Vragen over ontheffing voor doden vossen met behulp van kunst­licht


Indiendatum: jan. 2011

Onderwerp: schriftelijke vragen ex art. 47 RvO aan het College van GS, gesteld door Wanda Bodewitz van de Partij voor de Dieren betreffende ontheffing voor doden van vossen met behulp van kunstlicht.


Geacht college van gedeputeerde staten,

Toelichting

In de ontheffingen van 2 november 2010 en 11 januari 2011 verleent de provincie toestemming aan Wildbeheereenheid Kromme Rijngebied voor het doden van vossen met een geweer met behulp van kunstlicht. De vossen zouden schade aanrichten aan respectievelijk een kippenbedrijf in Leersum en aan Landgoed Sandenburg in Langbroek.

Naar aanleiding van het voorgaande wil de fractie van de Partij voor de Dieren de volgende vragen stellen:

1. Kent u het nieuwsbericht ‘Vossenjacht in de Kamer’ , de uitspraak van de Rechtbank Leeuwarden van 16 december 2010 en de uitspraak van de Rechtbank Zwolle-Lelystad van 26 januari 2011 over het doden van vossen met behulp van kunstlicht?

De Rechtbank Leeuwarden stelt dat ‘artikel 9, zesde lid, van het Besluit beheer en schadebestrijding dieren in strijd is met de Beneluxbeschikking M(96)8 en dat dit artikellid daarom onverbindend is. Dit betekent dat artikel 68, eerste lid, aanhef en onder d, van de Ffw buiten toepassing moet worden gelaten voor zover daarin de bevoegdheid wordt gegeven ontheffing te verlenen voor het doden van vossen met behulp van kunstmatige lichtbronnen.’

De Rechtbank Zwolle stelt: ‘de Beneluxbeschikking bevat een limitatieve opsomming van de middelen die bij de uitoefening van de jacht zijn toegestaan. Kunstmatige lichtbronnen zijn in de Beneluxbeschikking niet aangewezen als een toegestaan middel. De Beneluxbeschikking kent geen uitzonderingsbepalingen, zodat moet worden geoordeeld dat het gebruik van kunstmatige lichtbronnen voor de jacht op grond van de Beneluxbeschikking verboden is.’

2. Deelt u onze mening dat het zo snel mogelijk intrekken van de ontheffingen voor het doden van vossen met behulp van kunstlicht de enige en juiste oplossing is, aangezien deze in strijd zijn met de Beneluxbeschikking?

Namens de fractie van de Partij voor de Dieren en hoogachtend,


Wanda Bodewitz


Indiendatum: jan. 2011
Antwoorddatum: 8 mrt. 2011

Onderwerp: Beantwoording schriftelijke vragen ex art. 47 RvO aan het College van GS, gesteld door Wanda Bodewitz van de Partij voor de Dieren betreffende ontheffing voor doden van vossen met behulp van kunstlicht ter voorkoming van schade aan de fauna (d.d. 31 januari 2011)

Hierbij de beantwoording van de schriftelijke vragen d.d. 31 januari 2011, van het statenlid mw. W. Bodewitz (PvdD), volgens artikel 47 Reglement van Orde Provincie Utrecht over twee ontheffingen artikel 68 Flora– en faunawet voor het doden van vossen met behulp van het geweer en kunstlicht ter voorkoming van schade aan de fauna.

Wij beginnen met een herhaling van de vraag en geven vervolgens de antwoorden:

Toelichting
In de ontheffingen van 2 november 2010 en 11 januari 2011 verleent de provincie toestemming aan Wildbeheereenheid Kromme Rijngebied voor het doden van vossen met een geweer met behulp van kunstlicht. De vossen zouden schade aanrichten aan respectievelijk een kippenbedrijf in Leersum en aan Landgoed Sandenburg in Langbroek.

Naar aanleiding van het voorgaande wil de fractie van de Partij voor de Dieren de volgende vragen stellen:

1. Kent u het nieuwsbericht ‘Vossenjacht in de Kamer’ , de uitspraak van de Rechtbank Leeuwarden van 16 december 2010 en de uitspraak van de Rechtbank Zwolle-Lelystad van 26 januari 2011 over het doden van vossen met behulp van kunstlicht?

De Rechtbank Leeuwarden stelt dat ‘artikel 9, zesde lid, van het Besluit beheer en schadebestrijding dieren in strijd is met de Beneluxbeschikking M(96)8 en dat dit artikellid daarom onverbindend is. Dit betekent dat artikel 68, eerste lid, aanhef en onder d, van de Ffw buiten toepassing moet worden gelaten voor zover daarin de bevoegdheid wordt gegeven ontheffing te verlenen voor het doden van vossen met behulp van kunstmatige lichtbronnen.’

De Rechtbank Zwolle stelt: ‘de Beneluxbeschikking bevat een limitatieve opsomming van de middelen die bij de uitoefening van de jacht zijn toegestaan. Kunstmatige lichtbronnen zijn in de Beneluxbeschikking niet aangewezen als een toegestaan middel. De Beneluxbeschikking kent geen uitzonderingsbepalingen, zodat moet worden geoordeeld dat het gebruik van kunstmatige lichtbronnen voor de jacht op grond van de Beneluxbeschikking verboden is.’

Antwoord:
ja.

2. Deelt u onze mening dat het zo snel mogelijk intrekken van de ontheffingen voor het doden van vossen met behulp van kunstlicht de enige en juiste oplossing is, aangezien deze in strijd zijn met de Beneluxbeschikking?

Antwoord:
Nee, de ontheffingen zijn overeenkomstig de Flora- en faunawet afgegeven. Hiertegen zijn geen rechtsmiddelen ingediend waardoor deze ontheffingen formele rechtskracht hebben gekregen. Het rechtszekerheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel verzetten zich tegen het intrekken van dergelijke ontheffingen. Dit geldt ook indien het besluit in strijd met (internationale) wetgeving zou zijn. Intrekking is in dit verband slechts aan de orde indien door de aanvrager onvolledige/onjuiste informatie is verstrekt of indien hij zich van de strijd met het recht bewust had moeten zijn. Hiervan is geen sprake. Met betrekking tot de recentelijk afgegeven ontheffing voor het bestrijden van vossen met kunstlicht op het landgoed Sandenburg merken wij op dat hiertegen bezwaar is ingediend. Wij wachten het advies van de adviescommissie bezwaarschriften in deze zaak af alvorens hier een besluit over te nemen.

Gedeputeerde Staten van Utrecht,

Voorzitter,

Secretaris,

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer