Vragen over het massaal verdrinken van veld­muizen


Indiendatum: feb. 2015

Geacht college van Gedeputeerde Staten,

Toelichting

Onlangs verscheen een nieuwsbericht waarin bekend werd gemaakt dat een ondernemer nabij Bunschoten een deel van zijn grasland onderwater heeft gezet.[1] Dit omdat hij zich wil ontdoen van de grote veldmuizenpopulatie die zich op zijn weilanden heeft gevestigd. Bij het onder water zetten van het weiland vinden veldmuizen massaal de dood door verdrinking.

Naar aanleiding van de muizenplaag in 2004-2005 deed Alterra in opdracht van het Faunafonds onderzoek naar de oorzaken en aanpak van piekpopulaties veldmuizen.[2] Uit dit onderzoek blijkt dat bestrijding van veldmuizen tijdens een piekjaar geen zin heeft. Effectiever is een structurele aanpak, waarbij controleerbare factoren zoals grondwaterstanden, graslandbeheer, veedichtheid, predatiedruk en landschapsinrichting afgestemd worden op het voorkomen van hoge dichtheden veldmuizen.

Graag willen we u in vervolg op het bovenstaande een aantal vragen voorleggen:

1.) Bent u bekend met het onderzoek van Alterra waaruit blijkt dat naast weersomstandigheden vooral een verlaagd waterpeil, graslandbeheer, het optimaliseren van de predatiedruk en het weiden van vee een rol spelen in het voorkomen van veldmuizenoverlast, en welke consequenties verbindt u aan de conclusies en aanbevelingen uit dit rapport?

Vossen zijn flinke muizeneters, die per dag zo’n 6 muizen opeten. Eén muizenpaartje kan in een gunstig jaar voor 2600 nakomelingen zorgen. Stel dat de zes muizen die de vos per dag kan verorberen uit drie paartjes bestaan. Dan voorkomt één vos per dag 7800 muizen per jaar. Dat is ruim drie miljoen per jaar.[3]

2.) Is deze informatie voor u een reden om geen nieuwe ontheffingen te verlenen en lopende ontheffingen in te trekken voor het afschieten van vossen (en in casu voor het gebruik van specifieke middelen waarmee de vos ’s nachts bejaagd kan worden), en kunt u dit toelichten?

3.) Bent u bereid om op basis van bovenstaande informatie er bij het Rijk op aan te dringen om de vos van de landelijke vrijstellingslijst te halen, en kunt u dit toelichten?

Door haar taken en verantwoordelijkheden op het gebied van natuurbeheer en ruimtelijke ordening heeft de provincie een belangrijke rol in bewaken van het ecologisch evenwicht, ook buiten de aangewezen natuurgebieden. Zowel de natuur als de agrariër hebben hier baat bij.

4.) Bent u bereid om in lijn met Natuurbeleid 2.0 dieren meer in relatie tot elkaar en hun natuurlijke omgeving te bekijken, en ook het uitvoerend beleid hierop aan te passen in plaats van een ad hoc soortenbenadering (met name doelend op het afschotbeleid)? Zo ja, kunt u hier voorbeelden van geven? Zo nee, waarom niet?

5.) Ben u bereid om in het kader van de huidige piekpopulatie veldmuizen en de waarschijnlijkheid dat in de toekomst dezelfde situatie optreedt, maatregelen voor structurele oplossingen te nemen zoals staan aangegeven in het Alterra rapport, en ondernemers aanbevelingen hiertoe te geven?

6.) Kunt u aangeven waar het water vandaan komt dat door de ondernemer in Bunschoten wordt ingezet tegen de veldmuizen, en kunt u aangeven of er voor onttrekking van grond- of oppervlaktewater in dergelijke hoeveelheden een vergunning nodig is?

Namens de Partij voor de Dieren en hoogachtend,

Willem van der Steeg

[1] http://www.rtvutrecht.nl/nieuws/1291834/boer-verzuipt-duizenden-muizen.html

[2] http://edepot.wur.nl/30373

[3] http://vulpesvulpes.nl/index.php/k2/artikelen/item/726-muizenexplosie-bedreigt-friesland

Indiendatum: feb. 2015
Antwoorddatum: 1 jan. 1970

Toelichting:

Onlangs verscheen een nieuwsbericht waarin bekend werd gemaakt dat een ondememer nabij Bunschoten een deel van zijn grasland onderwater heeft gezet. Dit omdat hij zich wil ontdoen van de grote veldmuizenpopulatie die zich op zijn weilanden heeft gevestigd. Bij het onder water zetten van het weiland vinden veldmuizen massaal de dood door verdrinking.

Naar aanleiding van de muizenplaag in 2004-2005 deed Alterra in opdracht van het Faunafonds onderzoek naar de oozaken en aanpak van piekpopulaties veldmuizen. Uit dit ondezoek blijkt dat bestrijding van veldmuizen tijdens een piekjaar geen zin heeft. Effectiever is een structurele aanpak, waarbij controleerbare factoren zoals grondwaterstanden, graslandbeheer, veedichtheid, predatiedruk en landschapsinrichting afgestemd worden op het voorkomen van hoge dichtheden veldmuizen.

1.) Bent u bekend met het ondezoek van Alterra waaruit blijkt dat naast weersomstandigheden vooral een verlaagd waterpeil, graslandbeheer, het optimaliseren van de predatiedruk en het weiden van vee een rol spelen in het voorkomen van veldmuizenoverlast, en welke consequenties verbindt u aan de conclusies en aanbevelingen uit dit rapport?

Antwoord: Ja. Het voorkomen van een veldmuizenplaag dient bij voorkeur te geschieden ruim voor het optreden van de piekpopulaties door beperken van de meest geschikte habitats, beperken van migratiemogelijkheden, bevorderen van voldoende natuurlijke predatoren, een hoge grondwaterstand en aangepast graslandbeheer. Dergelijke maatregelen zijn echter niet overal toe te passen en kunnen niet in alle gevallen het ontstaan van piekpopulaties voorkomen. Weersomstandigheden kunnen ook een belangrijke rol spelen. Nu de agrariërs geconfronteerd worden met een piekpopulatie is acute bestrijding van de muizen op perceelsniveau aan de orde. Een mogelijkheid daarvoor is het onder water zetten van percelen.

Vossen zijn flinke muizeneters, die per dag zo'n 6 muizen opeten. Eén muizenpaartje kan in een gunstig jaar voor 2600 nakomelingen zorgen. Stel dat de zes muizen die de vos per dag kan verorberen uit drie paartjes bestaan. Dan voorkomt één vos per dag 7800 muizen per jaar. Dat is ruim drie miljoen per jaar.

2.) ls deze informatie voor u een reden om geen nieuwe ontheffingen te verlenen en lopende ontheffingen in te trekken voor het afschieten van vossen (en in casu voor het gebruik van specifieke middelen waarmee de vos 's nachts bejaagd kan worden), en kunt u dit toelichten?

Antwoord: Nee. Als aanvulling op de landelijke vrijstelling van de vos, wordt bestrijding van vossen met kunstlicht toegestaan om bij te dragen aan het voortbestaan van weidevogels. Dat zal voortgezet worden. Daamaast kunnen zich specifieke gevallen voordoen waarbij effectieve bestrijding van vossen nodig is. ln dergelijke gevallen wordt er een zorgvuldige afirveging gemaakt. Deze werkwijze zal voortgezet worden.

3.) Bent u bereid om op basis van bovenstaande informatie er bij het Rijk op aan te dringen om de vos van de landelijke vrijstellingslijst te halen, en kunt u dit toelichten?

Antwoord: Het toepassen van maatwerkbeheer waarbij ook de vos een rol kan spelen is niet mogelijk omdat vossen overdag op basis van de landelijke vrijstelling gedood mogen worden. Bij de overleggen tijdens de voorbereiding van de uitvoeringsbesluiten bij de nieuwe Wet Natuurbescherming is ambtelijk door de provincie Utrecht gepleit om af te zien van het opnemen van de vos in een landelijke vrijstelling. Door haar taken en verantwoordelijkheden op het gebied van natuurbeheer en ruimtelijke ordening heeft de provincie een belangrijke rol in bewaken van het ecologisch evenwicht, ook buiten de aangewezen natuurgebieden. Zowel de natuur als de agrariër hebben hier baat bij.

4.) Bent u bereid om in lijn met Natuurbeleid 2.0 dieren meer in relatie tot elkaar en hun natuurlijke omgeving te bekijken, en ook het uitvoerend beleid hierop aan te passen in plaats van een ad hoc soortenbenadering (met name doelend op het afschotbeleidl? Zo ja, kunt u hier voorbeelden van geven? Zo nee, waarom niet?

Antwoord: Het is praktijk om beheer en schadebestrijding te bezien in relatie tot andere beschermde soorten en hun natuurlijke omgeving. Voor een deel betreft dat de wettelijke verplichting om het duurzaam voortbestaan van beschermde soorten niet in gevaar te brengen. Het beeld van een "ad hoc soortenbenadering" herkennen wij in dit geval niet.

5.) Ben u bereid om in het kader van de huidige piekpopulatie veldmuizen en de waarschijnlijkheid dat in de toekomst dezelfde situatie optreedt, maatregelen voor structurele oplossingen te nemen zoals staan aangegeven in het Alterra rapport, en ondernemers aanbevelingen hiertoe te geven?

Antwoord: Het Faunafonds heeft de opdracht gegeven die resulteerde in het Alterra-rapport "Muizenplagen in Nederland: oozaken en bestrijding" en heeft daarover in 2006 gecommuniceerd. De verantwoordelijkheid voor het toepassen van de aanbevelingen ligt bij de agrarische ondernemingen zelf. Het ligt in de rede dat de belangenverenigingen van agrariërs hierin hun rol oppakken. Het ligt overigens in lijn met motie 27, ingediend tijdens de behandeling van de Beleidsnota Flora- en faunawet, om in gevallen waarbij er nog vragen of onduidelijkheden zijn dat provinciale ambtenaren de grondgebruikers zullen voozien van deskundig advies of hen doorverwijzen naar de deskundigen van het Faunafonds (BlJ12).

6.) Kunt u aangeven waar het water vandaan komt dat door de ondememer in Bunschoten wordt ingezet tegen de veldmuizen, en kunt u aangeven of er voor onttrekking van grond- of oppervlaktewater in dergelijke hoeveelheden een vergunning nodig is?

Antwoord: Voor het vematten van de percelen is gebruik gemaakt van oppervlakte-water. Hiervoor is bijwaterschap Vallei en Veluwe, indien er voldaan wordt aan een aantal voorwaarden (1) , geen vergunning nodig. Er is geen reden om aan te nemen dat hier niet aan is voldaan.

(1) Algemene regel onttrekken van water aan oppervlaktewaterlichaam A, B+, Bschouw, Bpolder en C http://www.vallei-veluwe.nl/loket/vergunningen/keur-algemene-regels/

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer