Vragen over het doden van smienten


Indiendatum: jan. 2015

Geacht college van Gedeputeerde Staten,

Toelichting

Op 29 september heeft GS ontheffingen afgegeven voor het doden van smienten in het kader van schadebestrijding voor de duur van vijf jaar. Er wordt schade verwacht aan grasland.

Het aantal smienten in Nederland neemt echter al jaren af. Inmiddels overwinteren er nog slechts 200.000 smienten in ons land, terwijl er minstens 258.200 nodig zijn voor een gezonde populatie. Op grond van deze feiten heeft de rechtbank in Haarlem de jacht op de smient, waarvoor de provincie Noord-Holland ook een ontheffing had verleend, voorlopig verboden.[1] Toch heeft de provincie Utrecht een ontheffing van vijf jaar afgegeven voor het doden van smienten.

Graag willen we u in vervolg op het bovenstaande een aantal vragen voorleggen:

1. Is GS bekend met de uitspraak van de Haarlemse rechtbank?

2. Op basis waarvan concludeert GS dat de ontheffing voor Utrechtse smienten, in tegenstelling tot die in Noord-Holland, geen afbreuk zal doen aan de gunstige staat van instandhouding van de soort?

3. Over welke informatie beschikt GS waaruit blijkt dat de populatie ook over vijf jaar nog gezond zal zijn, ondanks deze ontheffing?

Op 29 september 2014, de datum waarop ook de ontheffing is afgegeven, is onze motie Onderzoek Gebiedsinrichting en Predatoren aangenomen, waarin GS wordt opgeroepen de mogelijkheden te verkennen om onderzoek te doen naar de invloed van gebiedsinrichting, vegetatiebeheer en predatoren in relatie tot de dreiging van schade.

4. De smient richt slechts in een beperkt gedeelte van Utrecht schade aan, namelijk alleen in het westelijk deel van de Provincie rond de grote wateren. Gebied-specifieke maatregelen zouden hier dus erg effectief kunnen zijn. Is GS bereid om op korte termijn te onderzoeken welke preventieve maatregelen genomen kunnen worden om schade door smienten in dit gebied te voorkomen?

Namens de Partij voor de Dieren en hoogachtend,

Willem van der Steeg

[1] http://www.vogelbescherming.nl/actueel/nieuws/q/ne_id/1522

Indiendatum: jan. 2015
Antwoorddatum: 1 jan. 1970

Toelichting:

Op 29 september heeft GS ontheffingen afgegeven voor het doden van smienten in het kader van schadebestrijding voor de duur van vijf jaar. Er wordt schade verwacht aan grasland.

Het aantal smienten in Nederland neemt echter al jaren af. Inmiddels overwinteren er nog slechts 200.000 smienten in ons land, terwijl er minstens 258.200 nodig zijn voor een gezonde populatie. Op grond van deze feiten heeft de rechtbank in Haarlem de jacht op de smient, waarvoor de provincie Noord-Holland ook een ontheffing had verleend, voorlopig verboden.[1] Toch heeft de provincie Utrecht een ontheffing van vijf jaar afgegeven voor het doden van smienten.

Graag willen we u in vervolg op het bovenstaande een aantal vragen voorleggen:

1. Is GS bekend met de uitspraak van de Haarlemse rechtbank?

Antwoord: Ja, GS zijn bekend met deze uitspraak

2. Op basis waarvan concludeert GS dat de ontheffing voor Utrechtse smienten, in tegenstelling tot die in Noord-Holland, geen afbreuk zal doen aan de gunstige staat van instandhouding van de soort?

Antwoord: Afgezien van een gering aantal broedparen, zijn de smienten in Nederland onderdeel van de trekkende populatie die hoofdzakelijk in de wintermaanden in ons land verblijven. Afhankelijk van de weersomstandigheden kunnen de verblijfplaatsen (pleisterplaatsen) wisselen. Het gaat hierbij nadrukkelijk niet alleen om pleisterplaatsen binnen Nederland. Ook het moment van wegtrekken is niet ieder jaar gelijk. Hierdoor
kunnen de seizoensgemiddelden wisselen. Het in de aanhef bij de vraag genoemde getal van 258.200 is een seizoensgemiddelde, waarbij de maanden met lage aantallen corrigerend werken ten opzichte van maanden met hoge aantallen. ln de winter van 2012/13 (meest recente aantallen beschikbaar gesteld door SOVON) werden er in de maand januari in Nederland 637.943 smienten in Nederland geteld. ln deze winter kwam het seizoensgemiddelde uit op 217.769. Dat is overigens hoger dan in beide daar aan voorafgaande winters. SOVON vermoedt dat de smienten hun winterse zwaartepunt verleggen. Aantallen geven dus een mogelijk vertekend beeld van de duurzame staat van instandhouding. Eerder wegtrekken of pleisteren buiten onze landsgrenzen heeft invloed op de Nederlandse seizoensgemiddelden, zonder dat dat invloed hoeft te hebben op de duurzame staat van instandhouding van de trekkende populatie. SOVON omschrijft de smient als een doortrekker en wintervogel in zeer groot aantal.

De provincie Utrecht stelt in de voorwaarden van de ontheffing dat er bij een verjaagactie maximaal 10 smienten gedood mogen worden en dat verjagen met ondersteunend afschot uitsluitend op schadegevoelige percelen en aangrenzende percelen mag plaatsvinden van één uur voor zonsopkomst tot één uur na zonsondergang. Hiermee wordt effectief verjagen overdag en in de schemering mogelijk gemaakt zonder dat er daarbij zoveel vogels gedood worden dat het invloed zal hebben op de totale populatie trekkende smienten. Dat
komt voor een belangrijk deel door de activiteitsperiode van smienten. Ze rusten overdag op grote plassen en brede weteringen, waar ze op basls van de ontheffing niet verjaagd mogen worden. En ze foerageren vooral in de avond en nachts en in die delen van het etmaal is alleen in de schemerperiode verjagen met ondersteunend afschot toegestaan. Dit stelsel van voorwaarden resulteert in slechts een beperkt afschot.

Uiteraard volgen wij de ontwikkelingen in de procedure van de provincie Noord-Holland. Mocht het zo zijn, dat de ontheffing van de provincie Noord-Holland in de bodemprocedure geen stand houdt, dan zullen ook wij onze ontheffing heroverwegen.

3. Over welke informatie beschikt GS waaruit blijkt dat de populatie ook over vijf jaar nog gezond zal zijn, ondanks deze ontheffing?

Antwoord: Zie antwoord op vraag 2.

Op 29 september2014, de datum waarop ook de ontheffing is afgegeven, is onze motie Onderzoek Gebiedsinrichting en Predatoren aangenomen, waarin GS wordt opgeroepen de mogelijkheden te verkennen om ondezoek te doen naar de invloed van gebiedsinrichting, vegetatiebeheer en predatoren in relatie tot de dreiging van schade.

4. De smient richt slechts in een beperkt gedeelte van Utrecht schade aan, namelijk alleen in het westelijk deel van de Provincie rond de grote wateren. Gebied-specifieke maatregelen zouden hier dus erg effectief kunnen zijn. ls GS bereid om op korte termijn te ondezoeken welke preventieve maatregelen genomen kunnen worden om schade door smienten in dit gebied te voorkomen?

Antwoord: Zoals wij in de Statenbrief van 13 januari aan u geschreven hebben, zal ook in de komende jaren de Commissie Onderzoek van de Unit Faunafonds (BlJ12) via de ambtelijke kanalen gestimuleerd blijven worden om aandacht te schenken aan onderzoeken naar alternatieven bij het beheersen van de schadeproblematiek. De vraagstelling ten aanzien van smienten is niet beperkt tot de provincie Utrecht, maar heeft betrekking op grote
delen van Nederland, waardoor het in de rede ligt dit type onderzoek bij het Faunafonds te beleggen. lndien er werkbare en effectieve alternatieven beschikbaar komen zullen we overwegen of deze in plaats van of als aanvulling op de afgegeven ontheffing ingezet kunnen worden. Tot dat moment zullen we grondgebruikers door middel van ontheffingen de mogelijkheid bieden om smientenschade te bestrijden. Smientenschade komt in de
provincie Utrecht het meest voor in het westelijk deel van de provincie en in Eemland.

Gedeputeerde Staten van Utrecht.

[1] http://www.vogelbescherming.nl/actueel/nieuws/q/ne_id/1522

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer