Vragen over overzicht vangst­re­sul­taten muskus- en bever­ratten


Indiendatum: apr. 2007

Onderwerp: schriftelijke vragen aan het College van GS, gesteld door Wanda Bodewitz, Partij voor de Dieren, betreffende overzicht vangstresultaten muskus- en beverratten

Geacht college van Gedeputeerde Staten,

Toelichting
Aan de commissie WMM is ter kennisgeving voor de commissievergadering van 26 maart jongstleden een overzicht van vangstresultaten van muskus- en beverratten aangeboden.
In het onderhavige document is gesteld dat de bestrijdingssituatie bij het OLM ‘volstrekt onvoldoende’ is en dat met de extra inzet van piekbestrijders wordt getracht zo snel mogelijk in een ‘beheersbare situatie’ te geraken. Ook is vermeld dat de LTO heeft aangegeven dat zij i.v.m. het herstellen van (graaf-)schades het noodzakelijk vinden dat de populatie muskusratten snel daalt.

In dit verband willen wij de volgende vragen voorleggen.
1) Is Gedeputeerde Staten bekend met het Alterra-rapport van 2005: Muskusrattenbestrijding in Nederland: een quick scan naar nut, noodzaak en alternatieven?
2) Deelt Gedeputeerde Staten de conclusie van de onderzoekers dat – ondanks eerdere aanbevelingen daartoe - geen systematische metingen zijn verricht naar het voorkomen van schaden en aantallen van muskusratten en dat daardoor bestrijdingseffecten in onvoldoende mate beoordeeld kunnen worden?
3) Is Gedeputeerde Staten bereid om te onderzoeken welke duurzame alternatieven toegepast kunnen worden ter voorkoming van schade?
4) Kan Gedeputeerde Staten informatie verstrekken met betrekking tot de totale jaarlijkse kosten in de provincie Utrecht voor het vangen/ doden van muskusratten?
5) Kan Gedeputeerde Staten inzichtelijk maken hoeveel de huidige schade in financiële zin bedraagt die de muskusratten in de provincie Utrecht veroorzaken en hoeveel de schade zou bedragen indien de muskusratten niet meer bejaagd worden?
6) Is Gedeputeerde Staten bekend met ervaringen die andere landen hebben opgedaan met stopzetting van de bestrijding van muskusratten?
7) Wetenschappers kunnen geen zekerheid geven over wat het effect op de populatie muskusratten zal zijn wanneer de bestrijding wordt stopgezet. De populatie kan in eerste instantie groeien, maar daarna ook kleiner worden. Is Gedeputeerde Staten bereid om een experiment uit te voeren ter vaststelling van de populatie-omvang van muskusratten bij niet-bejaagbaarheid, bijvoorbeeld door een gebied aan te wijzen waar gedurende enkele jaren de muskusrat niet bestreden mag worden?
8) Kan Gedeputeerde Staten aangeven hoeveel bijvangst en welke bijvangst in 2006 bij de muskusrattenbestrijding in de provincie Utrecht heeft plaatsgevonden?
Namens de fractie van de Partij voor de Dieren en hoogachtend,

Wanda Bodewitz

Indiendatum: apr. 2007
Antwoorddatum: 17 apr. 2007

Beantwoording vragen gesteld door Wanda Bodewitz, Partij voor de Dieren, betreffende overzicht vangstresultaten muskus- en beverratten
Datum: 17 april 2007
Inleiding
Het OLM is een samenwerkingsverband op grond van de Wet Gemeenschappelijke Regeling (Wgr) tussen de provinvie Utrecht en drie Utrechtse waterschappen (AGV, V&E en HDSR). Ook in het Gelderse deel van het waterschap Vallei en Eem is de bestrijding in handen van het OLM.

Beantwoording
1) Is Gedeputeerde Staten bekend met het Alterra-rapport van 2005: Muskusrattenbestrijding in Nederland: een quick scan naar nut, noodzaak en alternatieven?
Ja
2) Deelt Gedeputeerde Staten de conclusie van de onderzoekers dat – ondanks eerdere aanbevelingen daartoe - geen systematische metingen zijn verricht naar het voorkomen van schaden en aantallen van muskusratten en dat daardoor bestrijdingseffecten in onvoldoende mate beoordeeld kunnen worden?
Ja, GS delen de conclusie dat er geen systematische metingen zijn verricht naar het voorkomen van schaden en aantallen van muskusratten. In de onderzoeken die in opdracht van het LCCM uitgevoerd worden, wordt daar aandacht aan besteed. Alle provincies (provincie Utrecht via het OLM) en de Unie van waterschappen financieren deze onderzoeken.
3) Is Gedeputeerde Staten bereid om te onderzoeken welke duurzame alternatieven toegepast kunnen worden ter voorkoming van schade?
Het LCCM is de coördinator van alle onderzoeken betreffende de muskusrattenbestrijding. Ook preventieve maatregelen en alternatieve bestrijdingsstrategieën vallen daaronder. De provincie Utrecht draagt, via het OLM, bij in de kosten van alle onderzoeken die in opdracht van het LCCM worden gedaan.
4) Kan Gedeputeerde Staten informatie verstrekken met betrekking tot de totale jaarlijkse kosten in de provincie Utrecht voor het vangen/ doden van muskusratten?
De OLM-begroting 2007 bedraagt € 3.771.391,-. Dit betreft de bestrijding in de provincie Utrecht (m.u.v. waterschap Rivierenland) en het Gelderse deel van waterschap Vallei en Eem.
De provincie Utrecht draagt voor 60% bij aan de OLM-begroting, dit is voor 2007 een bijdrage van ca. € 2.272.000,- (inclusief € 400.000,- voor piekbestrijding).
De provincie heeft een overeenkomst met de provincie Zuid-Holland voor de bestrijding rond Vianen. Hiervoor ontvangt Zuid-Holland een bijdrage van € 35.000,-. Voor beverrattenbestrijding betaalt de provincie ca. € 60.000,- per jaar aan het LCCM. De totale kosten voor de provincie Utrecht bedragen € 2.367.000,-.
De waterschappen dragen (volgens de verdeelsleutel) bij aan de OLM-begroting:
AGV: € 260.928
HDSR: € 848.016
WVE: € 195.696

5) Kan Gedeputeerde Staten inzichtelijk maken hoeveel de huidige schade in financiële zin bedraagt die de muskusratten in de provincie Utrecht veroorzaken en hoeveel de schade zou bedragen indien de muskusratten niet meer bejaagd worden?
Op dit moment vindt onderzoek naar economische schade in opdracht van het LCCM plaats.
6) Is Gedeputeerde Staten bekend met ervaringen die andere landen hebben opgedaan met stopzetting van de bestrijding van muskusratten?
Ja, de specifieke kennis is beschikbaar bij de Landelijke Coördinatie Commissie Muskusrattenbestrijding. Deze kennis wordt meegenomen in de onderzoeken die lopen.
7) Wetenschappers kunnen geen zekerheid geven over wat het effect op de populatie muskusratten zal zijn wanneer de bestrijding wordt stopgezet. De populatie kan in eerste instantie groeien, maar daarna ook kleiner worden. Is Gedeputeerde Staten bereid om een experiment uit te voeren ter vaststelling van de populatie-omvang van muskusratten bij niet-bejaagbaarheid, bijvoorbeeld door een gebied aan te wijzen waar gedurende enkele jaren de muskusrat niet bestreden mag worden?
Op landelijk niveau wordt nog overwogen óf, en zo ja, waar er proefgebieden voor het niet bestrijden kunnen worden ingericht.
8) Kan Gedeputeerde Staten aangeven hoeveel bijvangst en welke bijvangst in 2006 bij de muskusrattenbestrijding in de provincie Utrecht heeft plaatsgevonden?
Zoogdier Vogels Vis Overig
Bruine rat 139 Waterhoen 7 Aal 1 Wolhandkrab 1
Woelrat 154 Wilde eend 39 Snoek 23 Pad 1
Bunzing 10 Dodaars 2 Zeelt 23 Am. Rivierkreeft 63
Am. Nerts 5 Meerkoet 8 Baars 3 Inh. Rivierkreeft 1
Fuut 1 Brasem 1
Meeuw 1 Ruisvoorn 12
Aalscholver 8
Zwaan 1

Totaal 308 Totaal 67 Totaal 64 Totaal 66

J. Binnekamp
Gedeputeerde Water en Milieu

Interessant voor jou

Vragen over evaluatie buurtbus 505

Lees verder

Vragen over overdracht muskusrattenbestrijding

Lees verder

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer