Vragen over het afsteken vuurwerk


Onderwerp: Schriftelijke vragen ex art. 47 van het RvO aan het College van GS, gesteld door Wanda Bodewitz (Partij voor de Dieren) en Jos Kloppenborg (GroenLinks) betreffende het afsteken van vuurwerk


Toelichting

Tijdens de jaarwisseling en op sommige evenementen worden grote hoeveelheden vuurwerk afgestoken. Vuurwerk brengt zeer grote problemen met zich mee voor het milieu. Het levert jaarlijks in Nederland zo’n 3 miljoen kilo afval aan papier, hout en metaal op. Daarnaast veroorzaakt het vuurwerk veel min of meer onzichtbare problemen.
De resten van vuurwerk, waaronder fijnstof en zware metalen, komen terecht in water, lucht en bodem. Volgens het RIVM komt jaarlijks bijvoorbeeld 11 ton koper afkomstig van vuurwerk in het oppervlaktewater. Bovendien veroorzaakt vuurwerk veel geluidsoverlast. De maximale wettelijke norm voor vuurwerk is 153 dB. Ter vergelijking: de pijngrens van mensen ligt bij ongeveer 120 dB. Vuurwerk leidt tot een enorme schadepost in de vorm van zaakschade, branden en ongelukken.
In een recent krantenartikel (1) wordt al als maatregel genoemd een eventuele belasting op vuurwerk vanwege de vervuiling die het veroorzaakt .

Hoe mooi vuurwerk voor veel mensen is, zo verschrikkelijk is het voor veel dieren. Ze worden angstig en raken in de stress door de harde knallen. Zo is er het afgelopen jaar van verschillende kanten op gewezen dat het afsteken van vuurwerk bij de viering van bevrijdingsdag in Park Transwijk in Utrecht gevolgen kan hebben voor de broedvogels in het gebied.
Wij zijn van mening dat er meer aandacht moet komen voor de negatieve gevolgen van het afsteken van vuurwerk en roepen de provincie op hier iets aan te doen.


Naar aanleiding van het voorgaande, stellen de fracties van de Partij voor de Dieren en GroenLinks de volgende vragen:

1) Door het afsteken van vuurwerk wordt eventuele aanwezige fauna in het gebied verstoord en raken dieren gestresst. In artikel 2 van de Flora- en Faunawet staat dat wanneer het vermoeden bestaat dat door handelen nadelige gevolgen voor flora of fauna kunnen worden veroorzaakt, men “verplicht is dergelijk handelen achterwege te laten voorzover zulks in redelijkheid kan worden gevergd, dan wel alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd teneinde die gevolgen te voorkomen of, voorzover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken.” Dit betekent dat wanneer een vergunning om vuurwerk af te steken (de zogenaamde ontbrandingstoestemming) wordt afgegeven, men zeker moet zijn dat er geen dieren worden verstoord. Die voorwaarde zouden wij graag terugzien in het draaiboek vuurwerkevenementen. Bent u bereid het draaiboek hierop aan te passen? Zo nee, waarom niet?

2) Meer specifiek staat in het draaiboek vuurwerkevenementen van de provincie Utrecht dat bij de aanvraag gekeken moet worden naar de “aanwezigheid van dieren (koeien, paarden etc)”. Wij zien ‘dieren’ breder en willen graag een aanpassing van deze tekst zodat naar alle dieren, die worden verstoord door vuurwerk en met name naar mogelijke nesten van broedende vogels wordt gekeken. Bent u bereid het begrip dieren in deze publicatie breder te trekken tot alle dieren, die door het afsteken van vuurwerk kunnen worden verstoord? Zo nee, waarom niet?

3) Op pagina 62 in het draaiboek vuurwerkevenementen staat dat wanneer tijdens het afsteken van het vuurwerk de gevarenzone door publiek wordt betreden, het afsteekprogramma onverwijld dient te worden onderbroken totdat de gevarenzone weer vrij is van publiek. Wij zouden graag zien dat in deze tekst naast het woord publiek ook het woord ‘dieren’ wordt opgenomen. Bent u bereid dit toe te voegen? Zo nee, waarom niet?

4) De ministers van VROM en LNV stimuleren het geven van voorlichting over vuurwerk aan de burgers. Hiertoe subsidiëren zij het Landelijk Informatiecentrum Gezelschapsdieren om houders van honden en katten voor te lichten om de hinder voor hun dieren zoveel mogelijk te beperken. Dit vinden wij een goede vorm van voorlichting. Er ontbreekt volgens ons echter het aspect van de gevolgen van het afsteken van vuurwerk voor in het wild levende dieren en het milieu. Graag zien wij dat de provincie daar een voorlichtingscampagne voor start om burgers en organisatoren van evenementen met vuurwerk bewust te maken van de schade die vuurwerk aan kan richten aan milieu en in de vrije natuur levende dieren. Bent u bereid zo’n campagne te steunen en mogelijk zelfs te initiëren? Zo nee, waarom niet?

5) Wij zouden graag zien dat er bij het verlenen van een ontbrandingstoestemming bij evenementen strengere regels gaan gelden. Het aantal vergunningen zou beperkt moeten blijven en het uitgangspunt zou moeten zijn: “Geen vuurwerk tenzij”. Bij dit “tenzij” kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een aantoonbare meerwaarde als attractie en het voorkomen van schade aan dieren of milieu. Bent u bereid het provinciale beleid inzake vergunningen voor vuurwerk aan te scherpen zodat de schade aan het milieu en voor mens en dier sterk vermindert? Zo nee, waarom niet?


Namens de fracties van de Partij voor de Dieren en GroenLinks,

hoogachtend,

Wanda Bodewitz

Jos Kloppenborg

(1) http://www.ad.nl/binnenland/2654622/Vrees_voor_toename_illegaal_vuurwerk.html

Antwoorddatum: 2 dec. 2008

Beantwoording schriftelijke vragen ex art. 47 van het Reglement van Orde aan het College van Gedeputeerde Staten gesteld door Wanda Bodewitz (Partij voor de Dieren) en Jos Kloppenborg (GroenLinks) betreffende het afsteken van vuurwerk (d.d. 17 oktober 2008)


Toelichting
Tijdens de jaarwisseling en op sommige evenementen worden grote hoeveelheden vuurwerk afgestoken. Vuurwerk brengt zeer grote problemen met zich mee voor het milieu. Het levert jaarlijks in Nederland zo’n 3 miljoen kilo afval aan papier, hout en metaal op. Daarnaast veroorzaakt het vuurwerk veel min of meer onzichtbare problemen.
De resten van vuurwerk, waaronder fijnstof en zware metalen, komen terecht in water, lucht en bodem. Volgens het RIVM komt jaarlijks bijvoorbeeld 11 ton koper afkomstig van vuurwerk in het oppervlaktewater. Bovendien veroorzaakt vuurwerk veel geluidsoverlast. De maximale wettelijke norm voor vuurwerk is 153 dB. Ter vergelijking: de pijngrens van mensen ligt bij ongeveer 120 dB. Vuurwerk leidt tot een enorme schadepost in de vorm van zaakschade, branden en ongelukken.
In een recent krantenartikel wordt al als maatregel genoemd een eventuele belasting op vuurwerk vanwege de vervuiling die het veroorzaakt .

Hoe mooi vuurwerk voor veel mensen is, zo verschrikkelijk is het voor veel dieren. Ze worden angstig en raken in de stress door de harde knallen. Zo is er het afgelopen jaar van verschillende kanten op gewezen dat het afsteken van vuurwerk bij de viering van bevrijdingsdag in Park Transwijk in Utrecht gevolgen kan hebben voor de broedvogels in het gebied.
Wij zijn van mening dat er meer aandacht moet komen voor de negatieve gevolgen van het afsteken van vuurwerk en roepen de provincie op hier iets aan te doen.


Vragen
1. Door het afsteken van vuurwerk wordt eventuele aanwezige fauna in het gebied verstoord en raken
dieren gestresst. In artikel 2 van de Flora en faunawet (hierna: Ffw) staat dat wanneer het vermoeden bestaat dat door handelen nadelige gevolgen voor flora of fauna kunnen worden veroorzaakt, men “verplicht is dergelijk handelen achterwege te laten voorzover zulks in redelijkheid kan worden gevergd, dan wel alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd teneinde die gevolgen te voorkomen of, voorzover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken.” Dit betekent dat wanneer een vergunning om vuurwerk af te steken (de zogenaamde ontbrandingstoestemming) wordt afgegeven, men zeker moet zijn dat er geen dieren worden verstoord. Die voorwaarde zouden wij graag terugzien in het draaiboek vuurwerkevenementen. Bent u bereid het draaiboek hierop aan te passen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord: Nee. Ter bescherming van de fauna is er de Ffw. De bevoegdheid tot handhaven van de in artikel 2 van de Ffw geformuleerde algemene zorgplicht en de ontheffingverlening van artikel 10 en 11 van de Ffw, voor wat betreft het opzettelijk verontrusten van beschermde inheemse diersoorten en het verstoren van de nesten, ligt bij de Minister van LNV. Het toetsingskader voor Gedeputeerde Staten voor het afsteken van vuurwerk ligt vast in het Vuurwerkbesluit. Het draaiboek vuurwerkevenementen heeft geen wettelijke grondslag en is slechts bedoeld als werkbeschrijving om onze handhavingspartners en aanvragers te informeren.

2. Meer specifiek staat in het draaiboek vuurwerkevenementen van de provincie Utrecht dat bij de
aanvraag gekeken moet worden naar de “aanwezigheid van dieren (koeien, paarden etc)”. Wij zien ‘dieren’ breder en willen graag een aanpassing van deze tekst zodat naar alle dieren, die worden verstoord door vuurwerk en met name naar mogelijke nesten van broedende vogels wordt gekeken. Bent u bereid het begrip dieren in deze publicatie breder te trekken tot alle dieren, die door het afsteken van vuurwerk kunnen worden verstoord? Zo nee, waarom niet?

Antwoord: Nee. Het toetsingskader voor Gedeputeerde Staten voor het afsteken van vuurwerk ligt vast in het Vuurwerkbesluit. Het doel van de bepaling in het draaiboek is het beschermen van dieren, die verblijven in agrarische bedrijven en waarvan de aanwezigheid dus voorzienbaar is. Zie verder het antwoord op vraag 1.

3. Op pagina 62 in het draaiboek vuurwerkevenementen staat dat wanneer tijdens het afsteken van het
vuurwerk de gevarenzone door publiek wordt betreden, het afsteekprogramma onverwijld dient te worden onderbroken totdat de gevarenzone weer vrij is van publiek. Wij zouden graag zien dat in deze tekst naast het woord publiek ook het woord ‘dieren’ wordt opgenomen. Bent u bereid dit toe te voegen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord: Pagina 62 van het draaiboek vuurwerkevenementen betreft een standaardvoorschrift uit een voorbeeld toepassingsvergunning. De veiligheid van de toeschouwers is de grondslag voor dit voorschrift. In IPO-verband is een nieuw voorschrift opgesteld met de strekking zoals wordt voorgesteld door de Statenleden. Dit nieuwe voorschrift wordt toegepast.

4. De ministers van VROM en LNV stimuleren het geven van voorlichting over vuurwerk aan de burgers. Hiertoe subsidiëren zij het Landelijk Informatiecentrum Gezelschapsdieren om houders van honden en katten voor te lichten om de hinder voor hun dieren zoveel mogelijk te beperken. Dit vinden wij een goede vorm van voorlichting. Er ontbreekt volgens ons echter het aspect van de gevolgen van het afsteken van vuurwerk voor in het wild levende dieren en het milieu. Graag zien wij dat de provincie daar een voorlichtingscampagne voor start om burgers en organisatoren van evenementen met vuurwerk bewust te maken van de schade die vuurwerk aan kan richten aan milieu en in de vrije natuur levende dieren. Bent u bereid zo’n campagne te steunen en mogelijk zelfs te initiëren? Zo nee, waarom niet?

Antwoord: De Afdeling Vergunningverlening voert in het kader van medebewind een aantal taken uit, daaronder begrepen de taken in het kader van het Vuurwerkbesluit. Het opzetten van een dergelijke informatiecampagne ligt meer op de weg van de ministeries van VROM en LNV. Gezien de al bestaande landelijke voorlichtingscampagne lijkt het meer voor de hand liggend om het verzoek daar neer te leggen.

5. Wij zouden graag zien dat er bij het verlenen van een ontbrandingstoestemming bij evenementen strengere regels gaan gelden. Het aantal vergunningen zou beperkt moeten blijven en het uitgangspunt zou moeten zijn: “Geen vuurwerk tenzij”. Bij dit “tenzij” kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een aantoonbare meerwaarde als attractie en het voorkomen van schade aan dieren of milieu. Bent u bereid het provinciale beleid inzake vergunningen voor vuurwerk aan te scherpen zodat de schade aan het milieu en voor mens en dier sterk vermindert? Zo nee, waarom niet?

Antwoord: Nee. Het toetsingskader voor Gedeputeerde Staten voor het afsteken van vuurwerk ligt vast in het Vuurwerkbesluit. Het Vuurwerkbesluit heeft als uitgangspunt veiligheid. Aspecten zoals luchtkwaliteit en geluidhinder maken geen onderdeel uit van het toetsingskader van het Vuurwerkbesluit.
Aan de ontbrandingstoestemming kunnen voorschriften worden verbonden in het belang van de bescherming van mens en milieu. Een “nee, tenzij doctrine” past naar ons oordeel niet binnen dat criterium en heeft onvoldoende juridische basis in het Vuurwerkbesluit. In IPO-verband zijn standaardvoorschriften ontwikkeld om rechtsongelijkheid tussen provincies te voorkomen. Wij passen deze voorschriften toe.

Gedeputeerde Staten van Utrecht,


Voorzitter,

Secretaris,

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer