Vragen over vogel­griep


Indiendatum: feb. 2015

Geacht college van Gedeputeerde Staten,

Toelichting

Op 16 november werd bij een intensieve kippenhouderij in het Utrechtse Hekendorp het vogelgriepvirus H5N8 aangetroffen. Alle 150.000 kippen zijn gedood.[1] Ook op andere plekken in het land is het griepvirus de aanleiding geweest tot het ruimen van dieren.

In alle gevallen ging het om intensieve houderijen, waarbij de dieren niet buiten kwamen en met vele duizenden in een potdichte stal op een kluitje zaten. Biologische of vrije uitloopkippen zijn niet besmet geraakt met het virus, en ook hobbyboeren die kippen houden hebben geen melding gedaan van ziekteverschijnselen bij hun kippen.[2] Dit is waarschijnlijk het gevolg van het feit dat intensief gehouden kippen minder immuniteit opbouwen, veel antibiotica krijgen toegediend, en een slechte weerstand hebben door de stressvolle omstandigheden waaronder zij worden gehouden. Wilde vogels worden bijvoorbeeld vrijwel nooit ziek van griepvirussen.[3]

Graag willen we u in vervolg op het bovenstaande een aantal vragen voorleggen:

1. Bent u het met ons eens dat intensieve kippenhouderijen een verhoogd risico vormen voor het uitbreken van vogelgriep?

In de provincie Utrecht worden 2,3 miljoen kippen gehouden.[4] Ter vergelijking: er woonden op 1 januari 2015 1,25 miljoen mensen in deze provincie.

2. Kunt u aangeven hoe de provincie op dit moment omgaat met aanvragen voor uitbreiding van intensieve pluimveebedrijven?

3. Is de provincie het met ons eens dat het in het kader van de volksgezondheid noodzakelijk is dat het aantal intensief gehouden kippen in de provincie Utrecht drastisch afneemt?

In de provincie Utrecht wordt ca. 20% van de kippen biologisch gehouden.[5] In de Landbouwvisie Provincie Utrecht geeft GS aan dat de provincie de biologische landbouw stimuleert.[6]

4. Kunt u aangeven welke maatregelen de provincie heeft getroffen om de omschakeling van intensieve naar biologische kippenbedrijven te stimuleren?

Namens de Partij voor de Dieren en hoogachtend,

Willem van der Steeg

[1] http://nos.nl/artikel/2004073-vogelgriep-bij-pluimveebedrijf-in-hekendorp.html

[2] Boerderij Vandaag (4 december 2014), pag. 3.

[3] http://nos.nl/artikel/2006845-smienten-hebben-vogelgriep-probleem-opgelost.html

[4] http://statline.cbs.nl/Statweb/publication/?DM=SLNL&PA=81558ned&D1=21-22&D2=a&D3=11,25&D4=1-2&VW=T

[5] http://statline.cbs.nl/Statweb/publication/?DM=SLNL&PA=81558ned&D1=21-22&D2=a&D3=11,25&D4=1-2&VW=T

[6] Landbouwvisie Provincie Utrecht (5 september 2011), pag. 22.

Indiendatum: feb. 2015
Antwoorddatum: 1 jan. 1970

Toelichting

Op 16 november werd bij een intensieve kippenhouderij in het Utrechtse Hekendorp het vogelgriepvirus H5N8 aangetroffen. Alle 150.000 kippen zijn gedood.[1] Ook op andere plekken in het land is het griepvirus de aanleiding geweest tot het ruimen van dieren.

In alle gevallen ging het om intensieve houderijen, waarbij de dieren niet buiten kwamen en met vele duizenden in een potdichte stal op een kluitje zaten. Biologische of vrije uitloopkippen zijn niet besmet geraakt met het virus, en ook hobbyboeren die kippen houden hebben geen melding gedaan van ziekteverschijnselen bij hun kippen.[2] Dit is waarschijnlijk het gevolg van het feit dat intensief gehouden kippen minder immuniteit opbouwen, veel antibiotica krijgen toegediend, en een slechte weerstand hebben door de stressvolle omstandigheden waaronder zij worden gehouden. Wilde vogels worden bijvoorbeeld vrijwel nooit ziek van griepvirussen.[3]

Graag willen we u in vervolg op het bovenstaande een aantal vragen voorleggen:

1. Bent u het met ons eens dat intensieve kippenhouderijen een verhoogd risico vormen voor het uitbreken van vogelgriep?

Antwoord: Nee wii ziin het niet met u eens dat intensieve (gangbare) kippenhouderijen een verhoogd risico vormen voor het uitbreken van vogelgriep. Het is waar dat tijdens de meest recente uitbraak van vogelgriep in Nederland alleen besmettingen gemeld zijn op gangbare kippenhouderijen en niet op biotogische, vrije uitloop- of hobbybedriiven; maar uit deze beperkte gegevens (het ging slechts om 8 besmette bedrijven) kan niet geconcludeerd worden dat gangbare kippenhouderijen een verhoogd risico vormen. In Duitsland zijn tijdens de recente uitbraak van vogelgriep bijvoorbeeld wel besmettingen gemeld op biologische kippenhouderijen en bij hobbyboeren. En bii eerdere uitbraken van vogelgriep in Nederland in 2011 en 2013 werden verhoudingsgewijs juist meer biologische en vrije uitloopkippen besmet dan kippen op gangbare bedrijven.

In de provincie Utrecht worden 2,3 miljoen kippen gehouden.[4] Ter vergelijking: er woonden op 1 januari 2015 1,25 miljoen mensen in deze provincie.

2. Kunt u aangeven hoe de provincie op dit moment omgaat met aanvragen voor uitbreiding van intensieve pluimveebedrijven?

Antwoord: De Utrechtse gemeenten zijn verantwoordelijk voor de verlening van omgevingsvergunningen aan en het milieutoezicht op pluimveebedrijven. Daarbij toetsen zij aanvragen voor uitbreiding van pluimveebedrijven aan het bestemmingsplan en aan de landelijke milieuregelgeving. Bij het vaststellen of wijzigen van het bestemmingsplan dienen gemeenten zich te houden aan de Provinciale Ruimtelijke Verordening 2013 (PRV). ln artikel 4.13 van de PRV zijn de vestigings- en uitbreidingsmogelijkheden voor landbouwbedrijven geregeld.

Voor de niet-grondgebonden veehouderij houden deze regels in dat nieuwvestiging niet is toegestaan, tenzij het gaat om een verplaatsing van een niet-grondgebonden veehouderij van het extensiveringsgebied naar het landbouwontwikkelingsgebied. De uitbreidingsmogelijkheden van nietgrondgebonden veehouderijen zijn beperkt. Deze uitbreidingsmogelijkheden en de daaraan gekoppelde voorwaarden zijn per gebied gedifferentieerd. Naast de toetsing via het RO-spoor toetst de provincie de aangevraagde uitbreiding aan de Natuurbeschermingswet 1998.

3. Is de provincie het met ons eens dat het in het kader van de volksgezondheid noodzakelijk is dat het aantal intensief gehouden kippen in de provincie Utrecht drastisch afneemt?

Antwoord: Nee, wij zijn het niet met u eens dat het in het kader van de volksgezondheid noodzakelijk is dat het aantal intensief gehouden kippen in de provincie Utrecht drastisch afneemt. Zoals bij het antwoord op vraag 1 reeds aangegeven is het risico op vogelgriep bij intensieve (gangbare) kippenhouderijen niet aantoonbaar hoger dan bij biologische kippenhouderijen. Het is uiteraard wel van belang dat de pluimveehouderij zich blijft inspannen om de risico's op nieuwe uitbraken van vogelgriep en de gevolgen daarvan te verkleinen via betere hygiƫne en andere maatregelen.

In de provincie Utrecht wordt ca. 20% van de kippen biologisch gehouden.[5] In de Landbouwvisie Provincie Utrecht geeft GS aan dat de provincie de biologische landbouw stimuleert.[6]

4. Kunt u aangeven welke maatregelen de provincie heeft getroffen om de omschakeling van intensieve naar biologische kippenbedrijven te stimuleren?

Antwoord: De provincie geeft steun aan werkmethoden en technieken uit zowel de gangbare als de biologische landbouw die leiden tot betere milieuprestaties of verbetering van dierwelzijn. Een project dat specifiek gericht was op de biologische kippenhouderij was het project "Bomen voor Buitenkippen". Dit project richtte zich op een optimale inrichting van de buitenruimte voor kippen met aandacht voor voldoende beschutting en bescherming tegen predatie. De provincie Utrecht stimuleert de biologische landbouw niet met het instrument omschakelingssteun.

[1] http://nos.nl/artikel/2004073-vogelgriep-bij-pluimveebedrijf-in-hekendorp.html

[2] Boerderij Vandaag (4 december 2014), pag. 3.

[3] http://nos.nl/artikel/2006845-smienten-hebben-vogelgriep-probleem-opgelost.html

[4] http://statline.cbs.nl/Statweb/publication/?DM=SLNL&PA=81558ned&D1=21-22&D2=a&D3=11,25&D4=1-2&VW=T

[5] http://statline.cbs.nl/Statweb/publication/?DM=SLNL&PA=81558ned&D1=21-22&D2=a&D3=11,25&D4=1-2&VW=T

[6] Landbouwvisie Provincie Utrecht (5 september 2011), pag. 22.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer