Vragen over afschot­ver­gunning mussen en spreeuwen


Indiendatum: dec. 2008

Onderwerp: Schriftelijke vragen ex art. 47 van het RvO aan het College van GS, gesteld door Wanda Bodewitz, Partij voor de Dieren, betreffende ontheffingverlening in het kader van de Flora- en Faunawet voor het afschieten van de beschermde diersoorten mussen en spreeuwen


Geacht College van Gedeputeerde Staten,

Toelichting
Onlangs heeft de provincie Utrecht een ontheffing (2008INT231423) verleend in het kader van de Flora- en Faunawet aan Duke Faunabeheer. De ontheffing is aangevraagd om mussen en spreeuwen te vangen en te doden bij een bakkerij en levensmiddelen-expeditiecentrum in Bunschoten. Door een storing van een elektrische deur en een verbouwing zijn een aantal huismussen en spreeuwen in het gebouw terecht gekomen. De aanvrager vreest dat door uitwerpselen van de vogels de voedselproducten worden vervuild. De provincie geeft met de ontheffing toestemming om met een luchtbuks de vogels te doden.

In een verklaring geeft de bakkerij aan, dat ze ervan uit gaan dat de gevangen vogels dezelfde dag nog in vrijheid worden gesteld. Zij willen niet dat er geschoten wordt in het bedrijf vanwege de apparaten die er staan. In de aanvraag stelt Duke Faunabeheer echter voor om de vogels die moeilijk gevangen kunnen worden te doden met een luchtbuks. U verleent een afschotvergunning, hoewel dat voor de betrokkene ongewenst is. Die informatie was u wellicht niet bekend, maar het geeft wel aan dat het grijpen naar het geweer niet door iedereen wordt gewaardeerd. Wij verbazen ons erover dat de provincie meegaat met het verzoek van Duke Faunabeheer om de vogels af te schieten, te meer daar de huismus op de Rode Lijst van verdwenen, ernstig bedreigde, kwetsbare en gevoelige dier- en plantensoorten staat, waaraan bijzondere aandacht moet worden besteed ten behoeve van de instandhouding.

Het behoort tot de zorgplicht van een eigenaar van een bedrijf dat het bedrijfsgebouw ontoegankelijk wordt gemaakt voor inheemse beschermde diersoorten die daar nadelige gevolgen van ondervinden. Kennelijk heeft de bakkerij niet kunnen voldoen aan die zorgplicht vanwege een verbouwing en een elektrische storing. De aanvraag is echter gedaan voor een periode van 5 jaar en dus niet enkel gericht op de gevolgen van deze verbouwing. U heeft ontheffing verleend voor 1 jaar omdat u van mening bent dat na een jaar op basis van behaalde resultaten zal moeten blijken of noodzaak aanwezig blijft voor ontheffingverlening voor een langere periode. Het feit dat een ontheffing is aangevraagd voor 5 jaar, doet bij ons twijfel rijzen ten aanzien van de inzet van de bakkerij om soortgelijke situaties in de toekomst te voorkomen. Wanneer de bakkerij haar zaken structureel op orde zou hebben, is een ontheffingsaanvraag voor maar liefst vijf jaar onnodig.

Naar aanleiding van het voorgaande, wil de fractie van de Partij voor de Dieren de volgende vragen stellen:


1) Heeft er vanuit de provincie contact plaatsgevonden met de bakkerij om te bepalen of afschot gewenst en noodzakelijk is? Zo ja, waarom is er in de ontheffing sprake van afschot, terwijl de bakkerij geen afschot wil? Zo nee, waarom niet?

2) Bent u het met ons eens, dat de zorgplicht van het bedrijf met zich meebrengt dat men moet zorgen voor een structurele oplossing, waarbij het voor vogels onmogelijk wordt de bedrijfsruimten binnen te treden? Zo ja, bent u het dan met ons eens, dat een eventuele ontheffing daarom überhaupt slechts tijdelijk kan zijn en op zichzelf nooit een structurele oplossing kan zijn? Zo neen, waarom niet?

3) Bent u het met ons eens dat, ondanks de in de ontheffingverlening genoemde maatregelen, het desbetreffende bedrijf niet voldoet aan haar zorgplicht omtrent het weren van vogels uit haar bedrijfsruimten, gezien het feit dat kennelijk na de verbouwing en het verhelpen van het technisch mankement nog steeds vogels de bedrijfsruimten weten te bereiken en dat er daarom sprake is van een structureel probleem?

4) Bent u het met ons eens dat eventuele ontheffingverlening afhankelijk dient te zijn van een bewezen structurele oplossing voor het probleem? Zo ja, bent u bereid de ontheffing in te trekken in afwachting van een structurele oplossing waarbij vogels de bedrijfsruimten niet meer kunnen bereiken?

5) Bij een soortgelijke ontheffingsaanvraag (1) is door het ministerie van LNV het verzoek om een mus te doden met een luchtbuks afgewezen. De reden die het ministerie hiervoor geeft is dat ingevolge de intrinsieke waarde van dieren volgens de artikelen 15 en 72 van de Flora en Faunawet het bestuursorgaan geen middelen mag aanwijzen die een onnodig grote inbreuk maken op het welzijn van het te vangen of te doden dier, wanneer een dier moet worden verwijderd uit een bedrijf. Kunt u aangeven waarom u in afwijking van LNV tot een andere conclusie komt omtrent de wenselijkheid van ondersteunend afschot, terwijl de situatie min of meer identiek is?

6) In de publicatie in het AD Utrechts Nieuwsblad van 7 november 2008 betreffende de mussen en spreeuwen in Bunschoten staat dat de provincie ontheffing verleent voor het vangen met vangkooien, vervoeren en elders uitzetten van de beschermde diersoorten huismus en spreeuw. Echter de in de ontheffing vermelde tekst ‘het doden met behulp van een luchtbuks’ ontbreekt. Kunt u verklaren waarom in de publicatie deze essentiële tekst ontbreekt?

7) Mogen wij ervan uit gaan dat de ontheffing alleen geldt zoals gepubliceerd in het AD? Zo nee, bent u voornemens een rectificatie te plaatsen? Zo nee, waarom niet?


Namens de fractie van de Partij voor de Dieren en hoogachtend,

Wanda Bodewitz

(1) www.hetlnvloket.nl/portal/page

Indiendatum: dec. 2008
Antwoorddatum: 20 jan. 2009

Onderwerp: Beantwoording schriftelijke vragen ex art. 47 van het RvO aan het College van GS, gesteld door Wanda Bodewitz, Partij voor de Dieren, betreffende ontheffingverlening in het kader van de Flora- en Faunawet voor het afschieten van de beschermde diersoorten mussen en spreeuwen (d.d. 1 december 2008)

Toelichting
Onlangs heeft de provincie Utrecht een ontheffing (2008INT231423) verleend in het kader van de Flora- en Faunawet aan Duke Faunabeheer. De ontheffing is aangevraagd om mussen en spreeuwen te vangen en te doden bij een bakkerij en levensmiddelen-expeditiecentrum in Bunschoten. Door een storing van een elektrische deur en een verbouwing zijn een aantal huismussen en spreeuwen in het gebouw terecht gekomen. De aanvrager vreest dat door uitwerpselen van de vogels de voedselproducten worden vervuild. De provincie geeft met de ontheffing toestemming om met een luchtbuks de vogels te doden.

Aanvulling vanuit Afdeling Vergunningverlening:: De provincie geeft met de ontheffing toestemming voor: het vangen met vangkooien, vervoeren en uitzetten van huismussen en spreeuwen. Indien het ondanks herhaalde pogingen niet is gelukt alle vogels te vangen mogen de nog aanwezige huismussen en spreeuwen worden gedood met het middel luchtbuks (bijlage 1, voorschrift 3).

In een verklaring geeft de bakkerij aan, dat ze ervan uit gaan dat de gevangen vogels dezelfde dag nog in vrijheid worden gesteld. Zij willen niet dat er geschoten wordt in het bedrijf vanwege de apparaten die er staan. In de aanvraag stelt Duke Faunabeheer echter voor om de vogels die moeilijk gevangen kunnen worden te doden met een luchtbuks. U verleent een afschotvergunning, hoewel dat voor de betrokkene ongewenst is. Die informatie was u wellicht niet bekend, maar het geeft wel aan dat het grijpen naar het geweer niet door iedereen wordt gewaardeerd. Wij verbazen ons erover dat de provincie meegaat met het verzoek van Duke Faunabeheer om de vogels af te schieten, te meer daar de huismus op de Rode Lijst van verdwenen, ernstig bedreigde, kwetsbare en gevoelige dier- en plantensoorten staat, waaraan bijzondere aandacht moet worden besteed ten behoeve van de instandhouding.


Aanvulling vanuit Afdeling Vergunningverlening:
De ontheffing is voor de betrokkene niet ongewenst, zie antwoord vraag 1.
De huismus staat op de Rode Lijst aangemerkt als “gevoelig”. Er zullen zonodig echter hooguit enkele exemplaren worden gedood. Dit zal geen invloed hebben op de staat van instandhouding van de soort.
De soort is opgenomen in de Verordening Schadebestrijding Dieren provincie Utrecht 2004. Op grond van deze verordening mag de soort worden verstoord. Voor verdergaande maatregelen zoals vangen of doden kan een ontheffing worden verleend.

Het behoort tot de zorgplicht van een eigenaar van een bedrijf dat het bedrijfsgebouw ontoegankelijk wordt gemaakt voor inheemse beschermde diersoorten die daar nadelige gevolgen van ondervinden. Kennelijk heeft de bakkerij niet kunnen voldoen aan die zorgplicht vanwege een verbouwing en een elektrische storing. De aanvraag is echter gedaan voor een periode van 5 jaar en dus niet enkel gericht op de gevolgen van deze verbouwing. U heeft ontheffing verleend voor 1 jaar omdat u van mening bent dat na een jaar op basis van behaalde resultaten zal moeten blijken of noodzaak aanwezig blijft voor ontheffingverlening voor een langere periode. Het feit dat een ontheffing is aangevraagd voor 5 jaar, doet bij ons twijfel rijzen ten aanzien van de inzet van de bakkerij om soortgelijke situaties in de toekomst te voorkomen.
Wanneer de bakkerij haar zaken structureel op orde zou hebben, is een ontheffingsaanvraag voor maar liefst vijf jaar onnodig.

Zie antwoorden vragen 2 en 3.

Naar aanleiding van het voorgaande, wil de fractie van de Partij voor de Dieren de volgende vragen stellen:


1) Heeft er vanuit de provincie contact plaatsgevonden met de bakkerij om te bepalen of afschot gewenst en noodzakelijk is? Zo ja, waarom is er in de ontheffing sprake van afschot, terwijl de bakkerij geen afschot wil? Zo nee, waarom niet?

Antwoord: Er is contact geweest met de aanvrager van de ontheffing en er is een bezoek gebracht aan het bedrijf. De aanvrager (Duke Faunabeheer) heeft afspraken gemaakt met de manager van het bedrijf over de aan te wenden middelen om huismussen en spreeuwen uit de bedrijfsruimten te vangen en, indien dit niet voldoende resultaten oplevert, deze met behulp van een luchtbuks te schieten. Op basis van deze afspraken is de ontheffing ingediend. Afschot middels een luchtbuks mag uitsluitend plaatsvinden indien het ondanks herhaalde pogingen niet is gelukt alle vogels te vangen (Bijlage 1 voorschrift nr. 3). De bakkerij heeft geen bezwaar tegen de inhoud van de ontheffingvoorwaarden.

2) Bent u het met ons eens, dat de zorgplicht van het bedrijf met zich meebrengt dat men moet zorgen voor een structurele oplossing, waarbij het voor vogels onmogelijk wordt de bedrijfsruimten binnen te treden? Zo ja, bent u het dan met ons eens, dat een eventuele ontheffing daarom überhaupt slechts tijdelijk kan zijn en op zichzelf nooit een structurele oplossing kan zijn? Zo neen, waarom niet?

Antwoord: Ja, in de praktijk blijkt dit echter onmogelijk. Ondanks alle genomen maatregelen (zie motivering ontheffing) blijkt dat toch enkele huismussen en spreeuwen slim genoeg zijn om de bedrijfshallen binnen te dringen. Een ontheffing artikel 68 van de Flora- en Faunawet is altijd tijdelijk. In het onderhavige geval zal na het nemen van de via de ontheffing toegestane maatregelen, na een jaar moeten blijken of het probleem is opgelost. Indien blijkt dat dit niet het geval is zal een nieuwe aanvraag ingediend kunnen worden.


3) Bent u het met ons eens dat, ondanks de in de ontheffingverlening genoemde maatregelen, het desbetreffende bedrijf niet voldoet aan haar zorgplicht omtrent het weren van vogels uit haar bedrijfsruimten, gezien het feit dat kennelijk na de verbouwing en het verhelpen van het technisch mankement nog steeds vogels de bedrijfsruimten weten te bereiken en dat er daarom sprake is van een structureel probleem?

Antwoord: Nee. Het bedrijf heeft het maximale gedaan om vogels te weren, zie verder antwoord vraag 2.

4) Bent u het met ons eens dat eventuele ontheffingverlening afhankelijk dient te zijn van een bewezen structurele oplossing voor het probleem? Zo ja, bent u bereid de ontheffing in te trekken in afwachting van een structurele oplossing waarbij vogels de bedrijfsruimten niet meer kunnen bereiken?

Antwoord: Nee, in de praktijk blijkt een “bewezen structurele oplossing” niet mogelijk. Om die reden biedt, voor dit soort gevallen, artikel 68 van de Flora- en Faunawet Gedeputeerde Staten de mogelijkheid, wanneer er geen andere bevredigende oplossing bestaat en geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de soort, ontheffing te verlenen.

5) Bij een soortgelijke ontheffingsaanvraag is door het ministerie van LNV het verzoek om een mus te doden met een luchtbuks afgewezen. De reden die het ministerie hiervoor geeft is dat ingevolge de intrinsieke waarde van dieren volgens de artikelen 15 en 72 van de Flora en Faunawet het bestuursorgaan geen middelen mag aanwijzen die een onnodig grote inbreuk maken op het welzijn van het te vangen of te doden dier, wanneer een dier moet worden verwijderd uit een bedrijf. Kunt u aangeven waarom u in afwijking van LNV tot een andere conclusie komt omtrent de wenselijkheid van ondersteunend afschot, terwijl de situatie min of meer identiek is?

Antwoord: Bij de bovenbedoelde aanvraag was er geen sprake van een (min of meer) identieke situatie. In tegenstelling tot het onderhavige geval was er namelijk geen sprake van een risico voor de volksgezondheid. De artikelen 15 en 75 van de wet zijn wat betreft de huismus dan ook niet aan de orde. Ingevolge artikel 5 juncto artikel 7, lid 12, van het Besluit beheer en schadebestrijding dieren is het toegestaan huismussen te doden met een luchtdrukgeweer binnen gebouwen. Er is ook in dit geval rekening gehouden met de intrinsieke waarde van het dier. Om deze reden is het doden slechts toegestaan als uiterste middel (indien het vangen niet mogelijk is gebleken).

6) In de publicatie in het AD Utrechts Nieuwsblad van 7 november 2008 betreffende de mussen en spreeuwen in Bunschoten staat dat de provincie ontheffing verleent voor het vangen met vangkooien, vervoeren en elders uitzetten van de beschermde diersoorten huismus en spreeuw. Echter de in de ontheffing vermelde tekst ‘het doden met behulp van een luchtbuks’ ontbreekt. Kunt u verklaren waarom in de publicatie deze essentiële tekst ontbreekt?

Antwoord: Primair is de ontheffing gericht op het vangen, vervoeren en uitzetten van huismus en spreeuw
indien het ondanks herhaalde pogingen niet is gelukt alle vogels te vangen (Bijlage 1 voorschrift nr. 3)
mogen de nog aanwezige huismussen en spreeuwen worden gedood met een luchtbuks.
In de tekst van de publicatie is dit laatste per abuis niet genoemd, normaal gesproken wordt dit wel vermeld. In een bekendmaking wordt een omschrijving gegeven van de essentie van de ontheffing, indien personen meer willen weten over de exacte inhoud en motivatie kunnen zij contact opnemen met de provincie om inzage te krijgen in de officiële stukken.


7) Mogen wij ervan uit gaan dat de ontheffing alleen geldt zoals gepubliceerd in het AD? Zo nee, bent u voornemens een rectificatie te plaatsen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord: Nee, de tekst van de ontheffing is bepalend. In een bekendmaking wordt slechts een omschrijving gegeven van de essentie van de ontheffing. Belanghebbenden waaronder de Vogelbescherming en Stichting De Faunabescherming hebben, net als uw partij, een afschrift van de verleende ontheffing ontvangen. Nu de belanghebbenden op de hoogte waren, althans konden zijn, van de volledige inhoud van het besluit zijn zij niet in hun (proces)belangen geschaad. Derhalve zien wij geen reden over te gaan tot een rectificatie. Uiteraard zal er op worden toegezien dat dergelijke omissies in de toekomst niet meer voor zullen komen.


Gedeputeerde Staten van Utrecht,

Voorzitter,

Secretaris,

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer