Partij voor de dieren: “Stop met het stimu­leren van bio-industrie!”


16 september 2008

Provincie Utrecht subsidieert vervuiler


De Partij voor de Dieren heeft vragen gesteld aan gedeputeerde staten van Utrecht over subsidie voor luchtwassers. Dit zijn apparaten die aan een stal worden bevestigd om ammoniak, geur en fijnstof op te vangen. Ze worden vaak gezien als een goede oplossing voor de milieuproblematiek bij intensieve veehouderijen. Hoewel rendementen van 90% voor ammoniak en geur en 50% voor fijnstof in theorie mogelijk zijn, levert de praktijk geen milieuwinst op doordat de veestapel vervolgens meestal wordt uitgebreid en het apparaat veel energie en water verbruikt.


De provincie Utrecht heeft reeds aan vier varkenshouderijen een subsidie van in totaal 340.000,- euro toegekend voor de aanschaf van een luchtwasser. De toepassing van een luchtwasser geeft ondernemingen echter tevens de ruimte om hun veestapel uit te breiden, waardoor de milieuwinst weer teniet wordt gedaan. Dit is mogelijk geworden doordat bij subsidieverstrekking voor luchtwassers de afspraken uit het reconstructieplan niet meer worden gehanteerd. Daarin staat namelijk dat de vermindering van ammoniakuitstoot die door de luchtwasser wordt behaald, niet volledig verloren mag gaan door uitbreiding van de veestapel. Deze afspraak is doorgestreept zonder dat daarvoor de benodigde inspraak vanuit Provinciale Staten is geweest.
In varkens- en kippenstallen leven duizenden dieren onder erbarmelijke omstandigheden. Door luchtwassers te stimuleren moedigt de provincie de bio-industrie juist aan deze praktijken voort te zetten. Dit staat haaks op de duurzame afspraken in het collegeprogramma en het reconstructieplan. De intensieve veehouderij is geen duurzame sector, omdat de grootschalige productie van vlees grote schade aanricht aan het milieu. De bio-industrie veroorzaakt ernstige waterkwaliteitsproblemen en bodemecologische problemen en leidt tot ontbossing en bodemverarming elders door de massale import van veevoer.
Wanda Bodewitz, fractievoorzitter van de Partij voor de Dieren: “Het principe van de vervuiler betaalt, wordt hiermee omgedraaid. De vervuiler krijgt indirect geld om uit te breiden. Utrecht subsidieert daardoor de ongewenste bio-industrie”.
Niet alleen leidt een luchtwasser tot het houden van meer dieren, maar ook verbruikt een luchtwasser zeer grote hoeveelheden water en energie. Omgerekend per varken per jaar is dat net zoveel energie als een jaar lang 4x per week wassen met een energiezuinige wasmachine. Aan water wordt per dier net zoveel verbruikt als 154 keer douchen met een waterbesparende douchekop.
Ook vormen de enorme concentraties fijnstof rondom de stallen een levensbedreigend risico voor de omwonenden. Fijnstof kan namelijk ernstige aandoeningen aan de luchtwegen veroorzaken. Een luchtwasser haalt maar een klein deel van de fijnstof uit de lucht. Vooral de hele kleine deeltjes zijn gevaarlijk en juist die worden het slechtste gefilterd. Door meer dieren te houden verhoog je de hoeveelheid fijnstof en daarmee de risico’s voor de volksgezondheid.


De Partij voor de Dieren pleit voor het stopzetten van de subsidiëring van luchtwassers en om daarvoor in de plaats de biologische landbouw te stimuleren.

De vragen vind je hier.