Vragen over het doden van ganzen door middel van onthoofding of neksteek


Indiendatum: mrt. 2014

Geacht college van Gedeputeerde Staten,

Toelichting

Op 12 november 2013 heeft de provincie een ontheffing afgegeven voor het doden van ganzen door middel van decapitatie of neksteek. De ontheffing is geldig tot 31 december 2014. Het gaat om canadese ganzen, brandganzen en gedomesticeerde ganzen die zich ophouden op een grasland binnen de bebouwde kom van Bunschoten.

Voor zover wij hebben kunnen nagaan is onthoofding van ganzen of het ombrengen van deze dieren door middel van een neksteek geen legitieme dodingsmethode. Noch in nationale noch in internationale bepalingen staat deze methode vermeld als toegestaan. Naar aanleiding hiervan heeft de fractie van de Partij voor de Dieren de volgende vragen:

1. Artikel 50 van de Flora- en Faunawet geeft een opsomming van toegestane middelen voor het bejagen en doden van dieren. Hierin komt een neksteek of decapitatie niet voor. Ook in artikel 5 van het besluit beheer en schadebestrijding dieren staat deze methode niet vermeld. Bent u gezien deze feiten bereid de afgegeven ontheffing in te trekken? Zo nee, waarom niet?

De Raad voor Dieraangelegenheden heeft in december 2012 aangegeven dat de vangacties en het vervoer van de dieren naar een andere locatie voor decapitatie leidt tot stress en verwondingen.

2. Bent u het met ons eens dat het vangen en onthoofden van ganzen gepaard gaat met onnodig lijden, en bent u bereid de ontheffing ook op basis van dit argument daarom per direct in te trekken? Zo nee, waarom niet?

3. Kunt u aangeven of men voornemens is de ganzen in of buiten de ruiperiode te vangen, of de dieren ter plaatse gedood worden of eerst naar een andere locatie worden gebracht, hoe lang het vervoer duurt, of het om één of meerdere vang- en dodingsacties gaat, en op welke manier men de vogels precies gaat vangen?

Ondanks het uiteenvallen van het ganzenakkoord, heeft de provincie aangegeven de afspraken uit het akkoord te willen blijven handhaven. Dit houdt in dat er van 1 november tot 1 maart niet op overwinterende ganzen gejaagd mag worden. Een uitzondering is gemaakt voor ‘afgezonderde populaties’ standganzen. Omdat ganzen kunnen vliegen, is er echter geen sprake van een afgezonderde populatie. Onder de ganzen die zich op het veld in Bunschoten bevinden kunnen zich zowel standganzen als trekganzen bevinden.

4. Het toelaten van het doden van ganzen tot 1 maart staat haaks op de afspraken uit het ganzenakkoord: De winterrust. Hoe kunt u met honderd procent zekerheid aantonen dat het hier om standganzen gaat en niet om trekganzen? Bent u het met ons eens dat ‘een eventuele waarschijnlijkheid’ geen basis mag zijn om dieren af te maken?

5. Op het betreffende perceel is geprobeerd de ganzen te verjagen door middel van schriklinten en vlaggen zonder het beoogde resultaat te bereiken. Een geïsoleerd perceel zoals het perceel in Bunschoten leent zich uitstekend voor toepassing van andere methoden die wél effect sorteren, zoals het wegjagen van ganzen met behulp van een ganzenlaser of border collies, en het gewas beschermen met ganzendraad. [1] Het beste resultaat wordt bereikt door combinaties van deze methoden. Bent u gezien bovenstaande bereid om aan te sturen op inzet van effectieve en diervriendelijke maatregelen, zodat het doden van de ganzen overbodig wordt?

Hoogachtend,

Willem van der Steeg

[1] http://www.agrotheek.nl/userfiles/file/192/Ganzen%20verjagen%20met%20laser%20v2.pdf

http://www.cabwim.com/Nl/Ganzenschade.aspx

Indiendatum: mrt. 2014
Antwoorddatum: 22 mrt. 2014

Toelichting:

Op 12 november 201 3 heeft de provincie een ontheffing afgegeven voor het doden van ganzen door middel van decapitatie of neksteek. De ontheffing is geldig tot 31 december 2014. Het gaat om canadese ganzen, brandganzen en gedomesticeerde ganzen die zich ophouden op een grasland binnen de bebouwde kom van Bunschoten. Voor zover wij hebben kunnen nagaan is onthoofding van ganzen of het ombrengen van deze dieren door middel van een neksteek geen legitieme dodingsmethode. Noch in nationale noch in intemationale bepalingen staat deze methode vermeld als toegestaan. Naar aanleiding hiervan heeft de fractie van de Partij voor de Dieren de volgende vragen:

1. Artikel 50 van de Flora- en Faunawet geeft een opsomming van toegestane middelen voor het bejagen en doden van dieren. Hierin komt een neksteek of decapitatie niet voor. Ook in artikel 5 van het besluit beheer en schadebestrijding dieren staat deze methode niet vermeld. Bent u gezien deze feiten bereid de afgegeven ontheffing in te trekken? Zo nee, waarom niet?

(De Raad voor Dieraangelegenheden heeft in december 2012 aangegeven dat de vangacties en het vervoer van de dieren naar een andere locatie voor decapitatie leidt tot stress en verwondingen.)

Antwoord:

Nee. ln september 2013 ontvingen wij een ontheffingsaanvraag voor het doden van een groep van ongeveer 70 ganzen die jaarrond verblijven op de stadsweide in Bunschoten en die belangrijke schade veroozaken aan grasland. Uit de aanvraag is gebleken dat het nemen van preventieve maatregelen zoals verjagen en afschot in de omliggende Eempolders, niet voldoende effect hebben. Daarom is besloten om ontheffing te verlenen. ln dit geval kan niet opgetreden worden met het geweer om de daar aanwezige ganzen te doden omdat het veld kleiner is dan 40 hectare en de provincie het niet wenselijk acht om in deze binnenstedelijke omgeving toch, op basis van een ontheffing, het gebruik van het geweer in een veld kleiner dan 40 hectare toe te staan. Er is daarom gezocht naar een andere oplossing en dat is het vangen van de ganzen met behulp van
een inloopkooi. Omdat het middel CO2 in dit geval niet is toegestaan om de gevangen ganzen te doden, is er onderzocht welke andere geschikte dodingsmethoden er waren. Artikel 50 van de Flora- en faunawet geeft een opsomming van de middelen die zijn toegestaan bij de jacht. De jacht op ganzen is niet toegestaan. Nu het hier schadebestrijding betreft, is dit artikel niet van toepassing. Artikel 5 van het Besluit beheer en schadebestrijding dieren noemt de middelen welke zijn toegestaan voor beheer en bestrijding van schade. Dit artikel heeft het overigens over middelen en niet
over dodingsmethoden. De wetgever heeft als toegestane middelen onder andere vangkooien genoemd maar heeft nagelaten middelen op te nemen om eenmaal gevangen dieren te doden. Hetzelfde geldt voor, bijvoorbeeld, het middel eendenkooien. De wetgever heeft het gebruik hiervan bij de jacht toegestaan maar heeft geen bepalingen in de wet opgenomen inzake het doden van de vogels die hiermee gevangen worden. Eenmaal in vangkooien of eendenkooien gevangen vogels worden sinds jaar en dag gedood door ze de nek om te draaien (cervicale dislocatie). De (toenmalige) minister van LNV heeft, in antwoord op Kamervragen, aangegeven dat het doden van gevangen duiven door ze de nek om te draaien geoorloofd is. Ook deze methode wordt in artikel 5 van het besluit beheer en schadebestrijding dieren niet vermeld. Uit ondezoek is gebleken dat dit bij ganzen een methode is die niet de voorkeur heeft. De Raad voor de Dieraangelegenheden geeft aan dat cervicale dislocatie bij ganzen moeilijk uitvoerbaar is en alleen leidt tot een snelle dood als dit technisch goed wordt uitgevoerd. Een efficiëntere dodingsmethode is het doden door middel van een neksteek of decapitatie. ln de Richtsnoer ganzendoden van de Raad voor de Dieraangelegenheden wordt het weliswaar omschreven als een methode die niet prettig is om te aanschouwen, maar wordt het wel aangeduid als een snelle dodingsmethode. Gelet hierop hebben wij voor dit middel gekozen.

2. Bent u het met ons eens dat het vangen en onthoofden van ganzen gepaard gaat met onnodig lijden, en bent u bereid de ontheffing ook op basis van dit argument daarom per direct in te trekken? Zo nee,
waarom niet?

Antwoord:

Nee. Zoals hierboven aangegeven heefr de Raad voor de Dieraangelegenheden het in haar Richtsnoer ganzendoden aangemerkt als een methode die niet prettig is om te aanschouwen, maar wordt het wel aangeduid als een snelle dodingsmethode. Elke dodingsmethode kan, zoals ook in de
bovengenoemde Richtsnoer vermeld, enige mate van lijden met zich meebrengen maar van onnodig lijden is geen sprake.

3. Kunt u aangeven of men voomemens is de ganzen in of buiten de ruiperiode te vangen, of de dieren ter plaatse gedood worden of eerst naar een andere locatie worden gebracht, hoe lang het vervoer duurt, of het om één of meerdere vang- en dodingsacties gaat, en op welke manier men de vogels precies gaat vangen? (Ondanks het uiteenvallen van het ganzenakkoord, heeft de provincie aangegeven de afspraken uit het akkoord te willen blijven handhaven. Dit houdt in dat er van I november tot 1 maart niet op ovenruinterende ganzen gejaagd mag worden. Een uitzondering is gemaakt voor'afgezonderde populaties' standganzen. Omdat ganzen kunnen vliegen, is er echter geen sprake van een afgezonderde populatie. Onder de ganzen die zich op het veld in Bunschoten bevinden kunnen zich zowel standganzen als trekganzen bevinden.)

Antwoord:

Naast de in deze zaak verleende ontheffing is er nog niet besloten toestemming te verlenen voor vangacties in de ruiperiode. Nu dit één van de meest efficiënte methoden is om de noodzakelijke reductie van ovezomerende ganzen te bewerkstelligen willen wij niet, op voorhand, uitsluiten dat hier
opnieuw toestemming voor wordt verleend. Er wordt op dit moment ondezocht of er naast de hierboven omschreven methode ook nog andere manieren zijn om gevangen ganzen op een zo diervriendelijk mogelijke wijze te doden. Wij zullen geen dodingsmethoden toestaan die onnodig lijden veroozaken. Bij eventuele vangacties zal als uitgangspunt gelden dat de vogels op of op een zo kort mogelijke afstand van de vanglocatie worden gedood. ln het onderhavige geval zullen de ganzen ook in de directe omgeving van de vanglocatie worden gedood en zal er geen langdurig vervoer plaatsvinden.

4. Het toelaten van het doden van ganzen tot 1 maart staat haaks op de afspraken uit het ganzenakkoord: De winterrust. Hoe kunt u met honderd procent zekerheid aantonen dat het hier om standganzen gaat en niet om trekganzen? Bent u het met ons eens dat 'een eventuele
waarschijnlijkheid' geen basis mag zijn om dieren af te maken?

Antwoord:

Van deze groep ganzen is bekend dat ze jaanond verblijven op de stadsweide in Bunschoten. Het is daarom duidelijk dat het hier om standganzen gaat en niet om trekganzen. Daarbij zullen (goed vliegende) trekganzen zich niet op een dergelijke wijze laten vangen.

5. Op het betreffende perceel is geprobeerd de ganzen te verjagen door middel van schriklinten en vlaggen zonder het beoogde resultaat te bereiken. Een geïsoleerd perceel zoals het perceel in Bunschoten leent zich uitstekend voor toepassing van andere methoden die wél effect sorteren, zoals het wegjagen van ganzen met behulp van een ganzenlaser of border collies, en het gewas beschermen met ganzendraad. Het beste resultaat wordt bereikt door combinaties van deze methoden. Bent u gezien bovenstaande bereid om aan te sturen op inzet van effectieve en
diervriendelijke maatregelen, zodat het doden van de ganzen overbodig wordt?

Antwoord:

Zoals aangegeven hebben eerdere verjaagacties geen effect gehad. Het is niet aannemelijk de hier voorgestelde verjaagmethoden wel effectief zullen zijn. Het gaat hier om een jaarrond verblijvende, deels slecht vliegende groep ganzen. Verjaging zal, voozover het al effect sorteert, hooguit leiden tot verplaatsing van het probleem.


Gedeputeerde Staten van Utrecht.

Interessant voor jou

Vragen over de mogelijkheid tot het verhandelen en ter consumptie beschikbaar stellen van spreeuwen

Lees verder

Vragen over intensieve recreatie in het natuurgebied rond de Kromme Rijn

Lees verder

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer