Vragen over aanpak van de duur­zaam­heids­pro­ble­matiek van de inten­sieve veehou­derij


Indiendatum: jul. 2010

Onderwerp: Schriftelijke Vragen ex art. 47 van het RvO aan het College van Gedeputeerde Staten betreffende de aanpak van de duurzaamheidsproblematiek van de intensieve veehouderij. Gesteld door Wanda Bodewitz, Partij voor de Dieren.

Toelichting

Luchtwassers worden ingezet met de intentie de lokale milieukwaliteit te verbeteren. Mestvergisting wordt ingezet in het kader van duurzame energieproductie. Dat de intensieve veehouderij kampt met grote duurzaamheidsproblemen is algemeen bekend. Deze problemen gaan gepaard met maatschappelijke vraagstukken en stellen beleidsmakers voor dilemma’s.
Sommige oplossingen lijken echter voorbij te gaan aan de werkelijke problemen. Zo ook lucht- lwassing en mestvergisting. Omdat de provincie deze technieken financieel ondersteunt willen we u enkele feiten en afwegingen voorleggen, in de hoop dat de provincie uiteindelijk voor beleid kiest waarin ook de niet- economische belangen worden meegewogen. Duurzaamheidsproblemen vragen immers om duurzame oplossingen

1.) In Noord Brabant is bij een controle van 63 luchtwassers op 47 bedrijven geconstateerd dat 74 % van de luchtwassers niet voldoet aan de wet- en regelgeving.1 Bij 23 % van de bedrijven bleek de ammoniakemissie hoger dan vergund, en in een aantal inrichtingen bleek de emissie onbekend door een andere inzet van de luchtwasser dan in de vergunning was omschreven. 22% van de luchtwassers bleek niet in werking te zijn en 21% bleek niet geplaatst te zijn. Welk beeld heeft u van het functioneren en het onderhoud van de luchtwassers in onze provincie?

2.) Indien er nog geen goed beeld bestaat van het functioneren van luchtwassers in de provincie Utrecht, bent u bereid om de handhaving hiervan in gang te zetten?

3.) In uw antwoorden van 10 maart 2009 op onze vragen over de subsidie voor luchtwassers geeft u aan dat emissiebeperkende maatregelen worden gesubsidieerd om de kwaliteit van de natuur en de omgeving aanvullend te verbeteren. Bent u zich er van bewust dat u daarmee tevens een sector subsidieert waar sprake is van een veel bredere duurzaamheidsproblematiek, zowel binnen als buiten onze landsgrenzen?

4.) De aanschaf van een luchtwasser gaat over het algemeen samen met bedrijfsuitbreiding. Deze schaalvergroting draagt bij aan het industrialiseren van de sector. Maatschappelijk is hier geen draagvlak voor. Daarnaast zijn er risico’s voor de volksgezondheid zoals de MRSAdreiging die zijn oorzaak vindt in de intensieve veehouderij, de CO2 problematiek, de grootschalige ontginning van de oerwouden door het verbouwen van soja, de toename van bulktransport en de verrommeling van het landschap die niet weggewassen worden door een luchtwasser. Wat vindt u van de mening dat subsidie voor een luchtwasser de problematiek van de grootschaligheid bestaansrecht geeft en bestendigt


In totaal zijn er zo’n 180 mestvergistingsinstallaties in Nederland. Hierbij wordt mest met een co-vergistingsmateriaal omgezet in biogas. Hoewel mestvergisting niet nieuw is, is de schaalvergroting de afgelopen jaren flink toegenomen. Hiermee verandert mestvergisting van een kleinschalige, agrarische activiteit in een grootschalige, industriële activiteit.

5.) Hoeveel mestvergistingsinstallaties zijn er in onze provincie, en hoeveel van deze vallen onder provinciaal gezag?
6.) Co-vergistingsinstallaties voor mest zijn alleen rendabel op grote veehouderijen waar meer dan 200 koeien of meer dan 1000 varkens worden gehouden.2 Ook deze technologie bestaat dus bij de gratie van de intensieve veehouderij. Bij het stimuleren van deze technologie stimuleert u tevens de intensieve veehouderij. Hoe duurzaam vindt u deze keuze in verhouding tot andere vormen van duurzame energieopwekking?

7.) Mestvergisting wordt meegenomen als potentiële energiebron in de transitie van fossiele naar duurzame energie. Kunt u aangeven wat de energiepotentie is uit mestvergisting in verhouding tot andere vormen van duurzame energieopwekking?

8.) Co-vergistingsinstallaties hebben de afgelopen jaren een aantal zeer ernstige, soms zelfs dodelijke, incidenten veroorzaakt. 3 Deelt u onze zorgen wat betreft de risico’s van mestvergisting?

9.) De intensieve veehouderij zorgt vaak voor grote geuroverlast in de omgeving. Bent u er van op de hoogte dat co-vergistingsintallaties ook ernstige geuroverlast kunnen veroorzaken en daarmee zorgdragen voor een toename van de geuroverlast? Op welke wijze wordt voorkomen dat omwonenden extra hinder ondervinden?

10.) Hoe staat u tegenover het feit dat mestvergisting gepaard gaat met een aanzienlijk aantal overtredingen, illegale praktijken en onduidelijkheden, waarbij digestaat (restafval) wordt weggeschoven als ‘mest’ terwijl het onder de afvalstoffenregeling valt, mest gemengd wordt met materialen die daarvoor niet zijn toegestaan en waarvan het effect op milieu en veiligheid niet is onderzocht, en herkomst en doel van het getransporteerde vergistingsmateriaal vaak onbekend zijn door onjuiste registratie? 4

11.) Bent u bereid om met het stimuleren van mestvergistingstechnieken te wachten, totdat er meer bekend is over de risico’s en gevaren?

12.) Hoewel de subsidies voor luchtwassers en mestvergisting uit een ander potje komen dan de subsidie voor het omschakelen naar een biologische bedrijfsvoering, hebben ze een overeenkomstig doel: namelijk het verminderen van de schadelijke emissiestromen uit de intensieve veehouderij. Dit doel kan evengoed bereikt worden met het inkrimpen van de veestapel en een meer extensieve bedrijfsvoering. Deze methode biedt bovendien integrale oplossingen voor de brede duurzaamheidsproblematiek van de sector. Welke belangen beschermt u bij de keuze voor een end-of-the pipe aanpak, waarbij de oorzaak van de problemen ontzien wordt?

13.) 1 argument vanuit 1 invalshoek, namelijk de verbetering in de totale emissie wanneer meer dieren zich concentreren onder een schoon dak, geeft geen oplossing voor de omvangrijke duurzaamheidsproblematiek van de sector. Waarom kiest u niet voor een integrale aanpak van de problemen waar de sector mee kampt, in plaats van subsidies te verstrekken aan end of the pipe oplossingen die het systeem en de problematiek in stand houden?

14.) De subsidies voor luchtwassers en mestvergisters bestendigen de duurzaamheidproblematiek, en zijn daarmee een schijnoplossing. Des te meer omdat in de praktijk de beloofde resultaten niet worden behaald of het systeem hoge veiligheidsrisico’s met zich meebrengt. Bent u bereid om af te zien van de subsidie op luchtwassers en mestvergisters, en deze subsidie beschikbaar te stellen voor veehouderijen die willen overschakelen op een extensieve of biologische bedrijfsvoering?

Indiendatum: jul. 2010
Antwoorddatum: 31 aug. 2010

Onderwerp: Beantwoording schriftelijke vragen ex art. 47 van het Reglement van Orde aan het college van GS, gesteld door W. Bodewitz van Partij voor de Dieren, inzake de aanpak van de duurzaam -heidsproblematiek van de intensieve veehouderij. (06 juli 2010)

Hierbij de beantwoording van de schriftelijke vragen d.d. 06 juli 2010, van Statenlid W. Bodewitz van Partij voor de Dieren, inzake de aanpak van de duurzaam -heidsproblematiek van de intensieve veehouderij.


Toelichting
Luchtwassers worden ingezet met de intentie de lokale milieukwaliteit te verbeteren. Mestvergisting wordt
ingezet in het kader van duurzame energieproductie. Dat de intensieve veehouderij kampt met grote duurzaamheidsproblemen is algemeen bekend. Deze problemen gaan gepaard met maatschappelijke vraagstukken en stellen beleidsmakers voor dilemma’s.
Sommige oplossingen lijken echter voorbij te gaan aan de werkelijke problemen. Zo ook lucht- wassing en mestvergisting. Omdat de provincie deze technieken financieel ondersteunt willen we u enkele feiten en afwegingen voorleggen, in de hoop dat de provincie uiteindelijk voor beleid kiest waarin ook de niet-
economische belangen worden meegewogen. Duurzaamheidsproblemen vragen immers om duurzame oplossingen


1. In Noord Brabant is bij een controle van 63 luchtwassers op 47 bedrijven geconstateerd dat 74 % van de luchtwassers niet voldoet aan de wet- en regelgeving.1 Bij 23 % van de bedrijven bleek de ammoniakemissie hoger dan vergund, en in een aantal inrichtingen bleek de emissie onbekend door een andere inzet van de luchtwasser dan in de vergunning was omschreven. 22% van de luchtwassers bleek niet in werking te zijn en 21% bleek niet geplaatst te zijn. Welk beeld heeft u van het functioneren en het onderhoud van de luchtwassers in onze provincie?

Antwoord
Het genoemde controleproject naar het functioneren van luchtwassers op veehouderijen
was een initiatief van een handhavingsamenwerkingsverband van Brabantse gemeenten.
Een dergelijk project heeft in de provincie Utrecht niet plaatsgevonden, zodat er geen
op onderzoeksgegevens gebaseerd beeld bestaat van het functioneren van de luchtwassers
in de provincie Utrecht.
Het is echter wel zo dat de meeste veehouders die de afgelopen jaren een subsidie
van de Provincie Utrecht hebben ontvangen hebben deelgenomen aan het praktijk-
netwerk rondom het effectief gebruik van de luchtwassers.
De veehouders hebben hierin samengewerkt met gemeenten en installateurs.

2. Indien er nog geen goed beeld bestaat van het functioneren van luchtwassers in de provincie Utrecht, bent u bereid om de handhaving hiervan in gang te zetten?

Antwoord
De installatie en het functioneren van luchtwassers op veebedrijven wordt in de meeste
gevallen geregeld via de vergunningverlening in het kader van de Wet Milieubeheer (WM).
Niet de provincie, maar de gemeenten zijn bevoegd gezag voor de vergunningverlening
en handhaving in het kader van de WM.
Tot nu toe hebben we van gemeenten geen signalen ontvangen over onregelmatigheden
rondom het functioneren van luchtwassers. We zullen echter gericht navraag doen bij
gemeenten binnen het Kernoverleg Handhaving.

3. In uw antwoorden van 10 maart 2009 op onze vragen over de subsidie voor luchtwassers geeft u aan dat emissiebeperkende maatregelen worden gesubsidieerd om de kwaliteit van de natuur en de omgeving aanvullend te verbeteren. Bent u zich er van bewust dat u daarmee tevens een sector subsidieert waar sprake is van een veel bredere duurzaamheidsproblematiek, zowel binnen als buiten onze landsgrenzen?

Antwoord
De duuurzaamheidsvraagstukken rondom de intensieve veehouderij zijn ons bekend. Het huidige provinciale beleid rondom ammoniak en luchtwassers is met name vastgelegd in het Reconstructieplan Gelderse Vallei/Utrecht-Oost. Hierin hebben Provinciale Staten een integrale afweging gemaakt met betrekking tot de ontwikkeling van de intensieve veehouderij, natuur, milieu, landschap en economie


4. De aanschaf van een luchtwasser gaat over het algemeen samen met bedrijfsuitbreiding. Deze schaalvergroting draagt bij aan het industrialiseren van de sector. Maatschappelijk is hier geen draagvlak voor. Daarnaast zijn er risico’s voor de volksgezondheid zoals de MRSAdreiging die zijn oorzaak vindt in de intensieve veehouderij, de CO2 problematiek, de grootschalige ontginning van de oerwouden door het verbouwen van soja, de toename van bulktransport en de verrommeling van het landschap die niet weggewassen worden door een luchtwasser. Wat vindt u van de mening dat subsidie voor een luchtwasser de problematiek van de grootschaligheid bestaansrecht geeft en bestendigt?

Antwoord
Wij delen de mening niet dat subsidie voor een luchtwasser de grootschaligheid
bestaansrecht geeft en bestendigt. Allereerst is niet evident dat de huidige trend naar
minder, maar wel grotere bedrijven per definitie tot vergroting van gezondheidsrisico’s
leidt. Bij grotere bedrijven bestaan soms zelfs betere mogelijkheden (bijvoorbeeld door
gesloten bedrijfssystemen ) om gezondheidsrisico’s te beperken. Ten tweede vinden wij
dat het vraagstuk van de aanvaardbare schaalgrootte van landbouwbedrijven het beste
via het RO spoor geregeld kan worden. De subsidiëring van ammoniakreducerende maatregelen (zoals luchtwassers) staat hier los van.

In het Reconstructieplan Gelderse Vallei/Utrecht-Oost heeft de Provincie Utrecht de ontwikkelingsmogelijkheden van de intensieve veehouderij (inclusief de biologische intensieve veehouderij) vastgesteld. In de verwevingsgebieden en landbouwontwikkelingsgebieden is ruimte voor groei van de bedrijven. Met het subsidiëren van luchtwassers willen we stimuleren dat deze groei plaats vindt met zo min mogelijk belasting van het milieu. Mede als gevolg van deze maatregel neemt de totale emissie van ammoniak, geur en fijn stof uit de intensieve veehouderij af. Wij zullen binnenkort met de Commissie Ruimte, Groen en Water van gedachten wisselen over het provinciale landbouwbeleid. De problematiek van volksgezondheid en klimaat krijgt hierbij onze aandacht.

5. In totaal zijn er zo’n 180 mestvergistingsinstallaties in Nederland. Hierbij wordt mest met een co-vergistingsmateriaal omgezet in biogas. Hoewel mestvergisting niet nieuw is, is de schaalvergroting de afgelopen jaren flink toegenomen. Hiermee verandert mestvergisting van een kleinschalige, agrarische activiteit in een grootschalige, industriële activiteit.

Hoeveel mestvergistingsinstallaties zijn er in onze provincie, en hoeveel van deze vallen onder provinciaal gezag?

Antwoord
Op dit moment zijn er in onze provincie, voor zover bij ons bekend,
geen mestvergistingsinstallaties in werking.

6. Co-vergistingsinstallaties voor mest zijn alleen rendabel op grote veehouderijen waar meer dan 200 koeien of meer dan 1000 varkens worden gehouden.2 Ook deze technologie bestaat dus bij de gratie van de intensieve veehouderij. Bij het stimuleren van deze technologie stimuleert u tevens de intensieve veehouderij. Hoe duurzaam vindt u deze keuze in verhouding tot andere vormen van duurzame energieopwekking?

Antwoord
De veronderstelling dat stimulering van co-vergisting van mest alleen mogelijk is op
grote veehouderijen is onjuist. De benodigde omvang kan ook gerealiseerd worden
door samenwerking van meerdere kleinere bedrijven.


Tot nu toe heeft de Provincie Utrecht middels subsidie bijgedragen aan
twee haalbaarheidsonderzoeken naar mestvergisting in de intensieve veehouderij.
Hierbij stimuleren we het gebruik van de zogenaamde Cramer criteria voor duurzame
inzet van biomassa. Of de Provincie Utrecht in de toekomst initiatieven voor mest-
vergisting in de intensieve veehouderij zal ondersteunen willen we met u bespreken in kader
van de provinciale landbouwvisie en het programma Ondernemen met nieuwe energie
(route naar een klimaatneutrale provincie in 2040).

7. Mestvergisting wordt meegenomen als potentiële energiebron in de transitie van fossiele naar duurzame energie. Kunt u aangeven wat de energiepotentie is uit mestvergisting in verhouding tot andere vormen van duurzame energieopwekking?

Antwoord
De hoeveelheid mest in de provincie Utrecht vertegenwoordigt ongeveer 0,58 PJ primaire energie (Kansen voor bio-energie in de provincie Utrecht, Ecofys 2004). In de update van het Klimaatakkoord Rijk-Provincies staat dat de totale potentie voor duurzame energie van de provincie Utrecht 8 PJ is. Als alle mest zou worden benut voor de opwekking van duurzame energie is dat ruim 7% van de totale potentie voor duurzame energie.

8. Co-vergistingsinstallaties hebben de afgelopen jaren een aantal zeer ernstige, soms zelfs dodelijke, incidenten veroorzaakt. 3 Deelt u onze zorgen wat betreft de risico’s van mestvergisting?

Antwoord
Ja. De afgelopen jaren heeft zich een aantal calamiteiten voorgedaan met
Co-vergisters zoals het vrijkomen van gevaarlijke gassen. In enkele van deze
gevallen was er sprake van grote gevolgen voor mens en/of milieu
(zowel doden als grote emissies van biogas). Om die reden heeft de VROM-Inspectie
, in samenwerking met de Algemene Inspectiedienst (AID) en Voedsel en
Waren Autoriteit (VWA) onderzoek uitgevoerd naar de veiligheid
van Co-vergisters in Nederland.
Uit dit onderzoek blijkt dat de kans op ongevallen over het algemeen te voorkomen
en/of beperken is. In sommige gevallen kan dit met relatief lichte inspanningen en tegen
geringe kosten. VROM inspectie heeft een rapport uitgebracht met aanbevelingen voor de
verbetering van de Handreiking Co-vergisting van mest, een document dat door
vergunningverleners van gemeenten en provincies gebruikt wordt als leidraad bij het beoordelen van initiatieven. Daarnaast biedt de Handreiking, die in april 2005 door Infomil is opgesteld,
ook waardevolle informatie voor ondernemers die het oprichten van een
Co-vergistingsinstallatie overwegen. Infomil heeft de handreiking geactualiseerd
rekening houdend met de bevindingen van het onderzoek door de VROM Inspectie.


9. De intensieve veehouderij zorgt vaak voor grote geuroverlast in de omgeving. Bent u er van op de hoogte dat co-vergistingsintallaties ook ernstige geuroverlast kunnen veroorzaken en daarmee zorgdragen voor een toename van de geuroverlast? Op welke wijze wordt voorkomen dat omwonenden extra hinder ondervinden?

Antwoord
Het bevoegd gezag (meestal de gemeente) voor de WM vergunningverlening zal
bij de vergunningverlening voorschriften opnemen om geurhinder te voorkomen
of te beperken. Het gaat daarbij o.a. om de verplichting mest via gesloten leidingen
in te voeren in de installatie en de verplichting om grondstoffen afgedekt op te slaan.

10. Hoe staat u tegenover het feit dat mestvergisting gepaard gaat met een aanzienlijk aantal overtredingen, illegale praktijken en onduidelijkheden, waarbij digestaat (restafval) wordt weggeschoven als ‘mest’ terwijl het onder de afvalstoffenregeling valt, mest gemengd wordt met materialen die daarvoor niet zijn toegestaan en waarvan het effect op milieu en veiligheid niet is onderzocht, en herkomst en doel van het getransporteerde vergistingsmateriaal vaak onbekend zijn door onjuiste registratie? 4

Antwoord
Op dit moment voeren provincies gezamenlijk gesprekken met LNV en VROM
om deze problematiek aan te pakken. Een groot deel van de problematiek
wordt immers veroorzaakt door de wijze waarop de positieve lijst wordt
gereguleerd en niet zozeer omdat de illegaal toegevoegde materialen landbouwkundige
en/of milieuhygiënische bezwaren opleveren.
Omdat de provincie Utrecht nog geen mestvergisters binnen haar grenzen huisvest,
speelt de provincie Utrecht in dit proces geen actieve rol.

11. Bent u bereid om met het stimuleren van mestvergistingstechnieken te wachten, totdat er meer bekend is over de risico’s en gevaren?

Antwoord
Bij biomassa en/of afvalverwerkende bedrijven zijn er altijd risico’s dat een
ondernemer de geldende regels niet juist toepast. Co-vergisters zullen
hierop geen uitzondering vormen.
De AID voert regelmatig controles uit bij co-vergisters in heel Nederland
om ervoor te zorgen dat de regels worden nageleefd. De provincie Utrecht
wil alle vormen van duurzame energie stimuleren en daar hoort co-vergisting
ook bij, aangezien dat een substantieel deel van de totale potentie
aan duurzame energie vormt.

12. Hoewel de subsidies voor luchtwassers en mestvergisting uit een ander potje komen dan subsidie voor het omschakelen naar een biologische bedrijfsvoering, hebben ze een overeenkomstig doel: namelijk het verminderen van de schadelijke emissiestromen uit de intensieve veehouderij. Dit doel kan evengoed bereikt worden met het inkrimpen van de veestapel en een meer extensieve bedrijfsvoering. Deze methode biedt bovendien integrale oplossingen voor de brede duurzaamheidsproblematiek van de sector. Welke belangen beschermt u bij de keuze voor een end-of-the pipe aanpak, waarbij de oorzaak van de problemen ontzien wordt?

Antwoord
Wij streven naar een duurzame landbouw waarbij zo min mogelijk schadelijke
emissies optreden. Dit doel staat voorop en voor het bereiken van dit doel willen
wij een zo effectief en efficiënt mogelijk samenstel van maatregelen inzetten.
Volumebeleid en preventieve brongerichte maatregelen kunnen daarbij een rol spelen,
maar als ook “end of pipe” oplossingen kunnen voor een extra emissiereductie zorgen.
Bij de afweging van het te kiezen maatregelenpakket houden wij rekening met
economische, sociale en ecologische belangen. Waar het gaat om volume beleid
(regulering van de veestapel) ligt de primaire verantwoordelijkheid bij het Rijk.

13. 1 argument vanuit 1 invalshoek, namelijk de verbetering in de totale emissie wanneer meer dieren zich concentreren onder een schoon dak, geeft geen oplossing voor de omvangrijke duurzaamheidsproblematiek van de sector. Waarom kiest u niet voor een integrale aanpak van de problemen waar de sector mee kampt, in plaats van subsidies te verstrekken aan end of the pipe oplossingen die het systeem en de problematiek in stand houden?

Antwoord
De subsidiëring van luchtwassers is slechts één van de onderdelen
van onze brede aanpakgericht op een duurzame landbouw.
Zie ook beantwoording vraag 3 en 12.

14. De subsidies voor luchtwassers en mestvergisters bestendigen de duurzaamheidproblematiek, en zijn daarmee een schijnoplossing. Des te meer omdat in de praktijk de beloofde resultaten niet worden behaald of het systeem hoge veiligheidsrisico’s met zich meebrengt. Bent u bereid om af te zien van de subsidie op luchtwassers en mestvergisters, deze subsidie beschikbaar te stellen voor veehouderijen die willen overschakelen op een extensieve of biologische bedrijfsvoering?

Antwoord
Deze vraag hebben wij reeds beantwoord in onze beantwoording (d.d. 10 maart 2009) van uw vragen over luchtwassers van januari 2009. Wij subsidiëren zowel bovenwettelijke emissiereducerende maatregelen als een verdere ontwikkeling van de biologische bedrijfsvoering.

Gedeputeerde Staten van Utrecht,

Voorzitter,

Secrtaris,


Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer