Vragen over ontheffing afschot damherten


Indiendatum: nov. 2010

Onderwerp: schriftelijke vragen ex art. 47 RvO aan het College van GS, gesteld door Wanda Bodewitz van de Partij voor de Dieren betreffende ontheffing afschot damherten.


Geacht college van gedeputeerde staten,

Toelichting

In een ontheffing van 12 oktober 2010 verleent de provincie toestemming aan Landgoed Prattenburg om van 12 oktober 2010 t/m 1 november 2011 damherten te schieten. Het doel van de ontheffing is het voorkomen van belangrijke schade aan gewassen en bossen op het landgoed en de ontheffing zou tevens in het belang van de openbare (verkeers)veiligheid zijn. Aanvrager heeft geprobeerd de damherten te verjagen met vlaggen/schriklint, maar dit mocht niet baten. Het plaatsen van een damhertkerend raster rondom kwetsbare gewassen zou een dermate grote investering vergen, dat dit niet als preventieve maatregel verlangd mag worden van de aanvrager, zo staat aangegeven in de ontheffing. Ook wordt gesteld dat het totale aantal hoefdieren door de aanwezigheid van de damherten de draagkracht van het gebied zal overstijgen en er dus ingegrepen zou moeten worden.

Naar aanleiding van het voorgaande wil de fractie van de Partij voor de Dieren de volgende vragen stellen:

De aanvraag voor de ontheffing is niet volledig ingevuld. Zo missen o.a. de antwoorden op de vragen of sprake is van belangrijke schade en of de preventieve maatregelen effect hebben gehad (vraag 9 t/m 15), in de aanvraag door Landgoed Prattenburg B.V. Verder staat in de aanvraag van maatschap van Asch van Wijk dat de aanvraag gedaan wordt ‘in het belang van de volksgezondheid en de openbare veiligheid’, terwijl in de rest van de aanvraag alleen gesproken wordt over schade aan maïs en het gevaar voor gezondheid en veiligheid niet nader wordt toegelicht.

1. Kunt u uitleggen waar de ontheffing op gebaseerd is, gezien deze onduidelijke en niet volledig ingevulde aanvragen?

In de ontheffing staat dat het gaat om 35 damherten die tot voor kort uitsluitend op Plantage Willem III rondliepen. Er wordt gesproken over een raster met ‘geringe hoogte’ dat dit gebied omgeeft.

2. Kunt u aangeven waarom geen maatregelen zijn getroffen om te voorkomen dat de damherten Plantage Willem III zouden verlaten?

Ecoloog Ron Beenen en vergunningverlener Rob Schuitemaker hebben Plantage Willem III en omgeving bezocht. Zij constateerden schade door damherten én reeën. Uit de ontheffing blijkt niet welk aandeel van de schade aangericht is door de damherten en dientengevolge is ook niet duidelijk of de schade door de damherten als “belangrijke schade” aangemerkt kan worden.

3. Bent u het met ons eens dat niet gesteld kan worden dat ‘belangrijke schade’ is aangericht door damherten alleen? Zo ja, kunt u uitleggen waarom de vergunning dan verleend is?

De draagkracht van een gebied is een begrip waarmee wordt uitgedrukt hoeveel dieren er van een bepaalde soort binnen een bepaald gebied met gegeven randvoorwaarden kunnen overleven. Voor elke populatie kan, zij het erg moeilijk en met grote onzekerheid, een gebiedsdraagkracht worden bepaald. De draagkracht van het gebied is volgens de ontheffing een reden voor afschot. In het Faunabeheerplan staat dat afschot alleen mogelijk is als sprake is van een ‘noodzaak’.

4. Kunt u uiteenzetten hoe de draagkracht van het gebied berekend is en met welke factoren rekening is gehouden? Ben u het met ons eens dat de draagkracht afhangt van het totaal aantal dieren en niet van het aantal soorten dieren?

5. Deelt u onze mening dat het goed mogelijk is dat de populatie damherten en reeën zich op natuurlijke wijze zal stabiliseren? Zo ja, kunt u uitleggen hoe er sprake kan zijn van een ‘noodzaak’, aangezien niet met zekerheid te voorspellen is hoe de populatie damherten (en andere hoefdieren) zich gaat ontwikkelen?

In het AD Utrechts Nieuwsblad van 25 oktober 2010 staat dat edelherten welkom zijn op de Utrechtse Heuvelrug en dat de provincie wil doorgaan met het aanleggen van verbindingsroutes voor wild.1

6. Kunt u uitleggen waarom edelherten wel welkom zijn op de Heuvelrug? Is de invloed van edelherten op de draagkracht van het gebied anders dan de invloed van damherten?

In de ontheffing staat dat sporen van damherten gevonden zijn langs twee provinciale wegen. Er is echter niets bekend over aanrijdingen met damherten.

7. Bent u het met ons eens dat de conclusie dat de verkeersveiligheid in gevaar is niet enkel en alleen gebaseerd kan worden op sporen langs de weg? Zo nee, kunt u beargumenteren hoe groot u de kans acht dat er een aanrijding plaats zal vinden tussen een auto en een damhert?

Het plaatsen van een damhertkerend raster is, volgens de ontheffing, een te grote investering voor Landgoed Prattenburg. Het Faunafonds keert geen schadebedrag uit voor schade door damherten, omdat een damhertkerend raster deze schade kan voorkomen.2

8. Deelt u onze mening dat investeren in een raster een duurzame en ethische oplossing is, waardoor afschot nu en in de toekomst niet nodig is? Zo nee, bent u van plan om eventuele toekomstige ‘problemen’ met wild op Landgoed Prattenburg ook op te lossen door middel van afschot?

9. Bent u bereid de ontheffing in te trekken en de eigenaar te adviseren een raster te plaatsen om de bomen te beschermen?

Door een heuveltje tegen het hek van Plantage Willem III te plaatsen en de damherten terug te lokken naar het gebied, kan de verdere verspreiding van de damherten op een eenvoudige en diervriendelijke manier tegen gegaan worden. De damherten springen via het heuveltje terug het gebied in en door de hoogte van de heuvel (en een hoger raster om Plantage Willem III) kunnen zij het gebied niet meer verlaten.

10. Bent u bereid de damherten terug te brengen binnen de rasters van Plantage Willem III? Zo nee, bent u het met ons eens dat de verspreiding van de damherten buiten Plantage Willem III voorkomen had moeten en kunnen worden, waardoor niets anders rest dan een diervriendelijke oplossing zoeken voor het zelfgecreëerde ‘probleem’?


Namens de fractie van de Partij voor de Dieren en hoogachtend,

Wanda Bodewitz

Indiendatum: nov. 2010
Antwoorddatum: 7 dec. 2010

Onderwerp: Beantwoording van de schriftelijke vragen d.d. 11 november 2010, van het statenlid mw. W. Bodewitz (PvdD), volgens artikel 47 Reglement van Orde Provincie Utrecht over een ontheffing voor het afschot van 6 damherten op Landgoed Prattenburg (d.d. 11-11-2010)

Toelichting

In een ontheffing van 12 oktober 2010 verleent de provincie toestemming aan Landgoed Prattenburg om van 12 oktober 2010 t/m 1 november 2011 damherten te schieten. Het doel van de ontheffing is het voorkomen van belangrijke schade aan gewassen en bossen op het landgoed en de ontheffing zou tevens in het belang van de openbare (verkeers)veiligheid zijn. Aanvrager heeft geprobeerd de damherten te verjagen met vlaggen/schriklint, maar dit mocht niet baten. Het plaatsen van een damhertkerend raster rondom kwetsbare gewassen zou een dermate grote investering vergen, dat dit niet als preventieve maatregel verlangd mag worden van de aanvrager, zo staat aangegeven in de ontheffing. Ook wordt gesteld dat het totale aantal hoefdieren door de aanwezigheid van de damherten de draagkracht van het gebied zal overstijgen en er dus ingegrepen zou moeten worden.

Naar aanleiding van het voorgaande wil de fractie van de Partij voor de Dieren de volgende vragen stellen:

De aanvraag voor de ontheffing is niet volledig ingevuld. Zo missen o.a. de antwoorden op de vragen of sprake is van belangrijke schade en of de preventieve maatregelen effect hebben gehad (vraag 9 t/m 15), in de aanvraag door Landgoed Prattenburg B.V. Verder staat in de aanvraag van maatschap van Asch van Wijk dat de aanvraag gedaan wordt ‘in het belang van de volksgezondheid en de openbare veiligheid’, terwijl in de rest van de aanvraag alleen gesproken wordt over schade aan maïs en het gevaar voor gezondheid en veiligheid niet nader wordt toegelicht.

1. Kunt u uitleggen waar de ontheffing op gebaseerd is, gezien deze onduidelijke en niet volledig ingevulde aanvragen?

Antwoord: De ontheffing is verleend om belangrijke schade aan gewassen en aan bossen te bestrijden en verder te voorkomen. Tijdens terreinbezoek in aanwezigheid van de aanvragers is aanvullende informatie verkregen ten aanzien van de schade aan gewassen en bossen. In de ontheffing staat dat het gaat om 35 damherten die tot voor kort uitsluitend op Plantage Willem III rondliepen. Er wordt gesproken over een raster met ‘geringe hoogte’ dat dit gebied omgeeft.

2. Kunt u aangeven waarom geen maatregelen zijn getroffen om te voorkomen dat de damherten Plantage Willem III zouden verlaten?

Antwoord: De Plantage Willem III is omgeven door een laag raster dat bedoeld is om de runderen en paarden binnen het gebied te houden. Het raster is laag gehouden om in het wild levende dieren, zoals reeën, een vrije doorgang te bieden. Ook het damhert is een vrij levende inheemse diersoort volgens de Flora- en faunawet. Tot voor kort heeft het damhert echter het terrein van de Plantage niet verlaten en was er geen sprake van belangrijke schade aan gewassen en bossen. Ecoloog Ron Beenen en vergunningverlener Rob Schuitemaker hebben Plantage Willem III en omgeving bezocht. Zij constateerden schade door damherten én reeën. Uit de ontheffing blijkt niet welk aandeel van de schade aangericht is door de damherten en dientengevolge is ook niet duidelijk of de schade door de damherten als “belangrijke schade” aangemerkt kan worden.

3. Bent u het met ons eens dat niet gesteld kan worden dat ‘belangrijke schade’ is aangericht door damherten alleen? Zo ja, kunt u uitleggen waarom de vergunning dan verleend is?

Antwoord: Er is belangrijke schade ontstaan door reeën en damherten (hoefdieren). De schade kan beheerst worden door de populatie hoefdieren te verminderen. De reeënpopulatie wordt beheerd op basis van een reeënbeheerplan. Hierdoor is er op landgoed Prattenburg een populatie van reeën die de draagkracht van het gebied niet overstijgt. De damherten komen daar dus bij. Voor het damhert bestaat er geen mogelijkheid tot beheer, waardoor er nu een hogere stand van hoefdieren op Prattenburg aanwezig is die de draagkracht van het gebied wel overstijgt en de oorzaak is van belangrijke schade.

De draagkracht van een gebied is een begrip waarmee wordt uitgedrukt hoeveel dieren er van een bepaalde soort binnen een bepaald gebied met gegeven randvoorwaarden kunnen overleven. Voor elke populatie kan, zij het erg moeilijk en met grote onzekerheid, een gebiedsdraagkracht worden bepaald. De draagkracht van het gebied is volgens de ontheffing een reden voor afschot. In het Faunabeheerplan staat dat afschot alleen mogelijk is als sprake is van een ‘noodzaak’.

4. Kunt u uiteenzetten hoe de draagkracht van het gebied berekend is en met welke factoren rekening is gehouden? Ben u het met ons eens dat de draagkracht afhangt van het totaal aantal dieren en niet van het aantal soorten dieren?

Antwoord: De berekening van de draagkracht van het gebied wordt uitgebreid weergegeven in het reeënbeheerplan. Beheer op basis van dit plan leidt tot een omvang van de reeënpopulatie die in overeenstemming is met de maatschappelijke, economische en ecologische draagkracht. Overschrijding van deze populatie-omvang leidt tot problemen op maatschappelijk, economisch of ecologisch gebied. Damherten en reeën zijn hoefdieren die een grote overlap hebben in voedingsgewoonten. De damherten die nu in de omgeving van de Plantage Willem III lopen dragen bij aan de graasdruk door hoefdieren waardoor de draagkracht nu overschreden wordt.

5. Deelt u onze mening dat het goed mogelijk is dat de populatie damherten en reeën zich op natuurlijke wijze zal stabiliseren? Zo ja, kunt u uitleggen hoe er sprake kan zijn van een ‘noodzaak’, aangezien niet met zekerheid te voorspellen is hoe de populatie damherten (en andere hoefdieren) zich gaat ontwikkelen?

Antwoord: De verleende ontheffing heeft niet als doel om de populatie damherten te beheren, maar om schade te bestrijden en voorkomen. Dit is conform het beleid zoals neergelegd in de Beleidsnota Flora- en faunawet Utrecht. Aanpassing van het beleid met betrekking tot de hoefdiersoorten damhert, edelhert en wild zwijn is in voorbereiding.

In het AD Utrechts Nieuwsblad van 25 oktober 2010 staat dat edelherten welkom zijn op de Utrechtse Heuvelrug en dat de provincie wil doorgaan met het aanleggen van verbindingsroutes voor wild.

6. Kunt u uitleggen waarom edelherten wel welkom zijn op de Heuvelrug? Is de invloed van edelherten op de draagkracht van het gebied anders dan de invloed van damherten?

Antwoord: Ook voor edelherten geldt het beleid zoals dat neergelegd is in de Beleidsnota Flora- en faunawet Utrecht. Aanpassing van het beleid met betrekking tot de hoefdiersoorten damhert, edelhert en wild zwijn is in voorbereiding.

In de ontheffing staat dat sporen van damherten gevonden zijn langs twee provinciale wegen. Er is echter niets bekend over aanrijdingen met damherten.

7. Bent u het met ons eens dat de conclusie dat de verkeersveiligheid in gevaar is niet enkel en alleen gebaseerd kan worden op sporen langs de weg? Zo nee, kunt u beargumenteren hoe groot u de kans acht dat er een aanrijding plaats zal vinden tussen een auto en een damhert?

Antwoord: De risico’s die verbonden zijn aan een aanrijding met een damhert zijn vergelijkbaar met een aanrijding met een ree. De verleende ontheffing heeft als doel belangrijke schade aan gewassen en bossen te bestrijden en te voorkomen. Als door het gebruik van de ontheffing het aantal damherten buiten de Plantage Willem III vermindert, kan dit ook positieve gevolgen hebben voor de verkeersveiligheid.

Het plaatsen van een damhertkerend raster is, volgens de ontheffing, een te grote investering voor Landgoed Prattenburg. Het Faunafonds keert geen schadebedrag uit voor schade door damherten, omdat een damhertkerend raster deze schade kan voorkomen.

8. Deelt u onze mening dat investeren in een raster een duurzame en ethische oplossing is, waardoor afschot nu en in de toekomst niet nodig is? Zo nee, bent u van plan om eventuele toekomstige ‘problemen’ met wild op Landgoed Prattenburg ook op te lossen door middel van afschot?

Antwoord: Blijvende rasters vormen een belemmering voor de vrije uitwisseling van dieren binnen de natuurgebieden van de Utrechtse Heuvelrug. Tijdelijke rasters kunnen in principe problemen met kwetsbare gewassen voorkomen, maar zijn op een landgoed waar structureel en in telkens wisselende bosvakken bosverjonging en bosomvorming gerealiseerd wordt, erg kostbaar.

9. Bent u bereid de ontheffing in te trekken en de eigenaar te adviseren een raster te plaatsen om de bomen te beschermen?

Antwoord: Nee. Zie verder het antwoord op vraag 8.

Door een heuveltje tegen het hek van Plantage Willem III te plaatsen en de damherten terug te lokken naar het gebied, kan de verdere verspreiding van de damherten op een eenvoudige en diervriendelijke manier tegen gegaan worden. De damherten springen via het heuveltje terug het gebied in en door de hoogte van de heuvel (en een hoger raster om Plantage Willem III) kunnen zij het gebied niet meer verlaten.

10. Bent u bereid de damherten terug te brengen binnen de rasters van Plantage Willem III? Zo nee, bent u het met ons eens dat de verspreiding van de damherten buiten Plantage Willem III voorkomen had moeten en kunnen worden, waardoor niets anders rest dan een diervriendelijke oplossing zoeken voor het zelfgecreëerde ‘probleem’?

Antwoord: Nee, Zie verder de antwoorden op voorgaande vragen, met name het antwoord op vraag 2.

Gedeputeerde Staten van Utrecht,

Voorzitter,

Secretaris,


Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer