Vragen over proef met open wegbermen tegen wildaan­rij­dingen


Indiendatum: aug. 2015

Toelichting

Elk jaar worden vinden er bijna 300 aanrijdingen met reeën plaats in de provincie Utrecht. Dat betekent dat er per maand gemiddeld 20 keer een ree wordt geraakt door een auto. Voor zowel mens als dier is dit zeer onwenselijk. Naast veel dierenleed wordt er elk jaar ook rond €2.000.000 aan schade veroorzaakt door botsingen tussen auto’s en reeën.[1]

Zowel in het rapport van Schoon (2011) als in het Faunabeheerplan 2014-2019 wordt het belang van infrastructurele maatregelen onderschreven om de verkeersveiligheid voor mens en dier te verbeteren. Onder andere vegetatiebeheer van wegbermen wordt genoemd. Zo adviseert Schoon (2011) het volgende: “Houd wegbermen vrij van hoge en dichte beplanting. Hierdoor neemt de zichtbaarheid van eventueel in de berm aanwezig dieren toe en kunnen aanrijdingen worden voorkomen.”

Graag willen we u in vervolg op het bovenstaande een aantal vragen voorleggen:

1. Welke infrastructurele maatregelen zijn er reeds in de provincie Utrecht getroffen om aanrijdingen met reeën te voorkomen ter uitvoering van het in het Faunabeerplan gestelde? Indien geen, waarom niet?

Onlangs heeft Natuurmonumenten een proef gedaan met open wegbermen in Gelderland. Hieruit bleek dat dit een zeer succesvolle maatregel is. Er komen zelfs bijna geen aanrijdingen meer voor op deze locaties, omdat de brede open wegbermen, waar de vegetatie is verwijderd, het overzicht verbetert en de dieren afschrikt.[2]

2. Heeft u kennis genomen van de succesvolle proef van Natuurmonumenten?

3. Onderschrijft u de potentie van open wegbermen in het voorkomen van aanrijdingen met reeën?

4. Natuurmonumenten wil de proef gaan uitbreiden, zo kondigde een woordvoerder aan. Bent u bereid om Natuurmonumenten te benaderen met de vraag of zij ook in Utrecht een proef willen doen met open wegbermen? Zo nee, waarom niet?

5. Bent u bereid om zelf een proef te starten me open wegbermen bij Utrechtse hotspots? Zo nee, waarom niet?

Namens de Partij voor de Dieren en hoogachtend,

Hiltje Keller

[1] Schoon, ‘Pas op: overstekend wild! Aanrijdingen met reeën in Utrecht’, 2011.

[2]http://www.edestad.nl/lokaal/minder_wildaanrijdingen_door_open_wegbermen_3709991.html#.VXxf5ekVgqM

Indiendatum: aug. 2015
Antwoorddatum: 25 aug. 2015

Toelichting

Elk jaar worden vinden er bijna 300 aanrijdingen met reeën plaats in de provincie Utrecht. Dat betekent dat er per maand gemiddeld 20 keer een ree wordt geraakt door een auto. Voor zowel mens als dier is dit zeer onwenselijk. Naast veel dierenleed wordt er elk jaar ook rond €2.000.000 aan schade veroorzaakt door botsingen tussen auto’s en reeën.[1]

Zowel in het rapport van Schoon (2011) als in het Faunabeheerplan 2014-2019 wordt het belang van infrastructurele maatregelen onderschreven om de verkeersveiligheid voor mens en dier te verbeteren. Onder andere vegetatiebeheer van wegbermen wordt genoemd. Zo adviseert Schoon (2011) het volgende: “Houd wegbermen vrij van hoge en dichte beplanting. Hierdoor neemt de zichtbaarheid van eventueel in de berm aanwezig dieren toe en kunnen aanrijdingen worden voorkomen.”

Graag willen we u in vervolg op het bovenstaande een aantal vragen voorleggen:

1. Welke infrastructurele maatregelen zijn er reeds in de provincie Utrecht getroffen om aanrijdingen met reeën te voorkomen ter uitvoering van het in het Faunabeerplan gestelde? Indien geen, waarom niet?

Antwoord: Er worden in de provincie Utrecht gerichte maatregelen tegen aanrijdingen met reeën genomen. De zogenaamde wildspiegels, berminrichting maar ook grote veranderingen zoals ecoducten of wild signaleringsystemen hebben invloed op de hoeveelheid aanrijdingen.

ln overleg met de Afdeling Wegen is afgesproken dat aanpassingen aan de wegberm zullen worden meegenomen op het moment dat de betreffende wegen grootschalig worden aangepakt. Zo zijn er voor de locatie bij hotspot N226b plannen om een ecoduct aan te leggen. De exacte ligging is nog niet bekend. Bij de bepaling van de locatie wordt onder andere rekening gehouden met aanrijdingen met reewild en de effecten van het toekomstig ecoduct.

ln de provincie Utrecht zijn de /aafsfe tijd meer blauwe wildspiegels gep/aafs die beter lijken te werken. ln de trajectaanpak wegen brengen we daarnaast nieuwe maatregelen in zoals mogelijk gebruik van wildwaarschuwngssysfernen, aangepast maaibeheer, plaatsen van drempels waar mogelijk en verlagen van de maximum snelheid.

Onlangs heeft Natuurmonumenten een proef gedaan met open wegbermen in Gelderland. Hieruit bleek dat dit een zeer succesvolle maatregel is. Er komen zelfs bijna geen aanrijdingen meer voor op deze locaties, omdat de brede open wegbermen, waar de vegetatie is verwijderd, het overzicht verbetert en de dieren afschrikt.[2]

2. Heeft u kennis genomen van de succesvolle proef van Natuurmonumenten?

Antwoord: Ja, wij hebben hier kennis van genomen.

3. Onderschrijft u de potentie van open wegbermen in het voorkomen van aanrijdingen met reeën?

Antwoord: Wij onderschrijven de potentie, zoals ook in Schoon (201 1) genoemd wordt:

"Veel van de aanrijdingen vinden nu plaats in bosrijk gebied waar de begroeiing tot op de wegkant staat. Door gericht de bermen en randen langs wegen met het oog op het vergroten van de zichtbaarheid voor zowel het ree als de weggebruiker te beheren, moet het mogelijk zijn om het gedrag van het ree en de weggebruiker te manipuleren. Enerzijds wordt door een dergelijk beheer de habitat ter plekke onaantrekkelijk, en anderzijds wordt de zichtbaarheid van het ree en de weggebruiker vergroot waardoor aanrijdingen kunnen worden voorkomen".


Andere beheeraanpassingen (zoals genoemd in antwoord 1, maar ook beperking in verkeersvolume of verlagen van maximum snelheid tijdens de nachtelijke uren) zouden ook goede resultaten kunnen opleveren, mogelijk in combinatie met open wegbermen. Wij willen wel de kanttekening plaatsen dat open wegbermen een grotere barrière kunnen vormen voor andere diersoorten, die de weg willen oversteken, zoals bijvoorbeeld eekhoorns of marters. Als boomkruinen elkaar raken, dan kunnen zij over de weg via de boomkruinen oversteken zonder daarbij aangereden te worden. Open wegbermen kunnen voor deze sooften versnipperend werken, daar waar het Natuurnetwerk tot doel heeft te ontsnipperen. Daarnaast kunnen andere natuurwaarden worden aangetast om open wegbermen te creëren, denk bijvoorbeeld aan de kap van 150 jaar oude beuken. Daarom zal op sommige locaties eerder gedacht moeten worden aan ecoducten of andere maatregelen. De locatiekeuze van een eventueel experiment voor open wegbermen zal dus belangrijk zijn, waar niet alleen naar aanwezigheid en aanrijdingen met reeën gekeken moeten worden, maar ook naar andere diersoorten.

4. Natuurmonumenten wil de proef gaan uitbreiden, zo kondigde een woordvoerder aan. Bent u bereid om Natuurmonumenten te benaderen met de vraag of zij ook in Utrecht een proef willen doen met open wegbermen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord: Ja, wij zijn hiertoe bereid.

5. Bent u bereid om zelf een proef te starten me open wegbermen bij Utrechtse hotspots? Zo nee, waarom niet?

Antwoord: Wj zijn hiertoe bereid, maar wij willen wel randvoorwaarden plaatsen aan de locatiekeuze, zoals reeds bij het antwoord op vraag 3 beschreven. Daarnaast vinden er voorbereidingen plaats om in onder andere de provincie Utrecht een zwaartepuntbeheerexperiment met gericht afschot rond een aantal hotspotlocaties uit te voeren, conform de methodiek beschreven door Groot Bruinderink et al., 2009, Schoon, 2011 en de FBE Utrecht, 2006 - 2012. Een en ander is beschreven in het rapport van Bongen 2014, wat wij u kunnen doen toekomen. De resultaten van dit beheerexperiment zullen landelijk gedeeld worden. Het is niet wenselijk dat twee pilotprojecten elkaar kruisen, aangezien de resultaten van beide proeven hierdoor beinvloed worden.

De meeste aanrijdingen met reeën in Utrecht vinden plaats op de Utrechtse Heuvelrug en de gebieden direct ter weerszijden daarvan. De meeste aanrijdingen vinden plaats op gemeentelijke wegen (55%), op de voet gevolgd door provinciale wegen (41%). Overigens betreffen de hotspots niet enkel bosgebied, maar ook afwisseling tussen bosgebied en landbouwgebied. ln een enkel geval betreft het grasland met houtwallen en singels, waar landgoederen aan weerszijden de weg eigendomsrechten bezitten. Naast deze hotspots zijn er nog een paar andere locaties waar regelmatíg reeën worden aangereden, waar de weg onder het gemeentelijke gezag valt.


Concreet: om een integrale afweging (Afdeling Wegen, Afdetingen FLO en IJFL, betreffende gemeente(n), terreinbeherende organisatie/perceeleigenaren) te kunnen maken die zowel voor weggebruiker als flora en fauna ter plekke het best geschikt is, is de locatiekeuze voor het experiment essentieel.

Namens de Partij voor de Dieren en hoogachtend,

Hiltje Keller

[1] Schoon, ‘Pas op: overstekend wild! Aanrijdingen met reeën in Utrecht’, 2011.

[2]http://www.edestad.nl/lokaal/minder_wildaanrijdingen_door_open_wegbermen_3709991.html#.VXxf5ekVgqM

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer