Vragen over vispas­seer­baarheid van Utrechtse wateren


Indiendatum: okt. 2008

Onderwerp: Schriftelijke vragen ex art. 47 van het RvO aan het College van GS, gesteld door Wanda Bodewitz, Partij voor de Dieren, Karin Fokker van de Partij van de Arbeid en Titia Beukema van GroenLinks betreffende de vispasseerbaarheid van de Utrechtse wateren


Geacht College van Gedeputeerde Staten,

Toelichting
Jaarlijks sterven in Nederland miljoenen vissen doordat ze vermalen worden in gemalen. De waterbeheerders hebben hier onvoldoende aandacht voor, hoewel zij de verplichting hebben dit probleem aan te pakken. Tevens zijn er inmiddels goede oplossingen voorhanden.

Waterbouwkundige kunstwerken
Het waterbeheer in Nederland heeft geleid tot de bouw van vele waterbouwkundige kunstwerken, zoals stuwen, gemalen en sluizen. Elk van deze kunstwerken vormt een barrière voor vismigratie en beperkt daardoor het leef- en voedselgebied van vissen. In veel polders is daardoor bijvoorbeeld de paling niet meer te vinden. Daarnaast worden naar schatting jaarlijks tientallen miljoenen vissen verminkt of vinden hun dood in de schroeven van gemalen, of de aan een stuw gekoppelde waterkrachtcentrale, doordat zij letterlijk worden vermalen.

Verplichting van de Provincie
Er zijn verscheidene wettelijke verplichtingen waar waterbeheerders en overheden zich aan hebben te houden in het kader van het waterbeheer, de visstand en de vrije migratie van soorten.

· De Flora- en Faunawet kent een algemene zorgplicht voor dieren. Dat wil zeggen dat handelingen waarbij dieren, in casu vissen, nadelige gevolgen ondervinden achterwege gelaten moeten worden, of dat er maatregelen genomen moeten worden die deze gevolgen voorkomen.
· De Benelux-beschikking M (96) 5 (1) stelt dat vrije migratie van vissoorten in alle hydrografische stroomgebieden voor 1 januari 2010 mogelijk moet zijn gemaakt.
· De Kaderrichtlijn Water (KRW) heeft de visstand als ecologische parameter opgenomen waardoor de waterbeheerder verplicht is om maatregelen te treffen om de kwaliteit van de visstand te verbeteren, indien de kwaliteit afwijkt van de referentietoestand. Daarbij dient er sprake te zijn van biodiversiteit. Een water is pas goed wanneer het voor alle kwaliteitselementen goed scoort, het ‘one-out-all-out-principe’. Dit geldt dus ook voor de visstand als kwaliteitsnorm.
· In de Decembernota 2006 (2) stelt de minister van Verkeer en Waterstaat dat visgeleidende maatregelen, voor zover deze relevant zijn voor vismigratie, ten minste dienen te worden gerealiseerd bij nieuw te bouwen of te verbeteren gemalen, stuwen, sluizen en waterkrachtcentrales.
· In de Europese Aalverordening staat dat structurele maatregelen moeten worden genomen om rivieren passeerbaar te maken.

Ook in de provincie Utrecht zijn er talloze barrières voor vissen. Hierdoor is er geen vrije migratie mogelijk, worden veel vissen verminkt of vermalen en neemt de visstand af. Met andere woorden: de provincie Utrecht komt haar verplichtingen in deze nog niet na.

Oplossingen
Om barrières voor vismigratie passeerbaar te maken zijn inmiddels diverse, betaalbare, migratievoorzieningen ontwikkeld die 100% visvriendelijk zijn.


Naar aanleiding van het voorgaande, wil de fractie van de Partij voor de Dieren de volgende vragen stellen:

1) Volgens de Benelux-beschikking M (96) 5 is Nederland verplicht in 2010 alle hydrografische stroomgebieden vispasseerbaar te maken. De provincie heeft een kaderstellende rol in de doorvertaling naar de uitvoering. Hoe gaat u met de waterschappen zorgen dat alle wateren in Utrecht vispasseerbaar worden?

2) Bent u bereid de waterschappen aan te sporen de beschikbare (nieuwe) technieken voor het vispasseerbaar maken van gemalen/ stuwen toe te passen?

3) In de presentatie van 8 september 2008 over de uitvoering van de KRW werd aangegeven dat in het Provinciaal Waterplan komt te staan dat 75 visbarrières worden aangepakt. Hoeveel gemalen bevinden zich onder het genoemde aantal van 75? En kunt u aangeven op welke criteria deze barrières zijn geselecteerd?

4) Wat zal precies de rol van de provincie zijn bij de aanpak van deze knelpunten?

Recentelijk heeft Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden onderzoek uitgevoerd naar knelpunten in vismigratie in het beheergebied. Uit het onderzoek blijkt dat er zich 53 migratieknelpunten in de waterlichamen bevinden. Buiten de waterlichamen bevinden zich nog eens 77 knelpunten. Dat brengt het totaal alleen al op 130 knelpunten in het beheergebied van HDSR. Als men rekening houdt met het feit dat de KRW doelstellingen voor alle wateren gelden, ongeacht of ze zijn aangewezen als waterlichaam, steekt het eerder genoemde aantal van aanpak van 75 knelpunten nogal schril af tegen het totaal van 130 HDSR-knelpunten, zeker als men daarbij ook de ‘Utrechtse’ knelpunten op zou tellen in de waterschappen AGV, Rivierenland en Vallei en Eem.
5) In hoeverre komen de genoemde 75 knelpunten overeen met het knelpuntenonderzoek van HDSR? Wat is de visie van de provincie op de overige knelpunten? M.a.w. Is de provincie Utrecht ook voornemens om zich qua visie en beleid op deze overige knelpunten te richten? Zo nee, waarom niet? Hoeveel gemalen bevinden zich onder het genoemde HDSR aantal van 130

6) Het Provinciaal Waterplan is kaderstellend voor de waterschappen. In hoeverre gaan vismigratie en visvriendelijkheid van gemalen en stuwen terugkomen in het Provinciaal Waterplan?

7) Een van de opdrachten uit de Decembernota 2006 luidt dat bij renovatie van gemalen deze visvriendelijk moeten worden gemaakt. Op welke wijze heeft de provincie vanuit haar kaderstellende en controlerende rol de waterschappen gewezen op de verplichtingen met betrekking tot de vispasseerbaarheid en gecontroleerd of dit aspect in de onderhoudsplanning is meegenomen? Indien dit niet het geval is, op welke wijze gaat dit alsnog gerealiseerd worden?

8) Is er in de huidige begroting van de provincie geld beschikbaar voor het realiseren van vispasseerbaarheid, naast de 2 projecten die binnen het bestedingsprogramma van 1 miljoen vallen t.b.v. het KRW-maatregelenprogramma, of bent u bereid daarvoor gelden beschikbaar te stellen? Zo nee, op welke wijze dient dan de financiering van het realiseren van de verplichtingen van de KRW, de Europese Aalverordening, de Flora- en Faunawet en de Benelux-beschikking M (96) 5 gewaarborgd te worden?

9) De Europese subsidieregeling Interreg biedt mogelijkheden voor de subsidiëring van projecten met betrekking tot waterbeheer en vismigratie in grensoverschrijdende regio’s. Ondanks het feit dat Utrecht geen internationale grenzen heeft, zou hier wellicht toch aanspraak op gemaakt kunnen worden gezien het internationale karakter van het probleem van vismigratie. Wellicht kan ook vanuit de stroomgebiedbenadering hierop ingehaakt worden, gezien het feit dat Utrecht onderdeel uitmaakt van het stroomgebied Rijndelta, als onderdeel van het totale stroomgebied Rijn, en het stroomgebied Rijndelta doorloopt tot in Duitsland (Noordrijn-Westfalen en Nedersaksen). Bent u bekend met bovengenoemde subsidieregeling? Kunt u aangeven welke andere subsidieregelingen mogelijk ook relevant zijn? Bent u bereid projectvoorstellen in te dienen voor deze of andere regelingen en/ of fondsen? Zo nee, waarom niet?

Namens de fractie van de PvdD, PvdA en Groenlinks en hoogachtend,

Wanda Bodewitz,

Karin Fokker,

Titia Beukema

(1) Benelux (1996) Beschikking van het Comité van Ministers van de Benelux Economische Unie inzake de vrije migratie van vissoorten in de hydrografische stroomgebieden van de Beneluxlanden, M (96) 5. Brussel

(2) Ministerie van Verkeer en Waterstaat (2006) Decembernota 2006 KRW/WB21 Beleidsbrief (27 625, nr. 84). Den Haag

Indiendatum: okt. 2008
Antwoorddatum: 25 nov. 2008

Toelichting
Jaarlijks sterven in Nederland miljoenen vissen doordat ze vermalen worden in gemalen. De waterbeheerders hebben hier onvoldoende aandacht voor, hoewel zij de verplichting hebben dit probleem aan te pakken. Tevens zijn er inmiddels goede oplossingen voorhanden.

Waterbouwkundige kunstwerken
Het waterbeheer in Nederland heeft geleid tot de bouw van vele waterbouwkundige kunstwerken, zoals stuwen, gemalen en sluizen. Elk van deze kunstwerken vormt een barrière voor vismigratie en beperkt daardoor het leef- en voedselgebied van vissen. In veel polders is daardoor bijvoorbeeld de paling niet meer te vinden. Daarnaast worden naar schatting jaarlijks tientallen miljoenen vissen verminkt of vinden hun dood in de schroeven van gemalen, of de aan een stuw gekoppelde waterkrachtcentrale, doordat zij letterlijk worden vermalen.

Verplichting van de Provincie
Er zijn verscheidene wettelijke verplichtingen waar waterbeheerders en overheden zich aan hebben te houden in het kader van het waterbeheer, de visstand en de vrije migratie van soorten.

• De Flora- en Faunawet kent een algemene zorgplicht voor dieren. Dat wil zeggen dat handelingen waarbij dieren, in casu vissen, nadelige gevolgen ondervinden achterwege gelaten moeten worden, of dat er maatregelen genomen moeten worden die deze gevolgen voorkomen.
• De Benelux-beschikking M (96) 5 (1) stelt dat vrije migratie van vissoorten in alle hydrografische stroomgebieden voor 1 januari 2010 mogelijk moet zijn gemaakt.
• De Kaderrichtlijn Water (KRW) heeft de visstand als ecologische parameter opgenomen waardoor de waterbeheerder verplicht is om maatregelen te treffen om de kwaliteit van de visstand te verbeteren, indien de kwaliteit afwijkt van de referentietoestand. Daarbij dient er sprake te zijn van biodiversiteit. Een water is pas goed wanneer het voor alle kwaliteitselementen goed scoort, het ‘one-out-all-out-principe’. Dit geldt dus ook voor de visstand als kwaliteitsnorm.
• In de Decembernota 2006 (2) stelt de minister van Verkeer en Waterstaat dat visgeleidende maatregelen, voor zover deze relevant zijn voor vismigratie, ten minste dienen te worden gerealiseerd bij nieuw te bouwen of te verbeteren gemalen, stuwen, sluizen en waterkrachtcentrales.
• In de Europese Aalverordening staat dat structurele maatregelen moeten worden genomen om rivieren passeerbaar te maken.

Ook in de provincie Utrecht zijn er talloze barrières voor vissen. Hierdoor is er geen vrije migratie mogelijk, worden veel vissen verminkt of vermalen en neemt de visstand af. Met andere woorden: de provincie Utrecht komt haar verplichtingen in deze nog niet na.

Oplossingen
Om barrières voor vismigratie passeerbaar te maken zijn inmiddels diverse, betaalbare, migratievoorzieningen ontwikkeld die 100% visvriendelijk zijn.


Naar aanleiding van het voorgaande, wil de fractie van de Partij voor de Dieren de volgende vragen stellen:

1. Volgens de Benelux-beschikking M (96) 5 is Nederland verplicht in 2010 alle hydrografische stroomgebieden vispasseerbaar te maken. De provincie heeft een kaderstellende rol in de doorvertaling naar de uitvoering. Hoe gaat u met de waterschappen zorgen dat alle wateren in Utrecht vispasseerbaar worden?

Antwoord: De Benelux heeft geconstateerd dat de ambitie in de betreffende beschikking niet de juiste is. De ambitie is niet haalbaar en op onderdelen ook niet wenselijk. Er is daarom een herziening van de Benelux-beschikking in voorbereiding. De uitvoeringstermijn zal afgestemd worden op die van de EU-Kaderrichtlijn Water, de EU-Habitatrichtlijn en de in 2007 goedgekeurde EU-aalverordening. Bovendien zal het accent gelegd worden op de aanpak van de prioritaire waterlopen. Dit betekent onder andere dat niet in 2010 maar uiterlijk 2027 het doel moet zijn gerealiseerd en ook dat niet àlle wateren voor àlle soorten, maar de voor vismigratie prioritaire wateren en prioritaire soorten vispasseerbaar moeten zijn. De huidige werkwijze van de waterbeheerders (Rijkswaterstaat en de waterschappen) voor de aanpak van de vismigratieknelpunten is in overeenstemming met de voorziene herziening van de Benelux-beschikking.

De ambitie die wij voorhebben is in lijn met de inhoud van de herziene Benelux-beschikking. Wij hebben een toezichthoudende rol op de waterschappen. De uitvoering is een taak van de waterbeheerders.

Overigens onderschrijven wij dat het vanuit ecologisch standpunt lang niet altijd gewenst is dat alle wateren voor alle soorten passeerbaar zijn. Ecosystemen die voorheen altijd gescheiden waren, en geïsoleerde of moeilijk toegankelijke ecosystemen danken daaraan juist hun uniciteit met kenmerkende fauna-elementen.

2. Bent u bereid de waterschappen aan te sporen de beschikbare (nieuwe) technieken voor het vispasseerbaar maken van gemalen/ stuwen toe te passen?

Antwoord: Het Utrechtse beleid van het passeerbaar maken van barrières is voor het eerst geformuleerd in het eerste Waterhuishoudingsplan (1992) van de provincie en is sindsdien overgenomen door de waterschappen. Het beleid is niet beperkt tot vissen, maar is bedoeld voor alle hier van nature voorkomende fauna-elementen, waar onder ook de macrofauna. De waterschappen hebben op de meeste cruciale punten binnen de natte ecologische infrastructuur al werken uitgevoerd om barrières passeerbaar te maken. Veelal was en is hier provinciale subsidie mee gemoeid, bijvoorbeeld het vispasseerbaar maken van de stuwen in het Langbroekerweteringgebied.

Vanuit onze toezichthoudende rol op de waterschappen zullen wij hen aanspreken op het halen van de doelen. De keuze van technieken is aan de waterschappen zelf.

3. In de presentatie van 8 september 2008 over de uitvoering van de KRW werd aangegeven dat in het
Provinciaal Waterplan komt te staan dat 75 visbarrières worden aangepakt. Hoeveel gemalen bevinden zich onder het genoemde aantal van 75? En kunt u aangeven op welke criteria deze barrières zijn geselecteerd?

Antwoord: In het Waterplan worden de doelen van de KRW vastgelegd, niet de maatregelen. De maatregelen worden vastgelegd door de waterschappen.

Er bevinden zich 35 gemalen in het KRW-vismigratiemaatregelenpakket.

Het genoemde getal van 75 is gebaseerd op een oudere stand van zaken. Volgens de meest recente gegevens is het aantal 89. In de onderstaande tabel is te zien welke maatregelen ten behoeve van vismigratie worden genomen De aanpak van visbarrières, i.c. het vispasseerbaar maken van sluizen, stuwen en gemalen, is daar een onderdeel van.



Het criterium dat door de waterschappen is gehanteerd, is het bereiken van een goede ecologische toestand voor de KRW-waterlichamen. Vissen vormen één van de vier ecologische kwaliteitselementen van de KRW. Om deze KRW-doelen te halen hebben de waterschappen de relevante knelpunten, waaronder knelpunten voor vismigratie, in beeld gebracht. Hierbij is onderzocht welke stuwen en gemalen passeerbaar moeten zijn t.b.v. vismigratie van en naar oppervlaktwaterlichamen, maar ook is er gekeken naar andere maatregelen, zoals de aanleg van paaiplaatsen.

4. Wat zal precies de rol van de provincie zijn bij de aanpak van deze knelpunten?

Antwoord: Aanpak van deze knelpunten is een taak van de waterbeheerders (waterschappen en Rijkswaterstaat). De provincie heeft een rol in het toezicht op de waterschappen. Daarnaast heeft de provincie middelen beschikbaar gesteld voor een versnelling van de uitvoering van KRW-maatregelen.

5. Recentelijk heeft Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden onderzoek uitgevoerd naar knelpunten in vismigratie in het beheergebied. Uit het onderzoek blijkt dat er zich 53 migratieknelpunten in de waterlichamen bevinden. Buiten de waterlichamen bevinden zich nog eens 77 knelpunten. Dat brengt het totaal alleen al op 130 knelpunten in het beheergebied van HDSR. Als men rekening houdt met het feit dat de KRW doelstellingen voor alle wateren gelden, ongeacht of ze zijn aangewezen als waterlichaam, steekt het eerder genoemde aantal van aanpak van 75 knelpunten nogal schril af tegen het totaal van 130 HDSR-knelpunten, zeker als men daarbij ook de ‘Utrechtse’ knelpunten op zou tellen in de waterschappen AGV, Rivierenland en Vallei en Eem.

In hoeverre komen de genoemde 75 knelpunten overeen met het knelpuntenonderzoek van HDSR? Wat is de visie van de provincie op de overige knelpunten? M.a.w. Is de provincie Utrecht ook voornemens om zich qua visie en beleid op deze overige knelpunten te richten? Zo nee, waarom niet? Hoeveel gemalen bevinden zich onder het genoemde HDSR aantal van 130

Antwoord:
• De KRW-doelen voor ecologie gelden alleen voor de aangewezen oppervlaktewaterlichamen en niet voor het overig water. Vissen vallen onder de ecologische doelen.
• In de tabel hierboven zijn de waterschapsmaatregelen op het vlak van vismigratie voor het bereiken van de KRW-doelstelling weergegeven. HDSR gaat voor de KRW-opgave 30 stuwen en sluizen vispasseerbaar maken en 30 gemalen.
• Onze visie op de overige knelpunten is dat wij de aanpak hiervan onderschrijven. Ook bij andere waterschappen zien we dat vismigratie meer aandacht krijgt.
• De KRW-knelpunten hebben bij HDSR prioriteit. HDSR heeft de verwachting dat niet alle overige knelpunten aangepakt hoeven te worden als de KRW-knelpunten zijn opgelost. Welke knelpunten precies overblijven zal HDSR op basis van onderzoek bepalen. Voor dit onderzoek heeft HDSR middelen gereserveerd.
• Zoals aangegeven bij de beantwoording van vraag 2 hebben de waterschappen reeds knelpunten aangepakt en voelen ze zich verantwoordelijk voor vismigratie binnen hun beheergebied. Vanuit onze toezichthoudende rol op de waterschappen zullen wij hen aanspreken op het halen van de doelen.

6. Het Provinciaal Waterplan is kaderstellend voor de waterschappen. In hoeverre gaan vismigratie en visvriendelijkheid van gemalen en stuwen terugkomen in het Provinciaal Waterplan?

Antwoord:
• Vismigratie en visvriendelijkheid van gemalen en stuwen komen niet expliciet terug in het, op 4 november 2008 door GS vastgestelde ontwerp Provinciaal Waterplan, maar zijn een onderdeel van de thema’s “Schoon oppervlaktewater” en “Water en Natuur” (EHS).In het deelplan KRW zijn de doelen voor vissen vanuit de KRW weergegeven.
• Daarnaast zijn in het Provinciaal Waterplan de Natura-2000 gebieden opgenomen. In een aantal van die gebieden, zoals De Botshol, Gooimeer zuidoever en Eemmeer, en de Oostelijke Vechtplassen is door het Rijk specifiek beleid geformuleerd voor o.a. een aantal vissoorten. Bij het opstellen van de beheerplannen voor Natura-2000 gebieden worden daar dan ook eventuele maatregelen voor opgenomen.

7. Een van de opdrachten uit de Decembernota 2006 luidt dat bij renovatie van gemalen deze visvriendelijk moeten worden gemaakt. Op welke wijze heeft de provincie vanuit haar kaderstellende en controlerende rol de waterschappen gewezen op de verplichtingen met betrekking tot de vispasseerbaarheid en gecontroleerd of dit aspect in de onderhoudsplanning is meegenomen? Indien dit niet het geval is, op welke wijze gaat dit alsnog gerealiseerd worden?

Antwoord:
• De Decembernota 2006 moet gezien worden als een gezamenlijk product van het Rijk, de provincies en de waterschappen. Wat daar staat verwoord is richtinggevend voor de waterbeheerders, inclusief de waterschappen. Bij renovatie of groot onderhoud van gemalen wordt visvriendelijkheid aangepakt en naar gelang de locatie cruciaal is binnen de natte ecologische infrastructuur ook de vispasseerbaarheid.

• Vanuit onze toezichthoudende rol op de waterschappen zullen wij hen aanspreken op het halen van de doelen. Daarbij past het controleren van onderhoudsplanningen niet in de filosofie van sturen op hoofdlijnen. Wij spreken hen aan op de te bereiken doelen.

8. Is er in de huidige begroting van de provincie geld beschikbaar voor het realiseren van vispasseerbaarheid, naast de 2 projecten die binnen het bestedingsprogramma van 1 miljoen vallen t.b.v. het KRW-maatregelenprogramma, of bent u bereid daarvoor gelden beschikbaar te stellen? Zo nee, op welke wijze dient dan de financiering van het realiseren van de verplichtingen van de KRW, de Europese Aalverordening, de Flora- en Faunawet en de Benelux-beschikking M (96) 5 gewaarborgd te worden?

Antwoord: er is naast het bestedingsprogramma van 1 miljoen geen geld beschikbaar voor vispasseerbaarheid.
Het realiseren van de KRW-maatregelen alsmede verplichtingen uit Europese wetgeving m.b.t. het waterbeheer is een taak van de waterbeheerders. Hieronder valt ook de financiering. Het KRW-maatregelenprogramma van de Provincie Utrecht is bedoeld om een versnelling te realiseren en niet als structurele bijdrage aan waterschapstaken.

9. De Europese subsidieregeling Interreg biedt mogelijkheden voor de subsidiëring van projecten met betrekking tot waterbeheer en vismigratie in grensoverschrijdende regio’s. Ondanks het feit dat Utrecht geen internationale grenzen heeft, zou hier wellicht toch aanspraak op gemaakt kunnen worden gezien het internationale karakter van het probleem van vismigratie. Wellicht kan ook vanuit de stroomgebiedbenadering hierop ingehaakt worden, gezien het feit dat Utrecht onderdeel uitmaakt van het stroomgebied Rijndelta, als onderdeel van het totale stroomgebied Rijn, en het stroomgebied Rijndelta doorloopt tot in Duitsland (Noordrijn-Westfalen en Nedersaksen).

Bent u bekend met bovengenoemde subsidieregeling? Kunt u aangeven welke andere subsidieregelingen mogelijk ook relevant zijn? Bent u bereid projectvoorstellen in te dienen voor deze of andere regelingen en/ of fondsen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
• Wij zijn bekend met de subsidieregeling.
• De aanpak van Utrechtse vismigratieknelpunten heeft een regionaal karakter, geen internationaal. Interreg subsidies kunnen worden verkregen voor het oplossen van internationale knelpunten of voor kennisinnovatie. Voor het verkrijgen van de subsidie moet een samenwerkingsverband met partijen uit meerdere landen worden opgezet. De vismigratie tussen de Utrechtse wateren en de Europese wateren verloopt via Rijkswater. Wij zijn bereid een rol te spelen in een internationaal project, maar zien binnen het stroomgebied van de Rijn vooral een taak voor Rijkswaterstaat in het bevorderen van de internationale vismigratie.
• De Europese regeling 'LIFE-plus' biedt mogelijkheden voor subsidiëring van maatregelen ten behoeve van sommige vissoorten in Natura 2000 gebieden.

• Het Rijk heeft geld beschikbaar gesteld aan de waterschappen voor de aanpak van vismigratieknelpunten van en naar Rijkswateren. Er is geen Utrechtse regeling specifiek voor vispassages, maar vismigratie kan wel onder de doelstelling van een Ecologische verbindingszone (EVZ) vallen (AVP)
• De aanpak van de knelpunten is, zoals gezegd, een taak van de waterbeheerders. Het ligt niet in de rol van de provincie om voor hen projectvoorstellen in te dienen.


Gedeputeerde Staten van Utrecht,

Voorzitter,

Secretaris,

(1) Benelux (1996) Beschikking van het Comité van Ministers van de Benelux Economische Unie inzake de vrije migratie van vissoorten in de hydrografische stroomgebieden van de Beneluxlanden, M (96) 5. Brussel

(2) Ministerie van Verkeer en Waterstaat (2006) Decembernota 2006 KRW/WB21 Beleidsbrief (27 625, nr. 84). Den Haag

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer