Partij voor de Dieren bezorgd over slechte bescherming natuur


7 februari 2008

Raad van State tikt Utrecht op de vingers

Utrecht, 5 februari 2008 – De Raad van State heeft de provincie Utrecht op de vingers getikt. Het provinciebestuur heeft bij landgoed Ringelpoel bij Woudenberg te weinig naar de belangen van de natuur gekeken. Het landgoed wordt daardoor nu niet beschermd tegen ammoniak-verzuring door de veehouderij. De statenfractie van de Partij voor de Dieren vraagt zich af of dit ook geldt voor andere kleine natuurgebieden die gevoelig zijn voor verzuring en heeft hierover schriftelijke vragen gesteld aan het college van Gedeputeerde Staten.

Landgoed Ringelpoel is één van de twaalf kleine natuurgebieden die door gedeputeerde staten uit de beschermde Ecologische Hoofdstructuur (EHS) zijn gehaald. Daardoor kon voorkomen worden dat er ammoniakbeperkingen voor de landbouw zouden gelden in de omgeving van de desbetreffende natuurgebieden. Het doel was namelijk om de gebieden buiten de nieuwe ammoniak-regelgeving te houden en de intensieve veehouderij alle ruimte te geven.

De Partij voor de Dieren maakt zich echter zorgen over de gevolgen hiervan voor de natuur. Bepaalde planten- en diersoorten kunnen door verzuring moeilijk overleven. De Raad van State heeft niet voor niks gesteld dat de belangenafweging van de provincie bij het aanwijzen van natuurgebieden die speciale bescherming moeten genieten op grond van de Wet Ammoniak en Veehouderij (WAV) onjuist is geweest.

De Partij voor de Dieren zou graag zien dat gedeputeerde staten onderzoek gaat doen naar de gevolgen van het onttrekken van de zogenaamde beschermde EHS-status aan deze natuurgebieden. Daarnaast zou een inventarisatie omtrent de aanwezigheid van zeldzame en kwetsbare flora en fauna op zijn plaats zijn.

Daar het college van GS zelf in een eerder stadium heeft aangegeven dat de bescherming van natuurgebieden voorop dient te staan bij de aanwijzing van wat als kwetsbaar gebied dient te worden beschouwd, acht de Partij voor de Dieren de tijd rijp om opheldering te vragen.