Bijdrage Kadernota 2017

Bijdrage Provinciale Staten 3 juli 2017, agendapunt 8: Statenvoorstel Kadernota 2017

Voorzitter,

Het gaat goed met Utrecht: de economie groeit, onze concurrentiepositie is een van de beste in Europa en ons vestigingsklimaat is gunstig. We mogen ons volgens sommigen daarom gelukkig prijzen met de titel van ‘Topregio’. Maar als we de ontwikkelingen in onze provincie bekijken, gaat het dan wel écht goed met onze regio, of zijn er dingen die onze aandacht op dit moment harder nodig hebben dan de aandacht voor nóg meer groei?

Onze planeet heeft te maken met ongekende klimaatverandering en milieuvervuiling die voornamelijk veroorzaakt worden door onze overmatige consumptie van dieren, het opbranden van fossiele brandstoffen en onze mentaliteit van de korte termijn op tal van andere terreinen. Willen wij deze problemen oplossen, dan zullen wij als provincie fundamentele keuzes moeten maken over de uitgangspunten en borging van beleid dat wij met elkaar besluiten.

Mijn fractie heeft kennisgenomen van de Kadernota en onze analyse is dat deze fundamentele keuzes niet worden gemaakt. Het lijkt dat het college er vooral als de kippen bij is wanneer ergens geld verdiend kan worden. Groen maakt plaats voor asfalt en bebouwing, en toekomstige generaties zullen daar de dupe van zijn. Voorzitter, economische groei is niet de oplossing, maar het probleem.

Het college heeft gelukkig ook aandacht voor onderwerpen als de energietransitie, veiligheid en gezondheid. In het coalitieakkoord wordt de energietransitie genoemd als voorbeeld waarvan het beleid accentverschuiving behoeft. In de praktijk betekent dit dat de ene fossiele brandstof plaatsmaakt voor de andere. Denk aan de inzet op biomassa, waarvoor regenwouden en biodiversiteit in op grote schaal verdwijnen. Een duurzame samenleving kun je niet opbouwen door de leefomgeving elders af te breken, omdat duurzaamheid een grensoverschrijdende aangelegenheid is. En waar de provincie zich inzet voor verduurzaming van woningbouw en vergroening van de bebouwde omgeving, stelt dit niet meer voor dat een steun in de rug. Hoewel wij niet twijfelen aan de groene intenties van sommige partijen, is het een feit dat doelstellingen, die soms al afdoen aan de problematiek, niet gehaald worden. Voorzitter, klimaatverandering gaan we niet tegen met ‘een beetje duurzamer’, maar vereist de moed om te komen tot ambitieus beleid met afrekenbare doelen. De Partij voor de Dieren is altijd bereid om daar steun aan te verlenen en zal een groen anker zijn voor partijen die koers verliezen.

Een ander uitgangspunt van provinciaal beleid zou moeten zijn dat de belangen van de zwaksten beschermt worden tegen het recht van de sterksten. Waar de das zijn plek in de samenleving gevonden heeft, wordt dit dier nu als gevaar gezien tegen meer asfalt bij de A27. En we moeten denken aan Maarsbergen, waar bewoners lang hebben moeten wachten op een oplossing die vervolgens veel natuurwaarden heeft gekost. Dit laat zich niet uitdrukken in geld, maar is een groot waardeverlies voor onze provincie. Het is dan ook onbegrijpelijk dat de volgende problemen voor de deur staan met de plannen voor een nieuw bedrijventerrein in Maarsbergen. Het geld regeert en de rest is een zorg voor morgen.

Er zijn door andere partijen enkele moties ingediend die het goede voorbeeld geven. Denk aan de motie over waterkwaliteit van D66 en die over indexering van dezelfde partij en de PvdA. Dezen zullen wij medeondertekenen. Bovendien zullen wij zelf een aantal moties indienen die recht doen aan de noden van de kwetsbare waarden binnen onze samenleving.

In het afgelopen jaar hebben wij diverse keren gesproken over de financiële problemen van de dierenambulances en de eventuele rol van de provincie om transport en opvang van (wilde) dieren zeker te stellen. Dit voortvloeiend uit de nieuwe en meer integrale verantwoordelijkheid op het gebied van natuur. Afgesproken is dat organisaties van dierenambulances tezamen met een nieuw en beter onderbouwd rapport komen, zodat het voor de provincie inzichtelijk is welke rol zij kan vervullen. Het is onze fractie ter oren gekomen dat het voor de dierenambulance-organisaties onmogelijk lijkt om zich te verenigen in dit rapport. Dit heeft niet te maken met onwelwillendheid, maar met het feit dat deze organisaties al langer onafhankelijk van elkaar opereren en daardoor verschillende behoeften hebben en tegen verschillende problemen aanlopen. Wij vragen de gedeputeerde of zij bereid is om te inventariseren welke knelpunten bestaan en of het nodig is om een procescoördinator hiervoor aan te stellen. Wij overwegen een motie in te dienen.

Voorzitter. Een groene stad zorgt voor minder wateroverlast, een schonere lucht en opleving van biodiversiteit. In het Waterschap Stichtse Rijnlanden is een motie over belastingvoordelen voor groene tuinen unaniem aangenomen. Dat betekent dat het waterschap met Utrechtse gemeenten zal inventariseren of en hoe dit uitgevoerd kan worden. Ik noemde net al de doelstellingen van het college voor verduurzaming van de bebouwde omgeving en deze motie sluit daar goed op aan. Is de gedeputeerde bereid om de samenwerking met het waterschap en de gemeenten te zoeken om de belastingvoordelen voor groene tuinen uit te voeren? Wij overwegen een motie in te dienen.

Voorts vraagt mijn fractie aandacht voor een motie die op 23 februari door de Tweede Kamer is aangenomen. D66, GroenLinks en SP hebben met hun nota ‘Wei voor de koe’ de urgentie van weidegang hoog op de agenda weten te krijgen. De Partijen schrijven in hun nota dat zij er – terecht – geen vertrouwen in hebben dat de markt weidegang voor alle koeien zal borgen en wijst erop dat nu actie nodig is om de melkveesector niet verder tot bio-industrie te laten uitgroeien. Sinds 2012 proberen tientallen sectorpartijen het percentage koeien in de wei te verhogen, maar de weidegang neemt in rap tempo af. De Wageningen Universiteit voorspelt een afname tot 57% in 2020, terwijl 80% de doelstelling is. De voorspelling is ook dat het aantal boerenbedrijven met weidegang afneemt. In de nota worden diverse onderzoeken aangehaald die aangeven dat weidegang goed is voor het dierenwelzijn, de natuur, het milieu en dat het in vrijwel alle gevallen financieel voordelig is voor de boer. Weidegang is relevant voor de provinci, omdat er minder overlast zal zijn door ganzen en milieu- en duurzaamheidsdoelstellingen sneller en met geldbesparing gerealiseerd worden. D66, GroenLinks, SP, de PvdA en de PVV stemden in de Tweede Kamer allen voor onze motie voor wettelijke borging van weidegang. De staatssecretaris weigert de motie uit te voeren en wil nu ook met provincies in gesprek. Daarom dient de Partij voor de Dieren een motie in met als doel dat onze provincie uitspreekt dat wettelijke borging gewenst is en dat het college hier bij de staatssecretaris op aandringt.

Voorzitter, als de Kadernota iets bevestigt is het wel dat het college van alles de prijs weet maar van niets de waarde. Het college houdt vol dat economische groei ons oplossingen biedt voor de grote problemen die wij in toenemende mate ervaren. De werkelijkheid leert echter dat het juist de oorzaak is van de afbraak van de natuur, milieuvervuiling, het tegenwerken van dierenwelzijn en de in razend tempo toenemende klimaatverandering. Om een duurzame samenleving te borgen moet de provincie alle zeilen bijzetten. Dan zal het pas écht goed gaan met Utrecht.

Voorzitter, ik dank u wel.

Hiltje Keller

Statenlid Partij voor de Dieren