Vragen over anti­bi­o­ti­ca­re­sis­tente bacteriën in Utrechts opper­vlak­te­water


Indiendatum: jun. 2011

Geacht college van gedeputeerde staten,

Toelichting
In het RIVM rapport ‘Antibioticaresistente bacteriën in Nederlands oppervlaktewater in veeteeltrijk gebied’ uit 2010 wordt geconcludeerd dat antibioticaresistente bacteriën, ESBL’s, in Nederlands oppervlaktewater voorkomen. Bekend was al dat besmetting van mensen kan plaatsvinden door contact tussen mens en dier en door het eten van vlees en groente (vanwege gebruik dierlijke mest op het land). ESBL’s komen in oppervlaktewater terecht doordat mest afspoelt naar het oppervlaktewater. Mensen die aan antibioticaresistente bacteriën worden blootgesteld, kunnen zelf het risico lopen ziek te worden van deze, moeilijker te bestrijden, bacteriën. Daarnaast is het mogelijk dat mensen zelf niet ziek worden van de resistente bacteriën, maar ze overdragen aan mensen met verminderde weerstand, zoals ziekenhuispatiënten. Antibiotica werkt niet meer bij besmette mensen en dieren.

1. Kent u het RIVM rapport ‘Antibioticaresistente bacteriën in Nederlands oppervlaktewater in veeteeltrijk gebied’?

2. Hoe beoordeelt u de conclusie uit het rapport dat antibioticaresistente bacteriën in het oppervlaktewater voorkomen en mensen door recreatie in zwemwater een gezondheidsrisico kunnen lopen?

In het Waterplan 2010-2015 staat te lezen dat het de taak van de provincie is om de waterkwaliteit en de veiligheid van officiële zwemplaatsen te controleren. Dit op grond van de Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden. In het kader van de Europese zwemwaterrichtlijn moet de provincie Utrecht jaarlijks het aanwezige zwemwater inventariseren en vervolgens besluiten welke locaties veilig genoeg zijn om te worden aangewezen als officiële zwemwateren. De waterschappen zijn, namens de provincie, verantwoordelijk voor bemonstering van de waterkwaliteit van de zwemwateren in de provincie Utrecht.

3. Kunt u aangeven of bij deze bemonstering tevens wordt gekeken naar de aanwezigheid van ESBL’s in oppervlaktewater? Zo ja, kunt u aangeven of in de Utrechtse wateren ESBL’s zijn aangetroffen? Zo nee, bent u bereid ESBL’s zo snel mogelijk alsnog mee te nemen in de bemonstering van de waterkwaliteit aangezien het zwemseizoen begin mei is gestart?

Er zijn meerdere oorzaken waardoor antibioticaresistente bacteriën in oppervlaktewater terechtkomen. Afspoeling van mest van dieren die met antibiotica zijn behandeld naar het oppervlaktewater is er daar één van. Een andere oorzaak kan zijn dat gedeeltelijk gezuiverd of ongezuiverd afvalwater in oppervlaktewater wordt geloosd, bijvoorbeeld door ziekenhuizen waar mensen zijn behandeld met antibiotica.

In het rapport ‘Gebiedsstudie geneesmiddelen Utrecht’ is door de provincie in samenwerking met de waterschappen onderzoek gedaan naar de concentraties geneesmiddelen in oppervlakte water nabij zogenaamde ‘hotspots’ zoals ziekenhuizen en zorginstellingen. Uit het rapport komt naar voren dat het mogelijk is om water afkomstig van de hotspots te filteren alvorens het zich vermengd met oppervlaktewater.

4. Bent u bereid, mede in het licht van bovengenoemd rapport, te onderzoeken of er mogelijkheden zijn om te voorkomen dat meststoffen afspoelen in oppervlaktewater? Zo nee, waarom niet?

5. Kunt u uiteenzetten welke maatregelen u gaat nemen ten aanzien van de risico’s op ESBL besmettingen?

Namens de fractie van de Partij voor de Dieren en hoogachtend,

Willem van der Steeg

Indiendatum: jun. 2011
Antwoorddatum: 5 jul. 2011

Beantwoording schriftelijke vragen ex art. 47 RvO aan het College van GS, gesteld door W. van der Steeg van de Partij voor de Dieren, betreffende ESBL bacteriën in Nederlands oppervlaktewater (d.d. 17 juni 2011)

Toelichting
In het RIVM rapport ‘Antibioticaresistente bacteriën in Nederlands oppervlaktewater in veeteeltrijk gebied’ uit 2010 wordt geconcludeerd dat antibioticaresistente bacteriën, ESBL’s, in Nederlands oppervlaktewater voorkomen. Bekend was al dat besmetting van mensen kan plaatsvinden door contact tussen mens en dier en door het eten van vlees en groente (vanwege gebruik dierlijke mest op het land). ESBL’s komen in oppervlaktewater terecht doordat mest afspoelt naar het oppervlaktewater. Mensen die aan antibioticaresistente bacteriën worden blootgesteld, kunnen zelf het risico lopen ziek te worden van deze, moeilijker te bestrijden, bacteriën. Daarnaast is het mogelijk dat mensen zelf niet ziek worden van de resistente bacteriën, maar ze overdragen aan mensen met verminderde weerstand, zoals ziekenhuispatiënten. Antibiotica werkt niet meer bij besmette mensen en dieren.

1. Kent u het RIVM rapport ‘Antibioticaresistente bacteriën in Nederlands oppervlaktewater in veeteeltrijk gebied’?

Antwoord:
Ja.

2. Hoe beoordeelt u de conclusie uit het rapport dat antibioticaresistente bacteriën in het oppervlaktewater voorkomen en mensen door recreatie in zwemwater een gezondheidsrisico kunnen lopen?

Antwoord:
Over het algemeen vinden we de conclusie uit het rapport zorgwekkend. We onderschrijven echter wel het belang te kijken naar mogelijke bronnen van bacteriën in de directe omgeving van zwemwater. Uit het RIVM-rapport blijkt dat antibioticaresistente bacteriën vaker voorkomen in gebieden met hoge concentraties intensieve veeteelt (slachtvarkens en vleeskuikens) en in de buurt van rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI’s) van grote steden, ziekenhuizen of andere zorginstellingen. De officieel aangewezen zwemlocaties in de provincie Utrecht vallen onder de Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden (Whvbz), die tot doel heeft het behouden en verbeteren van de zwemwaterkwaliteit en het beschermen van de gezondheid van de zwemmers. Als onderdeel van deze wet zijn door de waterbeheerders (waterschappen en Rijkswaterstaat) zwemwaterprofielen opgesteld. Doel van het zwemwaterprofiel is onder andere het in kaart brengen van mogelijke bronnen en oorzaken van verontreiniging die het zwemwater kunnen aantasten en schade kunnen toebrengen aan zwemmers. Er wordt hiervoor ook een lijst opgesteld van alle potentiële verontreinigingsbronnen en –routes voor fecale verontreiniging. Uit deze onderzoeken blijkt dat zich in of nabij de Utrechtse zwemlocaties geen lozingspunten van riolering of van een RWZI bevinden en dat de kwaliteit van het zwemwater dus niet onder directe invloed staat van lozingen en overstorten als mogelijke bron voor antibioticaresistente bacteriën. Voor het opstellen van het zwemwaterprofiel is de aanwezigheid van intensieve veehouderij als mogelijke vervuilingsbron (nog) niet meegenomen. Na het op kaart analyseren van de aanwezigheid van intensieve veehouderijen in de nabijheid van de officiële zwemlocaties kan echter worden gezegd dat er geen zwemlocaties dusdanig dichtbij intensieve veehouderijen zijn gesitueerd, dat hierdoor risico’s voor de waterkwaliteit ontstaan.

Daarnaast wordt in het RIVM-rapport gesteld dat ESBL-producerende bacteriën zich met name bevinden in mest van dieren uit de intensieve veehouderij. In Utrecht wordt voornamelijk koeienmest op het land gebracht. Deze mest bevat nauwelijks antibioticaresistente bacteriën, omdat melkvee veel minder antibiotica krijgt toegediend dan slachtvarkens en vleeskuikens. De meeste mest van varkens en kippen uit de intensieve veehouderij wordt buiten de provincie Utrecht toegepast in de akkerbouw, gaat naar Duitsland of wordt verbrandt. Afspoeling van antibioticarijke mest is in Utrecht dan ook naar alle waarschijnlijkheid geen probleem.

De verwachting is dan ook dat er geen tot weinig antibioticaresistente bacteriën in de Utrechtse zwemplassen zullen voorkomen.

In het Waterplan 2010-2015 staat te lezen dat het de taak van de provincie is om de waterkwaliteit en de veiligheid van officiële zwemplaatsen te controleren. Dit op grond van de Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden. In het kader van de Europese zwemwaterrichtlijn moet de provincie Utrecht jaarlijks het aanwezige zwemwater inventariseren en vervolgens besluiten welke locaties veilig genoeg zijn om te worden aangewezen als officiële zwemwateren. De waterschappen zijn, namens de provincie, verantwoordelijk voor bemonstering van de waterkwaliteit van de zwemwateren in de provincie Utrecht.

3. Kunt u aangeven of bij deze bemonstering tevens wordt gekeken naar de aanwezigheid van ESBL’s in oppervlaktewater? Zo ja, kunt u aangeven of in de Utrechtse wateren ESBL’s zijn aangetroffen? Zo nee, bent u bereid ESBL’s zo snel mogelijk alsnog mee te nemen in de bemonstering van de waterkwaliteit aangezien het zwemseizoen begin mei is gestart?

Antwoord:
In het kader van de Whvbz wordt door de waterbeheerders in het zwemseizoen de kwaliteit van het water tweewekelijks onderzocht. Bij deze bemonstering wordt alleen gekeken naar de aantallen E.coli bacteriën in het oppervlaktewater en wordt niet gekeken of ze ESBL produceren. Als de reguliere bemonstering een overschrijding laat zien van de norm voor E.Coli dan waarschuwt de provincie de zwemmers of stelt een zwemverbod in. In relatie tot ESBL-producerende E.Coli bacteriën wordt de gezondheid van zwemmers op deze wijze al enigszins beschermd.

Op landelijk niveau is recentelijk een onderzoek gestart door het RIVM in opdracht van het ministerie van I&M naar de aanwezigheid van antibioticaresistente bacteriën in Nederlands recreatiewater. De onderzoeksvraag is of deze bacteriën voorkomen in officiële zwemlocaties die onder invloed staan van lozingen (en overstorten) van RWZI’s en zo ja hoe groot de gezondheidsrisico’s daarvan zijn. Hiertoe worden gedurende het zwemseizoen 2011 een drietal zwemlocaties in Zuid-Holland, Flevoland en Friesland bemonsterd. In afwachting van de resultaten van dit onderzoek achten wij het op dit ogenblik niet zinvol ESBL-producerende bacteriën mee te nemen in de bemonstering van de waterkwaliteit voor het zwemseizoen 2011. Mocht uit het onderzoek naar voren komen dat er ESBL-producerende bacteriën in de officiële zwemwateren voorkomen dan achten wij het wenselijk dat op landelijk niveau beslissingen worden genomen over vervolgstappen omtrent bemonstering en normstelling.

Er zijn meerdere oorzaken waardoor antibioticaresistente bacteriën in oppervlaktewater terechtkomen. Afspoeling van mest van dieren die met antibiotica zijn behandeld naar het oppervlaktewater is er daar één van. Een andere oorzaak kan zijn dat gedeeltelijk gezuiverd of ongezuiverd afvalwater in oppervlaktewater wordt geloosd, bijvoorbeeld door ziekenhuizen waar mensen zijn behandeld met antibiotica.

In het rapport ‘Gebiedsstudie geneesmiddelen Utrecht’ is door de provincie in samenwerking met de waterschappen onderzoek gedaan naar de concentraties geneesmiddelen in oppervlaktewater nabij zogenaamde ‘hotspots’ zoals ziekenhuizen en zorginstellingen. Uit het rapport komt naar voren dat het mogelijk is om water afkomstig van de hotspots te filteren alvorens het zich vermengd met oppervlaktewater.

4. Bent u bereid, mede in het licht van bovengenoemd rapport, te onderzoeken of er mogelijkheden zijn om te voorkomen dat meststoffen afspoelen in oppervlaktewater? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Op Europees, landelijk en provinciaal niveau worden reeds diverse onderzoeken uitgevoerd of wordt wetgeving opgesteld om de mestvracht die afspoelt richting het oppervlaktewater te verminderen of het antibioticumgebruik in de veehouderij te verminderen. Zo wordt de kwaliteit van het oppervlaktewater in Nederland beschermd vanuit de Europese Kaderrichtlijn Water, die in 2000 van kracht is geworden. Hiertoe zijn doelen opgesteld die ervoor moeten zorgen dat de kwaliteit van het oppervlaktewater in Nederland in 2015 op orde is. Om deze doelen te kunnen halen worden allerlei maatregelen genomen en onderzoeken uitgevoerd. Eén van de onderzoeken heeft betrekking op het terugdringen van de uit- en afspoeling van verontreinigingen (met name nutriënten (mest)) richting het oppervlaktewater. De afdeling Bodem en Water van provincie Utrecht heeft medio 2009 het project Praktische Bedrijfsinnovaties in de landbouw opgestart. Doel van het project is om goede ideeën vanuit de praktijk breder te gebruiken bij het verder terugdringen van verontreinigingen richting het oppervlaktewater. Erfafspoeling zorgt bijvoorbeeld, met name tijdens regenval, voor veel verontreinigingen in het oppervlaktewater door onder andere mestresten die worden meegevoerd. Er worden nu maatregelen getest, zodat in 2020 een situatie ontstaat waarbij geen verontreinigende lozingen meer van het erf komen (nullozing). Hier wordt tevens op nationaal niveau regelgeving voor ontwikkeld. Ook worden maatregelen getest om de mestvracht die vanaf de percelen in het oppervlaktewater terechtkomt te verminderen. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan nauwkeurigere bemesting.

Landelijk eist het kabinet voor de totale veehouderij een daling van het antibioticumgebruik van 20% in 2011 en 50% in 2013 ten opzichte van het gebruik in 2009. Vanuit bureau LaMi, onderdeel van de afdeling Bodem en Water van provincie Utrecht, wordt in de periode 1 juli 2011 tot 1 juli 2012 een project uitgevoerd om kennis te verspreiden over verantwoord antibioticumgebruik, waardoor het gebruik hiervan op melkveebedrijven zal afnemen.Vanuit veldonderzoek zal een brochure ontwikkeld worden met richtlijnen voor verantwoord antibioticumgebruik.

Op provinciaal niveau komt verder de relatie veehouderij-volksgezondheid terug in de landbouwvisie van provincie Utrecht die op dit moment wordt opgesteld. Hierin wordt ook aandacht besteed aan antibioticaresistente bacteriën.

Op basis van het bovengenoemde zien we dan ook niet de noodzaak om meer onderzoeken op te gaan zetten om te voorkomen dat meststoffen afspoelen in het oppervlaktewater.

5. Kunt u uiteenzetten welke maatregelen u gaat nemen ten aanzien van de risico’s op ESBL besmettingen?

Antwoord:
Op dit moment gaan we geen gerichte maatregelen nemen ten aanzien van risico’s op ESBL-besmettingen. We onderschrijven de noodzaak en het belang van onderzoek naar het voorkomen van ESBL-producerende bacteriën en hun gevaar voor de volksgezondheid, zoals het RIVM nu onderzoekt in Zuid-Holland, Flevoland en Friesland. Vooralsnog wachten we echter landelijke ontwikkelingen en uitkomsten van onderzoeken af.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer