08 jul. 2026
Interpellatiedebat Transparantie en verantwoording over overtreding afschot wolf Bram (GW3237)
Aanleiding
Uit documenten die via een Woo-verzoek openbaar zijn geworden, blijkt dat de vergunningsvoorschriften voor het afschot van wolf Bram (GW3237m) bewust zijn overtreden.1 De uitvoerders doodden wolf Bram op 1 december 2025 om 23.10, ruim vijf en een half uur later dan volgens de vergunning was toegestaan. De toezichthouder concludeerde in het controlerapport dat dit een overtreding is van voorschrift m uit de vergunning en daarmee een overtreding van artikel 5.5. eerste lid onder g uit de Omgevingswet. Maar de toezichthouder besloot desondanks niet over te gaan tot handhaving. De Provincie heeft hier geen gevolgen aan verbonden en de Provinciale Staten niet actief geïnformeerd over de overtreding.
Onderbouwing interpellatiedebat
De overtreding van de vergunningsvoorschriften en het uitblijven van een correctie daarop middels handhaving werpen serieuze vragen op over het handelen van de Provincie in haar rol als opdrachtgever en vergunningverlener. Vergunningsvoorschriften zijn niet vrijblijvend, maar wettelijk bindend, en moeten dus strikt worden nageleefd. In het geval van het doden van een wolf, een beschermde diersoort, dient het vergunningstraject uiterst zorgvuldig en correct te verlopen.
Wanneer de uitvoerder voorschriften overtreedt, moet daar streng op worden gehandhaafd. Gebeurt dit niet, dan is het aan de provincie daar als bevoegd gezag op toe te zien. In dit geval hebben de uitvoerders geen verzoek ingediend om de vergunningsvoorwaarden aan te passen, maar is er bewust voor gekozen om de wolf buiten de vergunning af te schieten. Vervolgens heeft de toezichthouder besloten af te zien van handhaving, waarna ook de provincie heeft nagelaten op te treden tegen de overtreding.
Daarmee wordt een gevaarlijk precedent geschapen voor het overtreden van wet- en regelgeving: de boodschap aan vergunninghouders en uitvoerders is dat zij naar eigen inzicht vergunningen mogen interpreteren en implementeren. Dit schaadt niet alleen het politieke en maatschappelijke vertrouwen in het bestuur, maar ondermijnt ook de wettelijke bevoegdheden van de provincie om nu en in de toekomst toe te zien op de bescherming van bedreigde flora en fauna.
Voorts tillen we zwaar aan het feit dat Provinciale Staten niet actief zijn geïnformeerd over de overtreding van de vergunningsvoorschriften, terwijl het College meermaals heeft toegezegd de Staten te informeren over relevante ontwikkelingen en het gevoerde beleid rondom de wolf. Het gaat om een politiek zeer gevoelig dossier waarover grote maatschappelijke controverse bestaat. Dat de overtreding pas naar aanleiding van een Woo-verzoek aan het licht is gekomen, staat haaks op het informatierecht van de Provinciale Staten.
Vragen
We vragen het college:
Uit te spreken dat vergunningsvoorschriften niet naar eigen inzicht mogen worden ingevuld door vergunninghouders (i.e. de uitvoerders) en dat een moeizame uitvoering of maatschappelijke urgentie geen vrijbrief is om regels te overtreden;
Volledige openheid van zaken te geven over de uitvoering van de afschotvergunning van GW3237 inclusief eventuele andere afwijkingen en overtredingen gedurende het gehele vergunningstraject;
Aan te geven welke bestuurlijke en juridische mogelijkheden de provincie heeft om handhavend op te treden tegen de uitvoerders van de afschotvergunning; en die mogelijkheden te gebruiken om passende sancties op te leggen;
Te reflecteren op:
a. het handelen van de provincie als opdrachtgever en vergunningverlener gedurende het vergunningstraject
b. de wettelijke verantwoordelijkheden van de provincie om toe te zien op de bescherming van bedreigde soorten.
Toe te zeggen dat de integriteit van vergunning, toezicht en handhaving strikt wordt bewaakt, en dat PS te allen tijde wordt geïnformeerd over afwijkingen of overtredingen die raken aan de wettelijke en bestuurlijke verantwoordelijkheden van de Provincie.
Zie hier een verslag van hoe het interpellatiedebat is verlopen.