Vragen over aanwijzing zeer kwetsbare gebieden Wav



Onderwerp: schriftelijke vragen aan het college van GS, gesteld door Claudia Verkleij, Partij voor de Dieren, betreffende “ Procedure aanwijzing zeer kwetsbare gebieden op basis van de Wet Ammoniak en Veehoudererij (WAV)” (2007RGW77).

Geacht college van Gedeputeerde Staten,

Toelichting
Aan de commissie RGW is ter kennisgeving voor de commissievergadering van 8 oktober ’07 jongstleden de “Procedure aanwijzing zeer kwetsbare gebieden op basis van de Wet Ammoniak en Veehouderij” aangeboden.

Naar aanleiding van onderhavige document willen wij de volgende vragen stellen:
1. Is Gedeputeerde Staten van mening dat de bescherming van natuurgebieden voorop moet staan bij deze procedure?
2. In 2006 zijn verschillende gebieden de bescherming van de WAV ontnomen. Kunt u een overzicht geven van alle gebieden (met kaart) die deze bescherming hebben verloren?
3. Is in het december besluit van 2006 reeds geanticipeerd op de gewijzigde WAV voor wat betreft de selectie van te beschermen gebieden?
4. Op pagina 2 van het betreffende document wordt verwezen naar een kaart. Kunt u ons deze kaart toesturen?
5. Wat is volgens Gedeputeerde Staten de status (met betrekking tot bescherming) van de gebieden die kleiner zijn dan 50 hectare?
6. Bevat de kaart die hoort bij het december 2006 besluit, gebieden die kleiner zijn dan 50 hectare? Zoja, welke zijn dit? En vanaf wanneer dreigen deze gebieden hun bescherming te verliezen?
7. Deelt u onze mening dat een gezonde natuur een randvoorwaarde is waarbinnen we veehouderij-ondernemerschap dienen toe te staan? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe verhoudt zich dit tot het ontzeggen van WAV-bescheming aan delen van de EHS waarvan u tot op heden de opvatting huldigde dat deze wel WAV-bescherming waardig waren?
8. Bent u bekend met de gereduceerde stikstof-depositiekaarten van het RIVM?

9. Is u bekend dat in 2006 de deposities zijn toegenomen ten opzichte van het jaar 2005? Welke conclusies verbindt u hieraan? Welke maatregelen bent u voornemens om dit tij te keren?
10. Welke ammoniakdepositiereductiedoelstelling stellen Gedeputeerde Staten zich voor de Utrechtse verzuring gevoelige natuurgebieden voor het jaar 2010? En voor 2020?
11. Indien een algemene doelstelling in deze nog niet is ontwikkeld, binnen welke bandbreedte bevinden de reductiedoelstellingen zich?
12. Hoe kijkt Gedupeerde Staten tegen de gestelde 250 meterzone aan, gelet op de door het RIVM vastgestelde verspreidings- en depositiegedrag van ammoniak? (Buiten de 250 meter slaat nog ruim 85% van de ammoniak neer.)
13. Hoe verhoudt zich dit tot de doelstelling om de betrokken natuurgebieden de vereiste bescherming te bieden?
14. Zijn Gedeputeerde Staten het met ons eens dat deze bescherming derhalve niet voldoet? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke wijze gaat u dit opnemen met het ministerie van VROM?


Namens de fractie van de Partij voor de Dieren,
hoogachtend,
Drs. C. Verkleij

Antwoorddatum: 5 nov. 2007

Beantwoording schriftelijke vragen aan het college van GS, gesteld door Claudia Verkleij, Partij voor de Dieren, betreffende “ Procedure aanwijzing zeer kwetsbare gebieden op basis van de Wet Ammoniak en Veehoudererij (Wav)” (2007RGW77).


1. Is Gedeputeerde Staten van mening dat de bescherming van natuurgebieden voorop moet staan bij deze procedure?
Antwoord GS: Ja. De Wet ammoniak en veehouderij is gericht op bescherming van de voor ammaniak gevoelige delen van de Ecologische Hoofdstructuur.
2. In 2006 zijn verschillende gebieden de bescherming van de WAV ontnomen. Kunt u een overzicht geven van alle gebieden (met kaart) die deze bescherming hebben verloren?
Antwoord GS: Bij besluit van GS op 19 december 2006 heeft een aantal gebieden tijdelijk de EHS status verloren. Deze gebieden zijn:
1. Rumelaar,
2. bosje ten zuiden van Grand Canal aan de Veenweg,
3. Broekerbos,
4. voormalig werk aan de Daatselaar.
5. Breehoef
6. Wittenberg/Groot Donklaar
7. Voskuilerdijk
8. Kasteelbos bij Renswoude/Wachteldonl
9. Liniedijk tussen Amersfoort en Veenendaal
10. Groeperkade
11. Grebbelinie (van voormalig Fort aan de Buursteeg tot voormalig werk aan de Daatselaar)
12. gebied bij Overberg
Deze gebieden zijn op kaart 1 aangegeven.
3. Is in het december besluit van 2006 reeds geanticipeerd op de gewijzigde WAV voor wat betreft de selectie van te beschermen gebieden?
Antwoord GS: Nee. In het besluit van december van 2006 is invulling gegeven aan artikel 2 van de Wet ammoniak en veehouderij 2002. GS moeten op grond van dit artikel vaststellen welke gebieden deel uitmaken van de EHS.
4. Op pagina 2 van het betreffende document wordt verwezen naar een kaart. Kunt u ons deze kaart toesturen?
Antwoord GS: Het betreft hier de kaart behorende bij het GS besluit van december 2006. Hierop heeft GS de grenzen van EHS vastgesteld. Op deze kaart is ook indicatief aangegeven welke gebieden, binnen de EHS, voor verzuring gevoelig zijn. Deze kaart is bijgevoegd als kaart 1.
5. Wat is volgens Gedeputeerde Staten de status (met betrekking tot bescherming) van de gebieden die kleiner zijn dan 50 hectare?
Antwoord GS: Volgens de gewijzigde Wav geldt voor gebieden kleiner dan 50 hectare het nee-tenzij principe. Deze gebieden mogen alleen aangewezen worden als het een gebied betreft met zeer grote natuurwaarden. Hiervan is sprake als:
a. in het gebied meer dan één soort aanwezig is die is opgenomen in de bijlage II van de Habitatrichtlijn of in de Rode Lijsten flora en fauna en deze soorten of hun leefomgeving zeer gevoelig zijn voor de effecten van ammoniak;
b. het gebied is aangewezen als beschermde leefomgeving krachtens artikel 19 van de Flora- en faunawet en deze leefomgeving zeer gevoelig is voor de effecten van ammoniak, of
c. het gebied door gedeputeerde staten, in overeenstemming met de lokale en regionale organisaties op het terrein van natuur en landbouw die naar het oordeel van gedeputeerde staten representatief zijn alsmede met de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten waartoe het betreffende gebied behoort, is voorgesteld om als zodanig te worden aangemerkt.
Op grond van criterium c willen we in de Reconstructiecommissie het draagvlak onderzoeken voor het voorstel om het huidige Reconstructiecompromis te handhaven en om alle huidige kwetsbare gebieden binnen de EHS aan te wijzen als zeer kwetsbaar. Zie kaart 2.
6. Bevat de kaart die hoort bij het december 2006 besluit, gebieden die kleiner zijn dan 50 hectare? Zoja, welke zijn dit? En vanaf wanneer dreigen deze gebieden hun bescherming te verliezen?
Antwoord GS: In de Provincie Utrecht zijn alle voor verzuring gevoelige gebieden, niet behorende tot de Heuvelrug, kleiner dan 50 hectare. Gelet op het nee-tenzij principe is het dus denkbaar dat deze allemaal hun huidige bescherming dreigen te verliezen.
7. Deelt u onze mening dat een gezonde natuur een randvoorwaarde is waarbinnen we veehouderij-ondernemerschap dienen toe te staan? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe verhoudt zich dit tot het ontzeggen van WAV-bescheming aan delen van de EHS waarvan u tot op heden de opvatting huldigde dat deze wel WAV-bescherming waardig waren?
Antwoord GS: Wij zijn van mening dat natuurkwaliteit een randvoorwaarde is voor de toekomstige ontwikkeling van de veehouderij. Op dit moment stellen we niet voor om gebieden uit de beschermingssfeer van de Wav te halen. In tegendeel, de procedure is er juist op gericht om de huidige bescherming te handhaven. Daarom vragen we aan de Reconstructiecommissie of zij kunnen instemmen met handhaving van het Reconstructiecompromis en daarmee handhaving van de huidige bescherming.
8. Bent u bekend met de gereduceerde stikstof-depositiekaarten van het RIVM?
Antwoord GS: Ja.
9. Is u bekend dat in 2006 de deposities zijn toegenomen ten opzichte van het jaar 2005? Welke conclusies verbindt u hieraan? Welke maatregelen bent u voornemens om dit tij te keren?
Antwoord GS: Er is de afgelopen jaren sprake van een dalende trend in de depositie van stikstof en ammoniak op natuurgebieden in Nederland. Dit is vooral het effect van Regeling Bedrijfsbeeindiging Veehouderij, de Meststoffenwet en het verbod op het bovengronds uitrijden van drijfmest. De laatste jaren lijkt deze trend zich te stabiliseren (Milieubalans 2006 en 2007). Als gevolg van het Besluit Ammoniakemissie huisvesting veehouderij zal de depositie van ammoniak verder dalen. Deze daling zal naar alle waarschijnlijkheid worden versterkt als gevolg de implementatie van de Habitatrichtlijn, de IPPC richtlijn en de aanpak van fijn stof.
Het feit dat er in 2006 een lichte stijging van de depositie waarneembaar was ten opzichte van 2005 heeft naar alle waarschijnlijkheid te maken met het herstel van de kippenhouderij na de vogelgriepcrisis. GS zijn dan ook van mening dat er geen sprake is van een gewijzigd beeld ten opzichte van de hierboven geschetste trend en verwachting. Derhalve zijn geen extra maatregelen nodig.
10. Welke ammoniakdepositiereductiedoelstelling stellen Gedeputeerde Staten zich voor de Utrechtse verzuring gevoelige natuurgebieden voor het jaar 2010? En voor 2020?
Antwoord GS: In het Reconstructieplan is het provinciale beleid voor ammoniakdepositie verwoord. Ons doel is om in 2015 een depositieniveau van 600 mol ammoniak per hectare op zeer kwetsbare natuur en 1000 mol op kwetsbare natuur. Deze niveau’s zijn overeenkomstig het nationale milieu en natuurbeleid. In het BNLU is vastgesteld dat in 2018 de milieukwaliteit van de EHS op orde is.
11. Indien een algemene doelstelling in deze nog niet is ontwikkeld, binnen welke bandbreedte bevinden de reductiedoelstellingen zich?
Zie antwoord op vraag 10.
12. Hoe kijkt Gedupeerde Staten tegen de gestelde 250 meterzone aan, gelet op de door het RIVM vastgestelde verspreidings- en depositiegedrag van ammoniak? (Buiten de 250 meter slaat nog ruim 85% van de ammoniak neer.)
Antwoord GS: Wij zijn op de hoogte van de milieu-effecten van de Wav. De effecten van de Wav moeten echter in ogenschouw worden genomen samen met de andere regelgeving met betrekking tot ammoniak. Het zoneringsbeleid is in de eerste plaats bedoeld om de vestiging van nieuwe bedrijven in of nabij zeer kwetsbare delen van de EHS te verbieden en om de belasting van bestaande bedrijven in de zone van 250 meter te verminderen. Naast de Wav is het Besluit Ammoniakemissie huisvesting veehouderij van groot belang. Door dit besluit zal de hoge achtergrondbelasting sterk verminderen. Daarnaast zijn de implementatie van de IPPC - en de Habitatrichtlijn van belang. Deze zullen naar verwachting een sterke impuls geven aan de innovatie van stalsystemen, zoals luchtwassers.
13. Hoe verhoudt zich dit tot de doelstelling om de betrokken natuurgebieden de vereiste bescherming te bieden?
Antwoord GS: In de MER Reconstructieplan Gelderse Vallei/Utrecht-Oost en door het Milieuplanbureau is aangetoond dat het landelijke generieke beleid van Wav en het Besluit huisvesting onvoldoende zijn om de natuur in Utrecht en in Nederland in voldoende mate te beschermen. De hoge achtergronddepositie kan alleen effectief worden aangepakt met aanvullend landelijk beleid. De reconstructiemaatregelen dragen slecht in beperkte mate bij. Daarom blijven GS een actieve rol spelen bij de beinvloeding van het landelijk beleid. De provincie Utrecht en het IPO hebben de laatste jaren een belangrijke rol gespeeld bij de totstandkoming van de gewijzigde Wav, uitvoerbare en effectieve regelgeving in het kader van Europese richtlijnen zoals de IPPC- en de Habitatrichtlijn, invoering van het Besluit huisvesting en in de discussie voor ammoniakbeleid binnen de melkveehouderij en aanscherping van het landelijk emissieplafond in het kader van de NEC-richtlijn.
14. Zijn Gedeputeerde Staten het met ons eens dat deze bescherming derhalve niet voldoet? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke wijze gaat u dit opnemen met het ministerie van VROM?
Zie hierboven.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer