Bijdrage Beleidsnota Flora- en Faunawet


29 september 2014

Bijdrage Beleidsnota Flora- en Faunawet tijdens de Provinciale Statenvergadering 29 september 2014

Voorzitter, recentelijk kwam ik dit boek tegen, getiteld: ‘Utrechtse fabels’. Zoals u weet, is een fabel een verhaal met een moraal, waarin dieren optreden als menselijke wezens en wat gevolgd wordt door een boodschap. Omdat kritiek op de overheid in vroeger tijden niet zonder gevaar was, werd de fabel ook gebruikt om op een veilige manier kritiek te uiten, want niemand kon bewijzen dat je hem of haar bedoelt. ... Ik wil u een verhaal uit dit boek voorlezen, omdat het opvallende gelijkenissen vertoont met heden ten dage.

Er was eens... Er was eens een mooi bos, gelegen in het midden van het land. Het bos was rijk aan planten en dieren en er was genoeg ruimte voor een ieder om te leven. Tot er op een dag paniek uitbrak in het bos. Donkere, onheilspellende wolken trokken samen boven het bos... Enkele dieren hadden namelijk op de aankondigingsboom een nieuwe nota van de das zien hangen. De das moeten jullie weten, is de heerser van dit bos en samen met enkele vrienden vormt hij de regering. Ontredderd kwamen de dieren samen. Wat moeten wij nu doen? Want in deze nota zien wij niks van de eerder in Natuurbeleid 2.0 vastgestelde systeembenadering. Want in deze nota zien wij niks over preventie en alternatieven. Want wat wij wel zien, is een en al afschot. Er staat wel uit en te na beschreven hoe en wanneer wij afgeschoten mogen worden.

Een van de dieren had een plan. Laten wij naar de wijze uil gaan. Die heeft vaak goede ideeën hoe we met dieren om zouden moeten gaan. Zo gezegd, zo gedaan. Bij de uil aangekomen deden de dieren hun verhaal. Al zittend op zijn tak hoorde de uil hun rustig aan. En de uil sprak: jullie moeten begrijpen dat dassen voornamelijk op hun neus vertrouwen, want het zijn slecht ziende dieren. Daar kunnen ze niks aan doen, want dit verminderde zicht hoort nu eenmaal bij dit dier. Het jammere is wel, dat zij daardoor soms hun visie teveel laten vertroebelen door de verkeerde vrienden. Maar ik heb de das ook leren kennen als iemand die best naar goede argumenten wil luisteren. En, sprak de uil, ik zal de das nog eens wijzen op een passage uit het coalitieakkoord dat spreekt over op zoek gaan naar preventie en alternatieven voor afschot. Ik vond deze passage namelijk toen ik onlangs langs het oude dassenhol vloog. Dat verklaart wellicht ook, waarom er met deze passage bijster weinig is gedaan. Ik vermoed namelijk dat deze per ongeluk is blijven liggen toen de das en zijn vrienden naar het nieuwe en veel grotere dassenhol is verhuisd. Hier zal geen boze opzet in het spel zijn, want een coalitieakkoord is tenslotte geen fabeltjeskrant!

Toen hij uitgesproken was vloog de uil richting het hol van de das , met onder zijn vleugel enkele ideeën die de dieren hem hadden meegegeven om de pijn te verzachten. De das en de uil spraken redelijk kort met elkaar, want de uil mocht maar 3 minuten op audiëntie komen bij de das. Maar gelukkig was de tijd lang genoeg voor de das om tot de conclusie te komen dat de ideeën van de bosbewoners het waard waren om over te nemen. En als bij toeval brak er een zonnestraaltje door het grauwe wolkendek. Het was nog slechts een enkel straaltje, want de onheilswolken verdwenen nog niet. Dit verhaal kan daarom helaas niet afgesloten worden met: “En ze leefden nog lang en gelukkig...” Maar er was wel weer hoop in het bos, hoop op een toekomst waarin ook de dieren een plekje in het bos gegund wordt...

Voorzitter, namens de dieren zou ik nog enkele moties en amendementen willen indienen.

Dank u wel.

Willem van der Steeg

Statenlid Partij voor de Dieren

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer