Bijdrage Regionale Energie Stra­te­gieën


23 september 2020

Voorzitter,

Eindelijk ligt het Statenvoorstel Regionale Energie Strategieën voor ons ter bespreking. De RES’sen vormen een langdurig proces, dat zorgvuldig uitgevoerd moet worden en corona heeft voor de nodige uitdagingen en vertraging gezorgd. Hierbij waren, terecht, zorgen om het democratische gehalte van het proces.

Horende de reacties bij onze achterban hebben wij de indruk dat de gemeenten dit inmiddels weer beter kunnen waarborgen.

Voorzitter, onze fractie heeft zorgen over de reductie van de Utrechtse CO2-uitstoot ten opzichte van de landelijke doelstelling. In de infosessie ‘Scenario’s en monitoring van Energietransitie’, van 16 september jongstleden, gaf onderzoeksbureau Ecorys aan dat onze provincie mogelijk slechts 35% CO2-reductie realiseert in 2030, in plaats van de afgesproken 49%. De Partij voor de Dieren vindt het te makkelijk om te zeggen dat andere provincies het Utrechtse tekort wel zullen compenseren. Het verschil van 14% is daarvoor veel te groot. De Gedeputeerde heeft juist eerder al aangegeven meer te willen doen en nu werd vorige week ook bekend dat de Europese Unie een hogere reductie-opgave van haar lidstaten gaat vragen, namelijk 55% in plaats van 49% CO2-reductie in 2030. We vragen ons af in hoeverre de RES-regio’s hiermee rekening kunnen gaan houden, bij de verdere uitwerking van het RES-proces. Kan de Gedeputeerde toezeggen 55% reductie in 2030 als ondergrens af te spreken met de drie RES-regio’s?

We zien ook dat vooral de RES Regio Amersfoort de rol van biomassa in de toekomstige energiemix onderzoekt. Maar, voorzitter, met alleen frituurvet redden we het niet. Het verslepen van bomen vanuit Canada naar hier is niet duurzaam. Biomassa is niet duurzaam. Ondertussen wordt dat meer en meer onderschreven. De Partij voor de Dieren blijft daarom aandringen dat biomassa geen onderdeel zou moeten uitmaken van de energiemix van welke RES-regio dan ook.

Er zal daarom moeten worden gekeken dan andere vormen van het duurzaam opwekken van energie zoals geothermie en waterstof, naast de bewezen technologieën zon en wind. Maar voorzitter, hoewel er fors ingezet zal moeten worden op zon- en windenergie, betekent dat ook weer niet dat we dan maar windmolens en zonneweides in natuurgebieden moeten aanleggen, ongeacht of er aan bepaalde, strenge voorwaarden wordt voldaan. In onze kleine, drukke provincie staan we voor grote ruimtelijke opgaven en is het van groot belang dat natuur niet verder opgeofferd maar juist versterkt wordt. Door meer bomen te planten, kan immers ook CO2 uit de lucht opgenomen worden. Onze fractie is dan ook voorzichtig optimistisch dat Defensie heeft aangegeven dat er niet 14 windmolens op de Leusderheide gebouwd kunnen worden. Als alternatief wordt gesproken over 7 windturbines op een aangrenzend terrein, langs de A28 en spoorlijn Amersfoort-Utrecht. Kan de Gedeputeerde aangeven wanneer de resultaten van dat onderzoek worden verwacht? En kan hij ook toezeggen dat een voornemen voor grootschalige energie-opwekking op de Leusderheide niet ter sprake komt, voordat alle alternatieven zijn uitgeput, en dat zij over die andere mogelijkheden ook met natuur- en andere belangenorganisaties in gesprek gaat?

Wanneer er wél windmolens en zonneweides gebouwd worden, verwachten wij dat hierbij rekening wordt gehouden met dier en natuur. We pleiten daarom voor zoveel mogelijk zonnepanelen op beschikbare daken. Wat windmolens betreft moet er gekeken worden of er een minimale tiphoogte gerealiseerd kan worden. Dit omdat veel vogels en vleermuizen op dagelijkse basis vaak maar tot een hoogte van ongeveer 80 meter vliegen, daarboven vormen windmolens een minder groot gevaar voor hen. Verder kan het schelen windmolens stil te zetten tijdens de vogeltrek. En voorzitter, ook wij hebben met interesse kennis genomen van het Noorse onderzoek*, waar GroenLinks al aan refereerde. Wij onderschrijven dan ook de vraag aan de Gedeputeerde of hij bereid is hier aanvullend onderzoek naar te doen.

Tot slot voorzitter, naast het duurzaam opwekken van energie, is energie die je niet gebruikt natuurlijk de meest duurzame optie. Waar we zien dat het plaatsen van duurzame energiebronnen planning en dus tijd kost, weten we van besparen dat dit op korte termijn kan. Graag een reactie hoe het college haar inspanningen wil intensiveren, want besparen nu betekent ook dat het percentage duurzame opgewekte energie in 2030 aanzienlijk verhoogd kan worden.

Wat betreft kernenergie, daar is de Partij voor de Dieren tegen. Elke motie die ook maar hint naar onderzoek naar kernenergie zullen wij niet steunen. Kerncentrales brengen onnodige risico’s met zich mee en zorgen voor afval dat honderdduizenden jaren levensgevaarlijk blijft. Daarnaast is kernenergie afhankelijk van eindige grondstoffen en daarom ook geen goed alternatief voor fossiele energiebronnen.

Voorzitter, dank u wel

*https://www.nina.no/english/Ne...