Vragen over aanrijdingen met reeën

Geachte College van Gedeputeerde Staten,

Toelichting

Reeën komen bijna overal in Nederland voor. Reeën zijn door hun natuurlijke gedrag belangrijk voor het vergroten van de biodiversiteit. Met hun graasgedrag plegen reeën natuurlijke bosbeheer en via vacht en uitwerpselen zorgen ze voor verspreiding van zaden. Zo ook in Utrecht: de meeste populaties bevinden zich op en rondom de Utrechtse Heuvelrug. Het ree is daarnaast een aansprekend dier en het oog in oog staan met een ree vormt voor veel mensen vaak een bijzonder moment.  

De reeënpopulatie is hersteld van een neergang ten tijde van de Tweede Wereldoorlog, maar ook de bevolking is toegenomen: het bebouwde gebied en het wegennetwerk is sindsdien enorm uitgebreid. Jaarlijks vinden gemiddeld 300 aanrijdingen met reeën plaats in de provincie Utrecht.[1] Materiële schade en dikwijls (grote) schrik zijn hiervan het gevolg voor de mens, en 5 tot 10% van de reeënpopulatie sterft door aanrijdingen.[2]

De Dierenbescherming, LandschappenNL, Vereniging Het Reewild en de Zoogdiervereniging hebben in het rapport ‘Leidraad vermindering aanrijdingen reeën’ op basis van de meest actuele kennis en inzichten een leidraad opgesteld om het aantal aanrijdingen met reeën te verminderen.

Graag willen we u in het verlengde van het bovenstaande een aantal vragen voorleggen.

Vragen

In 2015 hebben wij u vragen gesteld over proeven met open wegbermen tegen wildaanrijdingen. U gaf toen aan Natuurmonumenten te zullen benaderen met de vraag of zij ook in Utrecht een proef willen starten met open wegbermen.[3]

1.    Wij zijn erg benieuwd naar de uitslagen van deze proef. Heeft deze proef plaatsgevonden en zoja, wat zijn de resultaten daarvan?

In het rapport ‘Leidraad vermindering aanrijdingen reeën’ is aangegeven dat  het beheer van reeën vraagt om een goede onderbouwing. De wet Natuurbescherming bepaalt in artikel 3.8 dat afschot pas aan de orde is indien er geen andere bevredigende oplossing is.

2.    Hoe heeft u dit uitgangspunt geïmplementeerd in het provinciale beleid rondom reeën?

In het rapport ‘Leidraad vermindering aanrijdingen reeën’ is aangegeven dat het aantal  aanrijdingen met reeën kan worden teruggebracht als overheden, terrein- en wegbeheerders en faunabeheereenheden samenwerken en kiezen voor gedegen onderzoek en aanpak per gebied en situatie. Dit maakt effectief en diervriendelijk maatwerk mogelijk.

3.    Heeft u de aanbevelingen uit het rapport ‘Leidraad vermindering aanrijdingen reeën’ opgenomen in het provinciaal beleid rondom reeën en kunt u dit nader toelichten?

In het provinciale Beleidskader Wet natuurbescherming[4] is aangegeven dat het planmatig en gecoördineerde beheer van Reeën is vastgelegd in het faunabeheerplan van de Faunabeheereenheid. In het op d.d. 2 februari 2017 vastgestelde Faunabeheerplan 2017-20121 is echter geen informatie omtrent reeën opgenomen.[5]  

4.    Met welke reden is hier geen invulling aan gegeven en kunt u aangeven wanneer en in welk beleidsdocument het beheer van reeën en het voorkomen van ree-aanrijdingen is of wordt  uitgewerkt?

5.    Bent u bereid bij eventueel nog op te stellen provinciaal beleid rondom reeën en ree-aanrijdingen gehoor te geven aan de aanbevelingen uit de ‘Leidraad vermindering aanrijdingen reeën’?  

In het provinciale Beleidskader Wet natuurbescherming staat dat er gekozen is voor een reeënbeheer waarbij op basis van een knelpuntenanalyse (hotspots) werkplannen worden opgesteld. Breed samengestelde reeënbeheercommissies geven aan welke onderdelen deze jaarlijkse werkplannen minimaal moeten bevatten.

6.    Welke partijen maken deel uit van deze breed samengestelde reeënbeheercommissies?

7.    Kunt u aangeven waar de ‘werkplannen rondom reeën’ zijn terug te vinden en als deze nog niet zijn opgesteld, bent u dan bereid om de aanbevelingen uit de ‘Leidraad vermindering aanrijdingen reeën’ tevens hiervoor als uitgangspunt te hanteren of aan te dragen aan de partijen die deze werkplannen zullen opstellen?   

In het provinciale Beleidskader Wet natuurbescherming staat ook het volgende:

“Onze ambitie is om op basis van deze aanpak het aantal aanrijdingen met reeën omlaag te brengen, bij voorkeur door verkeers- en wegmaatregelen (…) Zo nodig stellen wij een provinciaal uitvoeringsprogramma op met maatregelen om wildaanrijdingen te voorkomen. Dit programma kan dienen als de provinciale inzet bij de reeënbeheercommissies.”

8.   Is er een provinciaal uitvoeringsprogramma opgesteld of zijn er plannen daartoe, en kunt u aangeven hoe de aanbevelingen uit de ‘Leidraad vermindering aanrijdingen reeën’ hierin verwerkt zijn -of worden?

9.   Bent u gezien de preventieve en diervriendelijke mogelijkheden om aanrijdingen met reeën te beperken -zoals vermeld in de ‘Leidraad vermindering aanrijdingen reeën’- bereid om af te zien van het afschot van reeën als maatregel voor het terugdringen van aanrijdingen, ofwel hiertoe gedurende een bepaalde periode op in te zetten alvorens te evalueren?

Namens de Partij voor de Dieren en hoogachtend,

Hiltje Keller

[1] http://utrecht.faunabeheereenheid.com/wp-content/uploads/sites/7/2016/06/2011-12-15-Eindrapport-Onderzoek-Valwild.pdf

[2] http://www.reewild.nl/files/9514/8647/3565/DB_Leidraad_Reeen_LR2-lossepaginas.pdf

[3] https://utrecht.partijvoordedieren.nl/vragen/vragen-over-proef-met-open-wegbermen-tegen-aanrijdingen

[4] https://www.provincie-utrecht.nl/publish/library/14/beleidskader_wnb_22-12-2016.pdf

[5] http://utrecht.faunabeheereenheid.com/wp-content/uploads/sites/7/2017/02/2017-02-28-FBP-Jachtenvrijgesteld.pdf

 

Antwoorden

Geachte College van Gedeputeerde Staten,

Toelichting

Reeën komen bijna overal in Nederland voor. Reeën zijn door hun natuurlijke gedrag belangrijk voor het vergroten van de biodiversiteit. Met hun graasgedrag plegen reeën natuurlijke bosbeheer en via vacht en uitwerpselen zorgen ze voor verspreiding van zaden. Zo ook in Utrecht: de meeste populaties bevinden zich op en rondom de Utrechtse Heuvelrug. Het ree is daarnaast een aansprekend dier en het oog in oog staan met een ree vormt voor veel mensen vaak een bijzonder moment.  

De reeënpopulatie is hersteld van een neergang ten tijde van de Tweede Wereldoorlog, maar ook de bevolking is toegenomen: het bebouwde gebied en het wegennetwerk is sindsdien enorm uitgebreid. Jaarlijks vinden gemiddeld 300 aanrijdingen met reeën plaats in de provincie Utrecht.[1] Materiële schade en dikwijls (grote) schrik zijn hiervan het gevolg voor de mens, en 5 tot 10% van de reeënpopulatie sterft door aanrijdingen.[2]

De Dierenbescherming, LandschappenNL, Vereniging Het Reewild en de Zoogdiervereniging hebben in het rapport ‘Leidraad vermindering aanrijdingen reeën’ op basis van de meest actuele kennis en inzichten een leidraad opgesteld om het aantal aanrijdingen met reeën te verminderen.

Graag willen we u in het verlengde van het bovenstaande een aantal vragen voorleggen.

Vragen

In 2015 hebben wij u vragen gesteld over proeven met open wegbermen tegen wildaanrijdingen. U gaf toen aan Natuurmonumenten te zullen benaderen met de vraag of zij ook in Utrecht een proef willen starten met open wegbermen.[3]

1.    Wij zijn erg benieuwd naar de uitslagen van deze proef. Heeft deze proef plaatsgevonden en zoja, wat zijn de resultaten daarvan?

1. Antwoord
De proef heeft als zodanig niet plaatsgevonden. Met de reewildbeheercommissies is afgesproken dat als zich
concrete situaties voordoen die vragen om aanpassingen van het bermbeheer of beplantingen, de partijen
elkaar weten te vinden om de aanpassingen waar mogelijk door te voeren.
ln de praktijk zijn er al wel praktische maatregelen uitgevoerd. Sinds enkele jaren worden alle bermen langs de
provinciale wegen één keer (zandronden) of twee keer per jaar (klei- en veengronden) gemaaid. Het maaisel
wordt daarbij afgevoerd. Daardoor ontstaan, zeker op de zandgronden op de heuvelrug, schrale bermen waarin
het gewas minder hoog opgroeit en minder voedingswaarde heeft voor reeën. Op locaties waar bermen
aantrekkingskracht hebben op reeën, vanwege een aantrekkelijk gewas, (N234 Bilthoven) wordt gerichter
gemaaid om reeën direct langs de weg te weren. Bij bomen wordt langs de provinciale wegen vanaf de
aanplant al vormsnoei toegepast om de kroon zo snel mogelijk voldoende doorrijhoogte te krijgen. Dat
verbetert ook het zicht op de omgeving.

In het rapport ‘Leidraad vermindering aanrijdingen reeën’ is aangegeven dat  het beheer van reeën vraagt om een goede onderbouwing. De wet Natuurbescherming bepaalt in artikel 3.8 dat afschot pas aan de orde is indien er geen andere bevredigende oplossing is.

2.    Hoe heeft u dit uitgangspunt geïmplementeerd in het provinciale beleid rondom reeën?

2. Antwoord
Sinds 2014 is er regulier overleg in de reewildbeheercommissies tussen de Wildbeheereenheden Wbe's
terreinbeheerders, beheerders van de infrastructuur van Rijk, provincie en gemeenten over het beheer van
reeën en met name het terugdringen van aanrijdingen met reeën. Het meest intensief gebeurt dat in de
Gelderse Vallei, het Kromme Rijngebied en op de Heuvelrug, omdat daar de meeste reeën voor komen en ook
de meest aanrijdingen plaatsvinden. De overleggen zijn jaarlijks in het Noorderpark, Eemland en de
Lopikenraard. ln de overleggen komen maatregelen m.b.t. het plaatsen van rasters, wildspiegels, borden en
populatiebeheer aan de orde, gericht op het uitvoeren van de voorgestelde maatregelen. De maatregelen
verschillen per deelgebied aftankelijk van de spreiding en populatiedichtheid van de reeën. Er zal binnenkort
een verdere uitwerking en financiering voor de maatregelen, extra wildspiegels en locaties voor
wildwaarschuwingssystemen, Programma oversteekbaarheid dieren, aan GS voor besluitvorming worden
voorgelegd.

In het rapport ‘Leidraad vermindering aanrijdingen reeën’ is aangegeven dat het aantal  aanrijdingen met reeën kan worden teruggebracht als overheden, terrein- en wegbeheerders en faunabeheereenheden samenwerken en kiezen voor gedegen onderzoek en aanpak per gebied en situatie. Dit maakt effectief en diervriendelijk maatwerk mogelijk.

3.    Heeft u de aanbevelingen uit het rapport ‘Leidraad vermindering aanrijdingen reeën’ opgenomen in het provinciaal beleid rondom reeën en kunt u dit nader toelichten?

3. Antwoord
Ja. De leidraad geeft maatregelen aan die in Utrecht op de volgende wijze zijn doorgevoerd:

  • Jaarlijks worden door de wildbeheereenheden en teneinbeheerders tellingen uitgevoerd volgensstandaard telmethoden. Daarmee wordt een goed beeld verkregen van de populatieontwikkeling per deelgebied.
  • De Stichting Valwild houdt de aanrijdingen met reeën bij, met informatie over locatie, datum, tijd ennadere bijzonderheden. Dat geeft inzicht waar aanvullende maatregelen nodig zijn.
  • Met terreinbeheerders is afgesproken dat er bij verstorende werkzaamheden in bossen zoals het dunnen van bos, of aanleg van fietspaden, langs de doorgaande wegen extra waarschuwingsborden geplaatst worden.
  • Terreinbeheerders passen recreatieve zonering van terreinen toe, om voldoende rustgebied te hebben. Er vindt o.a. handhaving plaats op o.a. loslopende honden, mountainbiken waar dat niet is toegestaan.
  • Het Rijk, ProRail en provincie hebben bij de rijkswegen, spoorwegen en provinciale wegen diverse ecoducten en grote faunatunnels gebouwd, mede als oversteek voor reeën. De rijkswegen en spoorwegen in de provincie Utrecht staan inmiddels vrijwel geheel in de rasters waar het leefgebied van reeën betreft. Er is overleg met Rijkswaterstaat om, indien nodig, langs de A2 en de A1 (Lopikerwaard) plaatselijk rasters te plaatsen.
  • Het instellen van een permanente verlaging van de maximumsnelheid is echter een minder geschikte maatregel om wildongevallen op gebiedsontsluitingswegen tegen te gaan. Belangrijkste overweging hierbij is dat de oversteekproblematiek rondom groot wild in veel gevallen seizoens- en tijdstip gebonden is. Dit betekent dat een permanente snelheidsverlaging een groot deel van de dag of zelfs van het jaar geen functie heeft hetgeen de acceptatie van een dergelijke maatregel niet ten goede komt. De provincie Utrecht gaat terughoudend om met het toepassen van snelheidsverlagingen op haar wegen zoals ook beschreven is in de notitie 'Snelheidsregimes op provinciale wegen' die op 24 januari 2017 is vastgesteld.
  • Wildwaarschuwingssystemen, wildspiegels en borden. Er zal binnenkort een verdere uitwerking en financiering voor de maatregelen, extra wildspiegels en locaties voor wildwaarschuwingssystemen, Programma oversteekbaarheid dieren, aan GS voor besluitvorming worden voorgelegd.
  • ln overleg met de Wbe's, terreinbeheerders en wegbeheerders, te weten het Rijk, ProRail, Defensie en provincie zijn de locaties waar wildspiegels nodig zijn in kaart gebracht. ln overleg met de betreffende wegbeheerders wegenbeh eet zal dit waar nodig en mogelijk aangevuld worden.
  • De gemeente Leusden heeft de gemeentelijke wegen waar dat noodzakelijk was, van wildspiegels voorzien. Met defensie wordt overleg gevoerd over het plaatsen van extra wildspiegels op defensiewegen op de Heuvelrug.
  • De provincie plaatste de afgelopen twee jaar in de maanden april - juni tijdelijk extra opvallende waarschuwingsborden langs de provinciale wegen, omdat in deze maanden meer dan gemiddeld reeën oversteken.. De werking van deze maatregel zal over enkele jaren geëvalueerd worden.
  • Rijkswaterstaat heeft ter hoogte van Breukelen en Houten faunauittreedplaatsen gemaakt in het Amsterdam- Rijnkanaal op locaties waar reeën te water raken. Bij Nigtevecht zijn deze voozieningen langs het Amsterdam - Rijnkanaal in aanbouw. De provincie Utrecht heeft de rivier de Eem door de jaren heen van natuurvriendelijke oevers voorzien waardoor het aan verdrinkingen van reen praktisch tot nul is teruggebracht.

In het provinciale Beleidskader Wet natuurbescherming[4] is aangegeven dat het planmatig en gecoördineerde beheer van Reeën is vastgelegd in het faunabeheerplan van de Faunabeheereenheid. In het op d.d. 2 februari 2017 vastgestelde Faunabeheerplan 2017-20121 is echter geen informatie omtrent reeën opgenomen.[5]  

4.    Met welke reden is hier geen invulling aan gegeven en kunt u aangeven wanneer en in welk beleidsdocument het beheer van reeën en het voorkomen van ree-aanrijdingen is of wordt  uitgewerkt?

4. Antwoord
Het faunabeheerplan dat in januari 2017 is goedgekeurd had betrekking op jacht en op de landelijk vrijgestelde
soorten. Daar valt het ree niet onder. De Faunabeheereenheid is voomemens eind 2017 het faunabeheerplan
ook voor de overige soorten, waaronder het ree, ter goedkeuring aan te bieden. Tot dat moment blijft het
Faunabeheerplan 2014 -201 I voor deze overige soorten van kracht.

5.    Bent u bereid bij eventueel nog op te stellen provinciaal beleid rondom reeën en ree-aanrijdingen gehoor te geven aan de aanbevelingen uit de ‘Leidraad vermindering aanrijdingen reeën’?  

Antwoord 5
Bij vraag 1 en 4 hebben wij aangegeven welke aanbevelingen wij via maatregelen hebben geëeffectueerd.
ln het provinciale Beleidskader Wet natuurbescherming staat dat er gekozen is voor een reeënbeheer waarbij
op basis van een knelpuntenanalyse (hotspots) werkplannen worden opgesteld. Breed samengestelde
reeënbeheercommissies geven aan welke onderdelen deze jaarlijkse werkplannen minimaal moeten bevatten.

In het provinciale Beleidskader Wet natuurbescherming staat dat er gekozen is voor een reeënbeheer waarbij op basis van een knelpuntenanalyse (hotspots) werkplannen worden opgesteld. Breed samengestelde reeënbeheercommissies geven aan welke onderdelen deze jaarlijkse werkplannen minimaal moeten bevatten.

6.    Welke partijen maken deel uit van deze breed samengestelde reeënbeheercommissies?

Antwoord 6
Partijen die deel uitmaken van de reewildbeheercommissies zijn: afgevaardigden van de Wbe's.
teneinbeheerders, afhankelijk van het gebied *( Staatsbosbeheer, Het Utrechts Landschap en of Natuur
monumenten) gemeente en de provincie (o.a. wegbeheerders). Waar nodigworden de overleggen
uitgebreid met afuaardiging van Defensie (wegen op de heuvelrug) Rijkswaarstaat en ProRail.

7.    Kunt u aangeven waar de ‘werkplannen rondom reeën’ zijn terug te vinden en als deze nog niet zijn opgesteld, bent u dan bereid om de aanbevelingen uit de ‘Leidraad vermindering aanrijdingen reeën’ tevens hiervoor als uitgangspunt te hanteren of aan te dragen aan de partijen die deze werkplannen zullen opstellen?   

Antwoord 7
Zie antwoord onder 1, 4 en 5. De betreffende werkplannen kunnen via een vezoek aan de Faunabeheereenheid (Fbe) opgevraagd worden. De FBE houdt zich het recht voor om niet relevante persoonsgegevens waar nodig te anonimiseren.

In het provinciale Beleidskader Wet natuurbescherming staat ook het volgende:

“Onze ambitie is om op basis van deze aanpak het aantal aanrijdingen met reeën omlaag te brengen, bij voorkeur door verkeers- en wegmaatregelen (…) Zo nodig stellen wij een provinciaal uitvoeringsprogramma op met maatregelen om wildaanrijdingen te voorkomen. Dit programma kan dienen als de provinciale inzet bij de reeënbeheercommissies.”

8.   Is er een provinciaal uitvoeringsprogramma opgesteld of zijn er plannen daartoe, en kunt u aangeven hoe de aanbevelingen uit de ‘Leidraad vermindering aanrijdingen reeën’ hierin verwerkt zijn -of worden?

Antwoord 8                                                                                                                                                                                                                                 Zie antwoord onder 1 en 4

9.   Bent u gezien de preventieve en diervriendelijke mogelijkheden om aanrijdingen met reeën te beperken -zoals vermeld in de ‘Leidraad vermindering aanrijdingen reeën’- bereid om af te zien van het afschot van reeën als maatregel voor het terugdringen van aanrijdingen, ofwel hiertoe gedurende een bepaalde periode op in te zetten alvorens te evalueren?

Antwoord 9
De provincie heeft het Faunabeheerplan 2014 -2019 goedgekeurd en beschouwt dit als onderbouwing voor de
onthefüngsaanvraag voor afschot. De'Leidraad vermindering aanrijdingen met reeën' is bekend bij de Fbe en
we gaan er van uit dat zij betrokken worden bij het opstellen van het nieuwe faunabeheerplan.


[Voor links naar voetnoten: zie weblinks bij vragen die hierboven staan weergegeven]