Vragen over ganzen­be­strijding in de provincie


Indiendatum: aug. 2008

Onderwerp: Schriftelijke vragen ex art. 47 van het RvO aan het College van GS, gesteld door Wanda Bodewitz, Partij voor de Dieren, betreffende het doden van ganzen in de provincie


Geacht College van Gedeputeerde Staten,

Toelichting
Op 29 april 2008 heeft de provincie Utrecht een ontheffing verleend aan de Stichting Faunabeheereenheid Utrecht om in de provincie 2.500 grauwe ganzen en een onbeperkt aantal brandganzen, nijlganzen, canadese ganzen en verwilderde gedomesticeerde ganzen te vangen en te doden. De ontheffinggebruiker is Duke Faunabeheer.

Dieronvriendelijke methode
In de provincie Noord-Holland is Duke Faunabeheer ook ontheffinggebruiker om duizenden ganzen te vangen en te doden. Naar nu blijkt is daarbij koolzuurgas (CO2) gebruikt om de dieren te doden. CO2 gas is een hiervoor bij wet niet toegestaan middel en is een zeer dieronvriendelijke methode om de dieren aan hun eind te helpen. Uit onderzoek in Amerika en Engeland blijkt dat het vergassen van de vogels met koolzuurgas een langzame en pijnlijke dood veroorzaakt (1) . De dieren worden in een container gedreven waar het CO2 de zuurstof verdrijft. De vogels hijgen, schudden met hun kop en strekken hun nek om te ademen en uiteindelijk stikken ze. Op grond van artikel 72, eerste lid van de Flora- en faunawet kan dan ook voor dit middel geen toestemming worden verleend, aangezien het onnodig lijden van de dieren veroorzaakt. In een rechtszaak die de Faunabescherming tegen het vangen en vergassen op Texel heeft ingediend heeft Duke Faunabeheer al aangegeven (vrijwel) uitsluitend van deze methode gebruik te maken.

Populatiebeheer leidt niet tot minder schade
2008 is reeds het tweede achtereenvolgende jaar dat zulke grootschalige vangacties in de provincie plaatsvinden. In 2007 is voor de grauwe gans een ontheffing verleend om 2800 ganzen te doden. Volgens de Faunabeheereenheid Utrecht zou een ideale populatie aan grauwe ganzen 4.300 stuks (2) zijn. In hun Faunabeheerplan 2004-2008 is berekend dat deze grote aantallen afschot nodig zijn om tot de ideale populatie te komen. Zijn er meer dan wordt aanzienlijke schade aan graslanden verwacht. Van 2005 t/m 2007 zijn er 6.091 (3) overzomerende grauwe ganzen afgeschoten (en nog eens 4.415 overwinterende) terwijl de populatie is toegenomen met 459 van 10.365 in 2005 naar 10.824 in 2008 (4) . De totale hoeveelheid door het Faunafonds uitgekeerde schade, veroorzaakt door overzomerende grauwe ganzen, is tussen 2005 en 2007 gestegen van € 3.000 naar € 28.000. Voor 2008 zijn nog geen uitgekeerde bedragen bekend maar de getaxeerde schadebedragen tot 1 juli (5) zijn aanleiding om aan te nemen dat de schade-uitkering dit jaar weer hoger zal zijn. De ontheffing die nu is verleend, zal gezien deze cijfers naar alle waarschijnlijkheid niet bijdragen aan een vermindering van schade. Het populatiebeheer heeft dus niet tot een daling van de landbouwschade geleid en is dan ook volgens ons niet effectief gebleken.
In de ons bekende gegevens treffen wij weinig verband aan tussen de aantallen dieren en de schade. Als extra toelichting hierop vermeld ik hier nog cijfers over de kolgans.
Tussen 2005 en 2006 is hun aantal in de provincie bijna verviervoudigd (van 2.192 naar 7.722) terwijl de schade daalde (van € 48.000 naar € 47.000). In 2007 is hun aantal weer gedecimeerd (naar 719) terwijl de schade maar gehalveerd is (€ 23.000).

Economisch gewin/verlies vs dierenlevens
De getaxeerde schade veroorzaakt door overzomerende grauwe ganzen in de jaren 2005 t/m 2007 was in totaal € 48.174 euro en daarvan is € 42.243 euro uitgekeerd. Vanwege deze schadevergoeding zijn ruim 6.000 ganzen gedood. Voor het doden van de ganzen worden echter ook kosten gemaakt.

Wij spreken hierbij nogmaals onze verontwaardiging uit over de gang van zaken met betrekking tot het zogenaamde bestrijden van schade door ganzen. De Partij voor de Dieren heeft al eerder aandacht gevraagd voor alternatieve maatregelen.


Naar aanleiding van het voorgaande, wil de fractie van de Partij voor de Dieren de volgende vragen stellen:

1) In de ontheffing staat dat de gevangen ganzen op een snelle en efficiënte wijze dienen te worden vervoerd en gedood. Er is niet in opgenomen hoe de dieren gedood mogen worden. Kunt u aangeven waarom niet? Bent u bereid ervoor te zorgen dat de toegestane dodingsmiddelen voortaan standaard onderdeel worden van een ontheffingsbeschikking voor het doden van dieren? Zo nee, waarom niet?

2) Kunt u aangeven met welk middel de gevangen ganzen zijn gedood? Indien het dodingsmiddel CO2 gas is geweest, is daar door de provincie geen ontheffing voor verleend. Dat zou betekenen dat de provincie in gebreke is gebleven en dat de gebruiker van deze ontheffing in overtreding is (6). Indien inderdaad dit gas is gebruikt: welke consequenties verbindt u hieraan?

3) Zijn er tijdens de vangacties en de vergassingsmomenten altijd handhavers van de provincie aanwezig? Zo nee, hoe is de handhaving van de Flora- en Faunawet door de provincie dan geborgd?

4) Doordat de ontheffing laat bekend is gemaakt (besluit 29 april 2008, ingang 1 mei 2008), hebben belangengroeperingen niet de tijd gehad tijdig bezwaar in te dienen. Wettelijk is de provincie verplicht burgers tijdig te informeren over verleende vergunningen en ontheffingen. Kunt u ervoor zorgen dat voortaan alle vergunningen en ontheffingen tijdig bekend worden gemaakt?

5) Kunt u een volledig overzicht geven van alle gemaakte kosten die verband houden met de bestrijding van ganzen in de provincie Utrecht?

6) Voor grauwe ganzen is een streefgetal van 4.300 berekend. In het Faunabeheerplan 2004-2008 ging men ervan uit dat met het doden van 8.400 grauwe ganzen in de loop van 3 jaar de gewenste populatieomvang bereikt zou worden. Volgens de laatste faunatelling zijn er nu 10.824 grauwe ganzen in de provincie. Kunt u verklaren waarom het doden van 5900 (afschot 2006 en 2007, voor 2008 nog quotum van 2500) grauwe ganzen niet heeft geleid tot een daling van het aantal ganzen met 6.056 stuks en in plaats daarvan is gestegen met 459 stuks? En kunt u toelichten waarom verwacht werd dat met het quotum van 8.400 het streefgetal bereikt zou worden?

7) Uit de ons bekende gegevens kunnen wij geen duidelijke correlatie tussen het aantal getelde kolganzen en de hoeveelheid getaxeerde schade opmaken. Hoe verantwoordt u het beleid van doden met de resultaten van de schade?

8) Het populatiebeheer heeft niet geleid tot een daling van de hoeveelheid landbouwschade. Bovendien zijn er kosten verbonden aan de ganzenvangacties. Er zou ook voor gekozen kunnen worden om geen bestrijding van ganzen meer toe te passen en de geleden landbouwschade uit te keren. Bent u bereid het huidige beleid te herzien? Zo nee, waarom niet?

9) In het rapport van Sovon (7) over overzomerende ganzen in Nederland wordt aangegeven dat het aanpassen van het begrazingsregime de aantallen ganzen negatief kan beïnvloeden. Ook kan door verschraling of verruiging bereikt worden dat opgroeigebieden minder geschikt worden voor ganzen. Bent u bereid te bekijken waar in de provincie deze maatregelen toegepast kunnen worden? Zo nee, waarom niet?

10) Bent u bereid, gezien al het bovenstaande, de ontheffing verleend aan de Faunabeheereenheid Utrecht in te trekken?


Namens de fractie van de Partij voor de Dieren en hoogachtend,

Wanda Bodewitz

1. http://www.upc-online.org/nr/33005co2.htm

2. Appendix Faunabeheerplan 2004-2008 Faunabeheereenheid Utrecht
3. Jaarverslag 2006 en 2007 Faunabeheereenheid Utrecht
4. Faunatelling 2008 Faunabeheereenheid Utrecht
5. Overzicht gemelde faunaschade eerste helft van 2008, Faunafonds
6. http://www.partijvoordedieren.nl/content/view/148//Fractie/view/kamervragen/487

7. http://www.sovon.nl/pdf/Ond%202006-02%20Overzomerende_ganzen.pdf

Indiendatum: aug. 2008
Antwoorddatum: 21 okt. 2008

1) In de ontheffing staat dat de gevangen ganzen op een snelle en efficiënte wijze dienen te worden vervoerd en gedood. Er is niet in opgenomen hoe de dieren gedood mogen worden. Kunt u aangeven waarom niet? Bent u bereid ervoor te zorgen dat de toegestane dodingsmiddelen voortaan standaard onderdeel worden van een ontheffingsbeschikking voor het doden van dieren? Zo nee, waarom niet?

Beantwoording: Middelen waarmee dieren mogen worden gevangen of gedood staan standaard in de ontheffingsbeschikkingen conform artikel 68 van de Flora en faunawet. Als het, zoals in het onderhavige geval, gaat om een ontheffing betreffende het vangen van dieren, vermelden wij niet hoe de dieren vervolgens moeten worden gedood. Dit laten wij over aan de ontheffinggebruiker, in dit geval het bedrijf Duke Faunabeheer. Deze is verantwoordelijk om de bemachtigde dieren op een wettelijk toegestane wijze te doden, dat wil zeggen snel en efficiënt (voorwaarde nr. 6 van de ontheffingsbeschikking), zonder onaanvaardbare opwinding of pijn (Besluit doden van dieren, d.d. 16 mei 1997, nr.235). Over de wijze van euthanasie is aan ons van te voren informatie verstrekt tijdens het overleg met de betrokken partijen en via publicaties, welke zijn toegevoegd aan het dossier. Wij waren dus op de hoogte en hebben dan ook impliciet toestemming gegeven voor de betreffende methode. Zie verder: antwoord op vraag 2.

2) Kunt u aangeven met welk middel de gevangen ganzen zijn gedood?Indien het dodingsmiddel CO2 gas is geweest, is daar door de provincie geen ontheffing voor verleend. Dat zou betekenen dat de provincie in gebreke is gebleven en dat de gebruiker van deze ontheffing in overtreding is . Indien inderdaad dit gas is gebruikt: welke consequenties verbindt u hieraan?

Beantwoording: De gevangen ganzen zijn gedood met CO2 gas.
Duke Faunabeheer gebruikt hiervoor machines die speciaal ontworpen zijn voor het doden van dieren, die ook door gespecialiseerde bedrijven gebruikt worden bij het uitbreken van epidemieën of andere besmettingen (vb. vogelgriep).Het type machine, dat door Duke Faunabeheer wordt gebruikt, behoort tot de AED-Line ™. Dit zijn machines die de dieren doden met een concentratie kooldioxide (CO2 gas) van ten minste 70 % en voldoen aan de Europese en Nederlandse regelgeving betreffende het doden van dieren. In bijlage C van de richtlijn nr. 93/119/EG van de Raad van de Europese Unie wordt gasbedwelming met behulp van kooldioxide (CO2) genoemd als toegestane methode om dieren te doden. Daarbij is een vereiste dat dit snel en efficiënt gebeurt, zonder onaanvaardbare opwinding of pijn (Besluit doden van dieren, d.d. 16 mei 1997, nr.235). Door de Universiteit van Utrecht is onderzoek gedaan naar het doden van pluimvee met behulp van CO2. Uit dit onderzoek is gebleken dat vergassing met uitsluitend CO2 een snelle en efficiënte wijze van doden is. Een concentratie van CO2 van 40-45 % leidt tot bewusteloosheid. De periode van “ongerief” (kopschudden en zwaar ademhalen) is beperkt tot maximaal drie minuten. Omdat het doden van dieren altijd gevolgen heeft voor het dierenwelzijn zal de provincie Utrecht verdere ontwikkelingen op dit gebied nauwkeurig volgen. Gezien voorgaande hebben wij geen reden aan te nemen dat de gebruiker zich niet gehouden heeft aan de gestelde voorschriften.

3) Zijn er tijdens de vangacties en de vergassingsmomenten altijd handhavers van de provincie aanwezig? Zo nee, hoe is de handhaving van de Flora- en Faunawet door de provincie dan geborgd?

Beantwoording: Onze toezichthouders, dikwijls tevens buitengewoon opsporingambtenaren (BOA’s) controleren steekproefsgewijs. Tijdens één van de vangacties (d.d.18 juni 2008 ) is een provinciale handhaver aanwezig geweest. Bij de andere vangacties zijn BOA’s van Staatsbosbeheer, Vereniging Natuurmonumenten of Het Utrechts Landschap aanwezig geweest. Hiermee is de handhaving geborgd.

4) Doordat de ontheffing laat bekend is gemaakt (besluit 29 april 2008, ingang 1 mei 2008), hebben belangengroeperingen niet de tijd gehad tijdig bezwaar in te dienen. Wettelijk is de provincie verplicht burgers tijdig te informeren over verleende vergunningen en ontheffingen. Kunt u ervoor zorgen dat voortaan alle vergunningen en ontheffingen tijdig bekend worden gemaakt?

Beantwoording: De bekendmaking heeft plaatsgevonden via een mededeling in een plaatselijk dagblad (AD) en de Staatscourant (woensdag 7 mei 2008). Een kopie van de ontheffing is verstuurd op 29 april aan de belangenorganisaties (o.a. St. de Faunabescherming en Vogelbescherming Nederland). Hiermee heeft de bekendmaking tijdig plaatsgevonden, conform de wettelijke eisen.

5) Kunt u een volledig overzicht geven van alle gemaakte kosten die verband houden met de bestrijding van ganzen in de provincie Utrecht?

Beantwoording: De geraamde kosten staan vermeld in het Plan van Aanpak Ganzen vangen in de rui. Een overzicht van de werkelijk gemaakte kosten krijgen wij binnenkort van de Faunabeheereenheid Utrecht toegezonden. Wij hebben ingestemd met de financiering van 50% van deze kosten met een maximum van het in de begroting genoemde bedrag.

6) Voor grauwe ganzen is een streefgetal van 4.300 berekend. In het Faunabeheerplan 2004-2008 ging men ervan uit dat met het doden van 8.400 grauwe ganzen in de loop van 3 jaar de gewenste populatieomvang bereikt zou worden. Volgens de laatste faunatelling zijn er nu 10.824 grauwe ganzen in de provincie. Kunt u verklaren waarom het doden van 5900 (afschot 2006 en 2007, voor 2008 nog quotum van 2500) grauwe ganzen niet heeft geleid tot een daling van het aantal ganzen met 6.056 stuks en in plaats daarvan is gestegen met 459 stuks? En kunt u toelichten waarom verwacht werd dat met het quotum van 8.400 het streefgetal bereikt zou worden?

Beantwoording: Het gebruik van de ontheffing voor overzomerende grauwe ganzen is niet in alle delen van de provincie toegestaan. Er zijn aanwijzingen dat in de gebieden waar acties mogelijk waren en ook uitgevoerd zijn, de aantallen verminderd zijn. In andere gebieden, waar voorheen geen schadedreiging was omdat de overzomerende ganzen er niet of in geringe aantallen voorkwamen en er dus ook niet tegen opgetreden kon worden, heeft een toename van overzomerende ganzen plaatsgevonden.
Het resultaat van een meerjarige actie om de overzomerende grauwe ganzen-populatie terug te brengen tot een populatie-omvang van 4.300 exemplaren kan echter pas na afloop beoordeeld worden. In het nieuw op te stellen Faunabeheerplan 2009 – 2013 zal deze actie geëvalueerd worden. Bij het gereed komen van dit Faunabeheerplan wordt deze informatie openbaar.

7) Uit de ons bekende gegevens kunnen wij geen duidelijke correlatie tussen het aantal getelde kolganzen en de hoeveelheid getaxeerde schade opmaken. Hoe verantwoordt u het beleid van doden met de resultaten van de schade?

Beantwoording: Bij het verlenen van de ontheffing voor het vangen van overzomerende ganzen hebben we de kolgans uitgesloten. Vanwege praktische redenen is het vangen van kolganzen tijdens de vangacties niet verboden. De gevangen kolganzen dienden echter direct weer te worden vrijgelaten en mochten niet worden gedood. Hier heeft men zich tijdens de vangacties strikt aan gehouden.

8) Het populatiebeheer heeft niet geleid tot een daling van de hoeveelheid landbouwschade. Bovendien zijn er kosten verbonden aan de ganzenvangacties. Er zou ook voor gekozen kunnen worden om geen bestrijding van ganzen meer toe te passen en de geleden landbouwschade uit te keren. Bent u bereid het huidige beleid te herzien? Zo nee, waarom niet?

Beantwoording: Het beleid ten aanzien van schadeveroorzakende diersoorten is weergegeven in de Beleidsnota Flora- en faunawet provincie Utrecht, die dit jaar is vastgesteld. De uitvoering van het beleid door de Faunabeheereenheid wordt gebaseerd op de door de provincie te verlenen ontheffingen. De onderbouwing van de ontheffingen wordt gegeven in het Faunabeheerplan. In het Faunabeheerplan 2009 – 2013 wordt de uitvoering van het huidige faunabeheer geëvalueerd en zullen op basis van actuele informatie beheersvoorstellen gedaan worden. Op basis van dit Faunabeheerplan, maar ook op basis van andere relevante gegevens is aanpassing van de beleidsuitvoering wellicht noodzakelijk.

9) In het rapport van Sovon over overzomerende ganzen in Nederland wordt aangegeven dat het aanpassen van het begrazingsregime de aantallen ganzen negatief kan beïnvloeden. Ook kan door verschraling of verruiging bereikt worden dat opgroeigebieden minder geschikt worden voor ganzen. Bent u bereid te bekijken waar in de provincie deze maatregelen toegepast kunnen worden? Zo nee, waarom niet?

Beantwoording: In de beleidsnotitie Flora- en faunawet Provincie Utrecht staat in paragraaf 3.4 ‘Gebiedsinrichting in relatie tot schadebeheer’ dat op plaatsen waar mogelijkheden zijn om bij inrichting en beheer rekening te houden met mogelijke schadedreiging, wij die mogelijkheden zullen benutten om ervaring op te doen. Het doel blijft echter het voorkomen en beperken van belangrijke schade aan gewassen of schade aan flora en fauna.

10) Bent u bereid, gezien al het bovenstaande, de ontheffing verleend aan de Faunabeheereenheid Utrecht in te trekken?

Beantwoording: Nee, de geplande vangacties voor 2008 zijn al uitgevoerd en de ontheffing is niet meer geldig. Bij het verlenen van een ontheffing voor de komende jaren zal de provincie Utrecht zich baseren op het Plan van Aanpak Ganzen vangen in de rui, op het Faunabeheerplan 2009 – 2013 en andere op dat moment beschikbare relevante informatie.

Gedeputeerde Staten van Utrecht,

Voorzitter,

Secretaris,

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer