgesloten dat er geen overtreding van een flora- en faunaactiviteit is op grond van de Omgevingswet.
11. Is bekend of Bram in 2025 vader is geworden van nieuwe welpen?
a. Zo ja, om hoeveel welpen gaat het, en in welke periode zijn deze geboren?
b. Hoe verhoudt het doden van een territoriale ouderwolf zich tot de verplichtingen onder de Habitatrichtlijn, met name ten aanzien van het beschermen van voortplantingsplaatsen, leefgebied en het ontbreken van andere bevredigende oplossingen?
Antwoord: Het antwoord op vraag a. laten wij op dit moment in het midden. Ervaring leert dat het niet in het belang van de rust van eventuele welpen is om informatie over het al dan niet aanwezig zijn van welpen zo vroeg in hun opgroeifase openbaar te maken. Het antwoord op vraag b. maakt onderdeel uit van de onderbouwing van de vergunningsaanvraag.Wij gaan vervolgens zorgvuldig te werk bij het verlenen van de vergunning.
12. Waarom wordt direct overgegaan tot een afschotvergunning, en niet eerst de escalatieladder van het IPO Wolvenplan (2025) doorlopen door te kiezen voor minder verstrekkende opties als (tijdelijke en gedeeltelijke) afsluiting van het leefgebied, en eventuele aversieve conditionering?
Antwoord: Dit heeft onder meer te maken met de totale analyse/deskundigen beoordeling van het gedrag van deze wolf zoals toegelicht in de onderbouwing van de vergunningsaanvraag. De escalatieladder en het overwegen van alternatieve maatregelen zijn daarbij meegenomen.
13. Waarom wordt alleen gesproken over afschot en geen andere mogelijkheden onderzocht voor het uit de populatie verwijderen van de wolf, zoals omschreven in de interventierichtlijnen van het IPO-wolvenplan? Dit kan immers ook vangen en verplaatsen betekenen.
Antwoord: Zie het antwoord op vraag 12. Overigens zal verplaatsen, naast dat het wettelijk niet zomaar is toegestaan beschermde soorten ‘uit te zetten’, niet helpen want dan is de verwachting dat er elders identieke problemen ontstaan.
14. Hoe kan bij afschot vastgesteld worden om welke wolf het gaat? In Duitsland is meermaals achteraf vastgesteld dat de verkeerde wolf was afgeschoten?
Antwoord: Wolf GW3237m is individueel herkenbaar zowel door uiterlijke kenmerken als door gedrag.
In het Memorandum “Vervolgstappen naar aanleiding van incident met wolf Landgoed Den Treek – Henschoten” (dd 28 mei 2025) wordt nader ingegaan op de maatregelen die genomen gaan worden na uitkomsten van de analyse van DNA die is afgenomen bij de vrouw die verwondingen opliep door de beet van vermoedelijk een wolf. Daarover stellen we de volgende vragen aan de gedeputeerde:
1. Uit spoedanalyse blijkt dat het DNA afkomstig is van wolf GW3237m, in de volksmond Bram geheten. Er staat in het memo dat DNA is afgenomen van wond en kleding. Echter, uit publieke berichten op LinkedIn tussen betrokkenen (de man die de gewonde vrouw bijstond, en zijn vrouw, die basisarts is), blijkt dat DNA-samples mogelijk zijn vervuild door medische behandeling. Zie bijlagen.
a. Welk laboratorium heeft de DNA-analyse uitgevoerd? Heeft dit laboratorium de vereiste certificaten/accreditaties om de analyse uit te voeren? Onder welke normen vallen deze (ISO, bijvoorbeeld), zijn de certificaten en accreditaties up-to-date en is daar een rapport van op te vragen?
Antwoord: De DNA-analyse is uitgevoerd door het Belgisch Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO). Het INBO gebruikt specifieke openbare protocollen voor het gebruik van instrumenten, voor veldwerk, analyses, onderzoek, etc. Dit staat hier uitgelegd: https://protocols.inbo.be/nederlandstalige-richtlijnen.html. Deze protocollen worden regelmatig bijgewerkt. De methodologie die men gebruikt voor identificaties van wolven is gekalibreerd met de andere laboratoria van het CEwolf consortium, waarvan WENR 2 van 6 ook deel uitmaakt. Dit garandeert een uitwisselbaarheid van gegevens en zorgt ervoor dat dezelfde kwaliteit geleverd wordt. Zie https://www.senckenberg.de/en/institutes/senckenbergresearch-institute-natural-history-museum-frankfurt/division-river-ecology-andconservation/cewolf-consortium/
b. Kan exact worden omschreven welke DNA-samples voor spoedanalyse aan het laboratorium in kwestie zijn voorgelegd: betreffen dat monsters uit de wond, van de kleding, of beide? Welke zijn uiteindelijk daadwerkelijk onderzocht?
Antwoord: Er zijn 3 swaps aangeleverd uit de wond en van de short. Alle drie de swaps zijn onderzocht, evenals onderzoek op 7 stalen van de stof van de short genomen op de plekken van een punctie/beschadiging van de stof.
c. Uit hoeveel van de monsters blijkt dat het om wolfGW3237m gaat? Met hoeveel procent zekerheid is dit vastgesteld?
Antwoord: Er bleek een goede detectie van DNA op drie stalen van de short. De Copy Number Variation (CNV)-waarde van de drie goede DNA-stalen lag rond de 2.0.. Het beschikbare DNA was van zodanige kwantiteit en kwaliteit dat er een volledig genotype was vast te stellen, het genotype van wolf GW3237m.
d. Hoe is met zekerheid vastgesteld dat het slachtoffer is gebeten door een wolf en niet door een hond, indien het DNA-bewijs beperkt, vervuild of afwezig is?
Antwoord: Zie het antwoord op vraag 1c..
e. Kan de identiteit van de wolf in kwestie met 100% zekerheid worden vastgesteld als het DNA-bewijs mogelijk is beperkt, vervuild of afwezig is?
Antwoord: Zie het antwoord op de vragen 1 a. en 1 c..
2. Kan een precieze reconstructie gegeven worden van het incident?
a. Wie was wanneer op locatie na de melding, welke instanties waren betrokken, wie nam het DNA af, en welke instantie heeft proces-verbaal opgemaakt?
Antwoord: Ter plaatse waren de Buitengewoon Opsporingsambtenaar (BOA) van Den Treek, een politieambtenaar, twee medewerkers piketdienst Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) en de terreincoördinator van de Zoogdiervereniging. Het rapport van bevindingen is opgesteld door de RUD. De swaps zijn afgenomen door de terreincoördinator.
b. Zijn er bodycam- of meldkamergegevens beschikbaar die inzicht geven in het eerste contact?
Antwoord: Nee, die zijn niet beschikbaar.
c. Zijn er sporen van aanwezigheid van een wolf aangetroffen op of rond de locatie van het incident, zoals pootafdrukken, haren of andere forensische sporen? Zo nee, op basis waarvan is dan de fysieke aanwezigheid vastgesteld?
Antwoord: Ja, er was de beschikbaarheid over forensische sporen op de short. Op basis van de DNA analyse is met zekerheid vastgesteld dat het om een wolf ging. De beschikbare monsters waren van dusdanige kwantiteit en kwaliteit dat ook het genotype kon worden vastgesteld.
d. In sommige mediaberichten wordt gesproken over een hardloopster en in andere berichten over een wandelaar. Kan hier uitsluitsel over gegeven worden?
Antwoord: Op het moment van het incident was er sprake van wandelen.
3. Zijn er na het incident op 19 mei 2025 foto’s gemaakt van de verwondingen van het slachtoffer, en zijn deze beelden ter beoordeling voorgelegd aan een onafhankelijke deskundige op het gebied van bijtincidenten (zoals een forensisch dierenarts of gedragsbioloog)? Zo ja, kunnen de conclusies met PS gedeeld worden? Zo nee, waarom niet en gaat dit alsnog gebeuren bij de onderbouwing van het vergunningsbesluit?
Antwoord: Ja, er zijn foto’s gemaakt na het incident op 19 mei 2025. Deze zijn beoordeeld door deskundigen. De bevindingen van de deskundigen maken inderdaad onderdeel uit van de onderbouwing van de vergunningsaanvraag. De vergunning wordt door Gedeputeerde Staten verleend en indien nodig door de rechter getoetst. U wordt hierover per memo geïnformeerd. Wij zien het niet als onze verantwoordelijkheid de foto’s met u te delen.
4. De zoogdierenvereniging is gevraagd onderzoek te doen naar het incident en de bevindingen van de RUD en de getuigenverslagen daarin mee te nemen. Is het onderzoek afgerond? Zo ja, wanneer is het gedeeld met GS en op welke wijze is of wordt dit meegewogen in het besluitvormingsproces? Kan het onderzoek gedeeld worden met PS? Betreft dit onderzoek een deskundigheidsbeoordeling van de interactie mens-wolf of wordt dit door een andere instantie of ecoloog uitgevoerd? Zo ja, welke?
Antwoord: De Zoogdiervereniging heeft haar onderzoek afgerond. De rapportage is niet gedeeld met GS. De conclusies maken onderdeel uit van de onderbouwing van de vergunningsaanvraag. De vergunning wordt door Gedeputeerde Staten verleend en indien nodig door de rechter getoetst. U wordt hierover verder per memo geïnformeerd. Wij noemen op dit moment geen namen van deskundigen.
5. Er wordt in het memo gesteld dat Bram eerder probleemgedrag vertoonde. Echter, bij de voorzieningenrechter in 2024 (toen de Provincie een vergunning had verleend voor het beschieten van wolf Bram met een paintballgeweer) kon dit probleemgedrag niet overtuigend worden onderbouwd. Op basis van welke geregistreerde incidenten stelt de provincie nu vast dat Bram probleemgedrag vertoont? Kan een overzicht van alle incidenten die aantoonbaar tot Bram zijn te herleiden met PS gedeeld worden?
Antwoord: Dit totaaloverzicht maakt onderdeel uit van de onderbouwing van de vergunningsaanvraag. De vergunning wordt door Gedeputeerde Staten verleend en indien nodig door de rechter getoetst. Voor het overige is u al bekend dat via DNA-analyse is vastgesteld dat bij het incident op 31 juli 2024, het omvergelopen meisje, wolf GW3237m was betrokken.
6. Volgens de provincie is het gedrag van Bram zorgwekkend. Waarom wordt in dat geval het landgoed Den Treek-Henschoten niet afgesloten voor het publiek in het kader van de openbare orde en publieke veiligheid, net als vorig jaar na het incident met het kind van de BSO?
Antwoord: Dit heeft onder meer te maken met de totale analyse/deskundigenbeoordeling van het gedrag van deze wolf, resulterend in een vergunning voor afschot. De huidige stand van zaken is dat het Landgoed Den Treek-Henschoten bezoekers met klem adviseert (20 mei 2025) om het landgoed voorlopig te mijden of alleen in groepsverband te bezoeken. Zie ook: https://www.stateninformatie.provincie-utrecht.nl/Documenten/Wolfincident-19-mei-ingediend-doorUtrechtNu-beantwoordingi.pdf
7. Waarom is het gebied niet preventief aangewezen als (tijdelijk) rustgebied zoals verzocht in de aangenomen motie “Geef dieren in het wild rust en ruimte” en zoals is geadviseerd door de Zoogdiervereniging over mogelijke verlenging van het noodbevel in 2024. Daar staat onder andere: “Het is aan te bevelen om voor het volgende seizoen (dat begint in januari 2025) te zorgen voor een rustgebieden op de Utrechtse Heuvelrug, los van de militaire oefenterreinen:” https://gemeentebestuur.leusden.nl/Documenten/2024-08-08-RIB-Wolven-op-Landgoed-Den-Treek-Henschoten-het-noodbevel-en-hoe-nu-verder.pdf. Is dit in januari 2025 gebeurd en zo ja waar? Zo nee, waarom is hier geen gehoor aan gegeven?
Antwoord: Voor het antwoord op deze vraag verwijzen wij u naar de Statenbrief die u op 20 mei 2025 van ons hebt ontvangen https://www.stateninformatie.provincie-utrecht.nl/Documenten/SB-stand-van-zakenkaders-en-uitvoering-wolven-mei-2025.pdf (onder punt 2 en punt 3).
8. Zijn er aanwijzingen dat de wolven van de Treekerroedel worden gevoerd of gelokt, of anderszins worden verstoord, bijvoorbeeld door loslopende honden, jacht, of door militaire oefeningen op de Leusderheide? Hoe wordt hier op gemonitord en gehandhaafd? Wordt onderzocht of menselijke gedragingen (zoals voederen of benaderen) bijdragen aan gewenning? Worden deze factoren meegenomen in het onderzoek van de Zoogdiervereniging? Zo nee, waarom niet?
Antwoord: Op dit moment zijn er geen aanwijzingen bekend die erop duiden dat de roedel op de Utrechtse Heuvelrug wordt gevoerd of gelokt of bewust verstoord. In de onderbouwing van de vergunningsaanvraag komt dit onderwerp aan bod.
9. Kan een reflectie gegeven worden op de rol van Landgoed Den Treek-Henschoten en de belangen die spelen rondom jacht en recreatie in relatie tot de wens wolven te weren en af te schieten? Reeds vóór alle incidenten plaatsvonden in 2024 heeft de rentmeester een afschotvergunning aangevraagd bij de Provincie (op 12 juli 2024: PRB-2024-10453). De rentmeester heeft in de media herhaaldelijk de wens uitgesproken om wolven op het landgoed te beheren, dat wil zeggen, doden. Monitoring van wolven door externe deskundigen wordt niet toegestaan in het gebied, en data worden niet gedeeld met BIJ12. Dit maakt dat gemelde incidenten zeer zorgvuldig moeten worden onderzocht. Hoe neemt de provincie deze zorgvuldigheid in acht, en op welke manier wordt rekening gehouden met mogelijke vooringenomenheid als het gaat om meldingen van en informatie over incidenten met wolven op het landgoed?
Antwoord: Wij staan in goed contact met het landgoed. Wij hebben ervoor gezorgd dat het voor de deskundigen, extra, benodigde feitenmateriaal beschikbaar is gekomen. Wij gaan vervolgens zorgvuldig te werk bij het verstrekken van een vergunning.
10. Is De Treekerwissel toegankelijk voor dieren in het wild en wordt het ook als passage gebruikt? Zo ja, waar blijkt dat uit? Heeft Den Treek-Henschoten de intentie uitgesproken om deze ecoduct af te sluiten? Zo ja, hoe heeft de Provincie hierop gereageerd?
Antwoord: Ja, De Treekerwissel is toegankelijk en wordt als passage gebruikt, oa camerabeelden maken dit duidelijk. De intentie tot afsluiten is inderdaad, per mail afkomstig van de rentmeester, uitgesproken. De provincie heeft per mail, geadresseerd aan de rentmeester van het landgoed, onderbouwd waarom afsluiten niet zonder meer mogelijk is. Uitgelegd is onder meer dat het plaatsen van een raster een activiteit is waar mogelijk een omgevingsvergunning voor vereist is (artikel 5.1, lid 2 onder g Omgevingswet). Om een aanvraag te kunnen doen is er de inspanningsverplichting vanuit de specifieke zorgplicht om onderzoek te doen naar aanwezige beschermde soorten. Helder is gemaakt dat er geen werkzaamheden kunnen starten voordat is uitgesloten dat er geen overtreding van een flora- en faunaactiviteit is op grond van de Omgevingswet.
11. Is bekend of Bram in 2025 vader is geworden van nieuwe welpen?
a. Zo ja, om hoeveel welpen gaat het, en in welke periode zijn deze geboren?
b. Hoe verhoudt het doden van een territoriale ouderwolf zich tot de verplichtingen onder de Habitatrichtlijn, met name ten aanzien van het beschermen van voortplantingsplaatsen, leefgebied en het ontbreken van andere bevredigende oplossingen?
Antwoord: Het antwoord op vraag a. laten wij op dit moment in het midden. Ervaring leert dat het niet in het belang van de rust van eventuele welpen is om informatie over het al dan niet aanwezig zijn van welpen zo vroeg in hun opgroeifase openbaar te maken. Het antwoord op vraag b. maakt onderdeel uit van de onderbouwing van de vergunningsaanvraag.Wij gaan vervolgens zorgvuldig te werk bij het verlenen van de vergunning.
12. Waarom wordt direct overgegaan tot een afschotvergunning, en niet eerst de escalatieladder van het IPO Wolvenplan (2025) doorlopen door te kiezen voor minder verstrekkende opties als (tijdelijke en gedeeltelijke) afsluiting van het leefgebied, en eventuele aversieve conditionering?
Antwoord: Dit heeft onder meer te maken met de totale analyse/deskundigen beoordeling van het gedrag van deze wolf zoals toegelicht in de onderbouwing van de vergunningsaanvraag. De escalatieladder en het overwegen van alternatieve maatregelen zijn daarbij meegenomen.
13. Waarom wordt alleen gesproken over afschot en geen andere mogelijkheden onderzocht voor het uit de populatie verwijderen van de wolf, zoals omschreven in de interventierichtlijnen van het IPO-wolvenplan? Dit kan immers ook vangen en verplaatsen betekenen.
Antwoord: Zie het antwoord op vraag 12. Overigens zal verplaatsen, naast dat het wettelijk niet zomaar is toegestaan beschermde soorten ‘uit te zetten’, niet helpen want dan is de verwachting dat er elders identieke problemen ontstaan.
14. Hoe kan bij afschot vastgesteld worden om welke wolf het gaat? In Duitsland is meermaals achteraf vastgesteld dat de verkeerde wolf was afgeschoten?
Antwoord: Wolf GW3237m is individueel herkenbaar zowel door uiterlijke kenmerken als door gedrag.