Vragen over gras­land­herstel in weide­vo­gel­ge­bieden


Indiendatum: mrt. 2015

Geacht college van Gedeputeerde Staten,

Toelichting

Sinds 1960 is meer dan 60 procent van alle weidevogels verdwenen.[1] Utrecht speelt een belangrijke rol in het behoud van de weidevogels, omdat een aantal van de gebieden met de hoogste dichtheid aan deze kwetsbare dieren zich in onze provincie bevinden.

Weidevogels dreigen echter de dupe te worden van piek-populaties veldmuizen die zich eerder dit jaar op sommige locaties in Utrecht hebben ontwikkeld. Deze locaties overlappen met de weidevogelkerngebieden die de provincie heeft aangewezen. De ambitie bij deze kerngebieden is om 75% van de resterende weidevogelpopulatie in onze provincie te behoeden voor een verdere teloorgang.

Op locaties waar veldmuizen grasland hebben aangetast, zullen in veel gevallen herstellende maatregelen worden getroffen waarbij weilanden worden omgeploegd en opnieuw ingezaaid. Hierdoor dreigen weidevogels juist in de cruciale broedperiode hun nest- en voedselgebieden kwijt te raken.

Naar aanleiding van het bovenstaande heeft de fractie van de Partij voor de Dieren de volgende vragen:

1. Is de provincie bereid om te voorkomen dat er in de weidevogelkerngebieden graslandherstellende maatregelen worden genomen in het broedseizoen van 1 maart tot 15 juni?

2. Is de provincie bereid om bij de noodzaak tot het nieuw inzaaien van grasland in weidevogelkerngebieden, het gebruik van kruidenrijke zaadmengsels te stimuleren door de meerkosten hiervan te financieren?

Namens de Partij voor de Dieren en hoogachtend,

Willem van der Steeg

[1] http://www.vogelbescherming.nl/vogels_beschermen/landelijk_gebied/weidevogels

Indiendatum: mrt. 2015
Antwoorddatum: 1 jan. 1970

Toelichting:

Sinds 1960 is meer dan 60 procent van alle weidevogels verdwenen. Utrecht speelt een belangrijke rol in het behoud van de weidevogels, omdat een aantal van de gebieden met de hoogste dichtheid aan deze kwetsbare dieren zich in onze provincie bevinden. Weidevogels dreigen echter de dupe te worden van piek-populaties veldmuizen die zich eerder dit jaar op sommige locaties in Utrecht hebben ontwikkeld. Deze locaties overlappen met de weidevogelkemgebieden die de provincie heefr aangewezen. De ambitie bij deze kemgebieden is om 75% van de resterende weidevogelpopulatie in onze provincie te behoeden voor een verdere teloorgang. Op locaties waar veldmuizen grasland hebben aangetast, zullen in veel gevallen herstellende maatregelen worden getroffen waarbij weilanden worden omgeploegd en opnieuw ingezaaid. Hierdoor dreigen weidevogels juist in de cruciale broedperiode hun nest- en voedselgebieden kwijt te raken.

Naar aanleiding van het bovenstaande heeft de fractie van de Partij voor de Dieren de volgende vragen:

1. ls de provincie bereid om te voorkomen dat er in de weidevogelkemgebieden graslandherstellendemaatregelen worden genomen in het broedse¬°zoen van 1 maart tot 15 juni?

Antwoord: Graslandherstellende maatregelen vormen een gebruikelijk onderdeel van de agrarische bedrijfsvoering. Na sterke beschadiging van de grasmat, zoals in het geval van extreme veldmuizenschade, zal dat ingrijpender zijn en op grotere oppervlakten plaats vinden. lndien deze werkzaamheden onder een goedgekeurde gedragscode op basis van de Flora- en faunawet vallen, geldt er een vrijstelling. Vallen zij hier niet onder, dan is het niet toegestaan broedende vogels te verstoren. Dit tenzij hiervoor een ontheffing op basis van artikel 75 van de Flora- en faunawet is verleend. Gelet hierop is het niet noodzakelijk een algeheel verbod af te kondigen op graslandherstellende maatregelen in de període 1 maart tot 15 juni. Daamaast beschikken wij ook niet over de (juridische) instrumenten om een dergelijk verbod af te kunnen dwingen.

2. ls de provincie bereid om bij de noodzaak tot het nieuw inzaaien van grasland in
weidevogelkemgebieden, het gebruik van kruidenrijke zaadmengsels te stimuleren door de meerkosten hiervan te financieren?

Antwoord: Kruidenrijke graslanden werden en worden door ons gestimuleerd door het nemen van beheersmaatregelen en niet door het inzaaien van kruiden. We willen hiermee bevorderen dat inheemse kruiden zich spontaan vestigen in daarvoor geschikte graslanden en daarmee voorkomen dat de erfelijke eigenschappen van de inheemse kruiden gewijzigd worden door de inbreng van gebiedsvreemde kruiden met andere erfelijke eigenschappen. Wij zullen dan ook geen maatregelen stimuleren die het meezaaien van kruiden behelzen.

Gedeputeerde Staten van Utrecht.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer