Vragen over onderzoek naar schade door meer­koeten door SOVON


Indiendatum: okt. 2010

Onderwerp: schriftelijke vragen ex art. 47 RvO aan het College van GS, gesteld door Wanda Bodewitz van de Partij voor de Dieren betreffende onderzoek naar schade door meerkoeten door SOVON.


Geacht college van gedeputeerde staten,

Toelichting

De Partij voor de Dieren heeft SOVON Vogelonderzoek Nederland gevraagd een analyse uit te voeren van de schade door meerkoeten in de provincie Utrecht. Het aantal schademeldingen en het aantal meerkoeten dat jaarlijks geschoten wordt, lijkt niet in verhouding. In 2007 is er bijvoorbeeld door slechts 151 eigenaren schade gemeld, terwijl van september 2007 tot april 2008 9282 meerkoeten zijn geschoten.

Naar aanleiding van de uitkomsten van dit onderzoek wil de fractie van de Partij voor de Dieren de volgende vragen stellen:

Uit het onderzoek blijkt dat de correlatie tussen de getaxeerde schade en het aantal meerkoeten in het gebied zwak is. In gebieden waar veel schade wordt vastgesteld, leven niet per definitie grotere groepen meerkoeten.3 Kijkend naar de hele provincie kan ook geconcludeerd worden dat er geen correlatie bestaat tussen het aantal meerkoeten en de getaxeerde schade. Uit de jaarverslagen 2008 en 2009 van de Faunabeheereenheid volgt:

Jaar Aantal meerkoeten Getaxeerde schade
2005 17.488 1.674
2006 14.621 3.313
2007 10.062 8.534
2008 14.188 1.544
2009 12.815 3.013

In 2005 is het hoogste aantal meerkoeten geteld, maar was sprake van relatief weinig schade, terwijl in 2007 relatief weinig meerkoeten geteld zijn en de getaxeerde schade heel hoog was.

1. Kunt u uiteenzetten op welke gronden getaxeerde schade in verband wordt gebracht met meerkoeten?

In de ontheffing van 9 maart 2009 die verleend is aan Stichting Faunabeheereenheid Utrecht, wordt de jacht op meerkoeten toegestaan t/m 1 maart 2014. De ontheffing geldt voor de hele provincie, terwijl maar in een beperkt deel daarvan sprake is van schade door meerkoeten. In het Faunabeheerplan 2009-2014 staat: ‘de meeste schademeldingen (8 van de 11) komen uit de WBE Tussen Vecht & Oude Rijn’.4

2. Kunt u uitleggen waarom afschot in de gehele provincie wordt toegestaan, terwijl duidelijk is dat ‘belangrijke schade’ door meerkoeten maar in een beperkt deel van de provincie gemeld wordt?

Een mogelijke conclusie die uit het onderzoek voortvloeit, is dat eigenaren van percelen alleen schade melden wanneer er door aanwezigheid van zowel ganzen als meerkoeten dusdanig veel schade geleden is dat declaratie de moeite waard is. De schade door meerkoeten alleen zou niet omvangrijk genoeg zijn.5

3. De meerkoeten lijken niet de enige veroorzakers van schade, in hoeverre is het aannemelijk dat zij ‘belangrijke schade’, als in artikel 68 Flora- en Faunawet, veroorzaken?

In het onderzoek wordt gesteld dat nooit is aangetoond dat verjaging d.m.v. afschot effectiever is dan andere verjagingsmethoden. Afschot zou daarnaast in het geval van de meerkoet niet effectief zijn, omdat er continue een hoge toevoer van vogels uit Oost- en Noord-Europa plaatsvindt. Daarbij is de meerkoet zeer talrijk, waardoor de afschotinspanning continue zeer hoog moet zijn. Tot slot treedt ook bij ondersteunend afschot vaak gewenning op. De meerkoeten worden niet meer afgeschrikt door de geweerschoten.6

4. Kunt u aantonen dat afschot van meerkoeten leidt tot schadereductie?

Het SOVON onderzoek geeft enkele suggesties voor diervriendelijke preventie van schade aan graspercelen door meerkoeten. Voorbeelden zijn de FireFly Bird Diverter, afschrikken op het open water, afrasteren van percelen en het creëren/bevorderen van ruige oevervegetatie.7

De schade door meerkoeten lijkt steeds door dezelfde eigenaren gemeld te worden.8 Hierbij een kort overzicht van het aantal eigenaren dat de afgelopen jaren een schadeclaim heeft ingediend:

Jaar 2004 2005 2006 2007 2008 2009
Aantal schadeclaims 18 13 15 15 9 20

* opmerking: voor sommige schademeldingen is de schade op 0 getaxeerd, het kan hierbij gaan om schade waarvan bij taxatie bleek dat deze toch niet door meerkoeten veroorzaakt is of om invoerfouten. Het gaat hierbij om 14 gevallen verdeeld over alle jaren.

5. Door afrastering van het perceel en aanpassing van de oevervegetatie kunnen deze eigenaren meerkoeten weren. Deelt u onze mening dat het veel efficiënter is als meerkoeten op deze manier worden geweerd dan wanneer afschot op grotere schaal plaatsvindt?

6. Bent u bereid de mogelijkheden van de diervriendelijke methoden te onderzoeken en deze in de toekomst in te zetten om meerkoeten te weren? Zo ja, bent u tevens bereid de ontheffing voor afschot in te trekken of in ieder geval de reikwijdte van deze ontheffing aan te passen?


Namens de fractie van de Partij voor de Dieren en hoogachtend,

Wanda Bodewitz

1 Analyse van schade door meerkoeten in de provincie Utrecht, SOVON Vogelonderzoek Nederland, 2010, pagina 3

2 Jaarverslag 2008, Faunabeheereenheid, 2009, pagina 13

3 Analyse van schade door meerkoeten in de provincie Utrecht, SOVON Vogelonderzoek Nederland, 2010, pagina 5.

4 Faunabeheerplan 2009-2014, Faunabeheereenheid Utrecht, 2008, pagina 67..

5 Analyse van schade door meerkoeten in de provincie Utrecht, SOVON Vogelonderzoek Nederland, 2010, pagina 10.

6 Analyse van schade door meerkoeten in de provincie Utrecht, SOVON Vogelonderzoek Nederland, 2010, pagina 12.

7 Idem, pagina 12 en 13.

8 Idem, pagina 10

Indiendatum: okt. 2010
Antwoorddatum: 26 okt. 2010

Onderwerp: Hierbij de beantwoording van de schriftelijke vragen d.d. 1 oktober 2010, van het statenlid mw. W. Bodewitz (PvdD), volgens artikel 47 Reglement van Orde Provincie Utrecht over afschot bij schadebestrijding van meerkoeten (d.d. 18 oktober 2010).

Hierbij de beantwoording van de schriftelijke vragen d.d. 1 oktober 2010, van het statenlid mw. W. Bodewitz (PvdD), volgens artikel 47 Reglement van Orde Provincie Utrecht over afschot bij schadebestrijding van meerkoeten.

Wij beginnen met een herhaling van de vraag en geven vervolgens de antwoorden (cursieve tekst):

De Partij voor de Dieren heeft SOVON Vogelonderzoek Nederland gevraagd een analyse uit te voeren van de schade door meerkoeten in de provincie Utrecht. Het aantal schademeldingen en het aantal meerkoeten dat jaarlijks geschoten wordt, lijkt niet in verhouding. In 2007 is er bijvoorbeeld door slechts 15 eigenaren schade gemeld, terwijl van september 2007 tot april 2008 928 meerkoeten zijn geschoten. Naar aanleiding van de uitkomsten van dit onderzoek wil de fractie van de Partij voor de Dieren de volgende vragen stellen:

Uit het onderzoek blijkt dat de correlatie tussen de getaxeerde schade en het aantal meerkoeten in het gebied zwak is. In gebieden waar veel schade wordt vastgesteld, leven niet per definitie grotere groepen meerkoeten. Kijkend naar de hele provincie kan ook geconcludeerd worden dat er geen correlatie bestaat tussen het aantal meerkoeten en de getaxeerde schade. Uit de jaarverslagen 2008 en 2009 van de Faunabeheereenheid volgt:


Jaar Aantal meerkoeten Getaxeerde schade
2005 17.488 1.674
2006 14.621 3.313
2007 10.062 8.534
2008 14.188 1.544
2009 12.815 3.013

In 2005 is het hoogste aantal meerkoeten geteld, maar was sprake van relatief weinig schade, terwijl in 2007 relatief weinig meerkoeten geteld zijn en de getaxeerde schade heel hoog was.

Met deze redenering zijn wij het maar gedeeltelijk eens. Inderdaad blijkt uit het onderzoek dat de correlatie tussen aantallen meerkoeten en getaxeerde schade zwak is, maar dit wordt ons inziens grotendeels bepaald doordat er ook grote aantallen meerkoeten aanwezig zijn op plaatsen waar geen schadegevoelige percelen liggen, zoals het Eemmeer en de Uiterwaarden. Uit het rapport (p. 4 figuur 1) blijkt dat er wel degelijk een verband is tussen de aanwezigheid van grote groepen meerkoeten en de ligging van de schadegevoelige percelen.

1. Kunt u uiteenzetten op welke gronden getaxeerde schade in verband wordt gebracht met meerkoeten?

Antwoord: Het gaat om schade aan graslandpercelen. Voor de ligging van deze percelen verwijzen wij naar de kaartjes uit het SOVON-rapport. De schade wordt getaxeerd door een ambtenaar van het Faunafonds, die het betreffende perceel na de schadeclaim bezoekt. Wij hebben geen reden om te twijfelen aan de deskundigheid van de medewerkers van het Faunafonds.

In de ontheffing van 9 maart 2009 die verleend is aan Stichting Faunabeheereenheid Utrecht, wordt de jacht op meerkoeten toegestaan t/m 1 maart 2014. De ontheffing geldt voor de hele provincie, terwijl maar in een beperkt deel daarvan sprake is van schade door meerkoeten. In het Faunabeheerplan 2009-2014 staat: ‘de meeste schademeldingen (8 van de 11) komen uit de WBE Tussen Vecht & Oude Rijn’.

2. Kunt u uitleggen waarom afschot in de gehele provincie wordt toegestaan, terwijl duidelijk is dat ‘belangrijke schade’ door meerkoeten maar in een beperkt deel van de provincie gemeld wordt?

Antwoord: De ontheffing heeft betrekking op de gehele provincie. Dit betekent echter niet dat afschot overal is toegestaan. Ondersteunend afschot van meerkoeten wordt is (in de periode 1 september tot 1 april) alleen toegestaan voor percelen waar door de aanwezigheid van groepen meerkoeten belangrijke schade dreigt. Alvorens tot afschot overgegaan kan worden dienen ten minste twee preventieve maatregelen te zijn genomen, waarvan het effect onvoldoende blijkt. Het is inderdaad zo dat tot nu toe niet overal in de provincie schade is gemeld. Zoals ook in het rapport is aangegeven kan dit verschillende oorzaken hebben. Nu meerkoeten geconcentreerd voorkomen, niet ieder jaar op dezelfde plaats aanwezig zijn en de schade in zeer korte tijd kan optreden is niet goed te voorspellen waar de schade zal optreden. Dit blijkt ook uit de verspreiding van schadegevallen welke in het rapport zijn opgenomen. Gelet hierop is er voor gekozen de ontheffing te laten gelden op het hele Utrechtse grondgebied.

3. Een mogelijke conclusie die uit het onderzoek voortvloeit, is dat eigenaren van percelen alleen schade melden wanneer er door aanwezigheid van zowel ganzen als meerkoeten dusdanig veel schade geleden is dat declaratie de moeite waard is. De schade door meerkoeten alleen zou niet omvangrijk genoeg zijn. De meerkoeten lijken niet de enige veroorzakers van schade, in hoeverre is het aannemelijk dat zij ‘belangrijke schade’, als in artikel 68 Flora- en Faunawet, veroorzaken?

Antwoord:¨De schade wordt getaxeerd door een ambtenaren van het Faunafonds, die het betreffende perceel na de schadeclaim bezoeken. Zij beoordelen hierbij ook welke soort(en) verantwoordelijk is (zijn) voor de schade. Wij hebben geen reden om te twijfelen aan hun oordeel.

In het onderzoek wordt gesteld dat nooit is aangetoond dat verjaging d.m.v. afschot effectiever is dan andere verjagingsmethoden. Afschot zou daarnaast in het geval van de meerkoet niet effectief zijn, omdat er continue een hoge toevoer van vogels uit Oost- en Noord-Europa plaatsvindt. Daarbij is de meerkoet zeer talrijk, waardoor de afschotinspanning continue zeer hoog moet zijn. Tot slot treedt ook bij ondersteunend afschot vaak gewenning op. De meerkoeten worden niet meer afgeschrikt door de geweerschoten.

4. Kunt u aantonen dat afschot van meerkoeten leidt tot schadereductie?

Antwoord: Dat de stand van de meerkoet door het afschot (mede als gevolg van de toevoer uit andere gebieden) niet afneemt is juist. Dit is ook niet het doel van het afschot. Er is ontheffing verleend voor het doden van meerkoeten als ondersteunende verjaagmethode op schadegevoelige percelen en niet voor populatiereductie (ter voorkoming van schade). Indien mocht blijken dat afschot op geen enkele wijze bijdraagt aan de verjaging van meerkoeten zou er geen reden meer zijn dit toe te blijven staan. Wij hebben echter geen informatie waaruit blijkt dat er snel gewenning optreedt waardoor deze methode niet effectief zou zijn.

Het SOVON onderzoek geeft enkele suggesties voor diervriendelijke preventie van schade aan graspercelen door meerkoeten. Voorbeelden zijn de FireFly Bird Diverter, afschrikken op het open water, afrasteren van percelen en het creëren/bevorderen van ruige oevervegetatie.De schade door meerkoeten lijkt steeds door dezelfde eigenaren gemeld te worden. Hierbij een kort overzicht van het aantal eigenaren dat de afgelopen jaren een schadeclaim heeft ingediend:

Jaar: 2004 2005 2006 2007 2008 2009

Aantal schadeclaims: 18 13 15 15 9 20

* opmerking: voor sommige schademeldingen is de schade op 0 getaxeerd, het kan hierbij gaan om schade waarvan bij taxatie bleek dat deze toch niet door meerkoeten veroorzaakt is of om invoerfouten. Het gaat hierbij om 14 gevallen verdeeld over alle jaren.

5. Door afrastering van het perceel en aanpassing van de oevervegetatie kunnen deze eigenaren meerkoeten weren. Deelt u onze mening dat het veel efficiënter is als meerkoeten op deze manier worden geweerd dan wanneer afschot op grotere schaal plaatsvindt?

Antwoord: Afrastering van percelen is een onredelijke eis aan de grondgebruiker want het is een dure maatregel, die niet in verhouding staat tot het schadebedrag van meerkoeten. Bovendien kunnen meerkoeten vliegen. Aanpassing van de oevervegetatie is afhankelijk van het grondgebruik van de betreffende percelen. We kunnen van grondbezitters niet eisen dat ze een gedeelte van hun grond (alleen) inrichten als oeverzone. Het kan voorkomen dat de provincie is sommige gebieden door middel van groen-blauwe diensten natuurvriendelijke oevers stimuleert. Indien een gevolg daarvan is dat meerkoeten de betreffende percelen niet opgaan, is dat mooi meegenomen.

6. Bent u bereid de mogelijkheden van de diervriendelijke methoden te onderzoeken en deze in de toekomst in te zetten om meerkoeten te weren? Zo ja, bent u tevens bereid de ontheffing voor afschot in te trekken of in ieder geval de reikwijdte van deze ontheffing aan te passen?

Antwoord: We blijven twee preventieve maatregelen eisen voordat verjaging met ondersteunend afschot mag plaatsvinden. Het onderzoeken van diervriendelijke verjagingsmethoden is in beginsel een (wettelijke) taak van het Faunafonds. Zie ontvangt hiervoor ook financiering van het Rijk. Indien uit onderzoek mocht blijken dat er andere effectieve methoden zijn zullen deze, indien ze redelijkerwijze kunnen worden vereist, ingezet moeten worden. Er is op dit moment echter geen reden tot intrekking of aanpassing van de ontheffing. Overigens heeft de Raad van State al eerder aangegeven dat terecht is geconcludeerd dat verjaging met ondersteunend afschot de meest aangewezen weg is om belangrijke schade door meerkoeten te voorkomen.

Gedeputeerde Staten van Utrecht,

Voorzitter,

Secretaris,


Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer