Vragen over provin­ciaal uitvoe­rings­pro­gramma Hand­having 2007


Schriftelijke vragen Willem van der Steeg en Wanda Bodewitz van de Partij voor de Dieren
Aanleiding is het GS-besluit van 5 juni 2007:
04. PROVINCIAAL UITVOERINGSPROGRAMMA HANDHAVING 2007 (CGC, 2007CGC000353i)

Gedeputeerde staten besluiten:
1. Tot prioritering van de handhaving zoals voorgesteld in het Provinciaal uitvoeringsprogramma Handhaving 2007.
2. Tot financiering van externe inhuur voor 1000 uren uit het budget Handhaving Wm (budgetnummer 33501) om het tekort bij Milieu Ketenbeheer te dekken. De argumentatie hiervoor moet richting Provinciale Staten worden verduidelijkt.
3. Tot vermindering van de inzet op de handhaving van de Boswet, Ontgrondingenwet en Natuurschoonwet.
4. Het provinciaal uitvoeringsprogramma Handhaving 2007 vast te stellen.
. De statenbrief vast te stellen.

1. Welke reden ligt aan het GS-besluit ten grondslag om de inzet op de handhaving van de Boswet, de Ontgrondingenwet en Natuurschoonwet te verminderen?
2. Wat betekent deze vermindering concreet? M.a.w. van hoeveel menskracht (FTE) en budget, die ingezet werd voor de handhaving van voormelde wetten, was er voor het besluit sprake en van hoeveel menskracht (FTE) en budget is er nu sprake?
3. Komt het desbetreffende besluit van GS nog ter sprake in een statencommissie, dan wel provinciale staten zelf?


Aanvullende vragen mw Bodewitz.
1. In de evaluatie 2006 is te lezen dat er een aantal surveillances is uitgevoerd (5 stuks);
1.a Wat houdt een surveillance in? Is dat 1 persoon?
1.b. en hoe lang is zo'n surveillance dan?


2. Hoe is de werkverdeling PolitieMilieudienst (PMD) en provincie?


3. Tegen welke overtreding wordt opgetreden?


4. In het programma is te lezen dat het nalevingsgedrag hoog wordt genoemd.
4.a. Hoe is deze kwalificatie tot stand gekomen?
De surveillances op de landelijke vrijstellingen blijven noodzakelijk en worden iets geïntensiveerd.
4.b. op welke terreinen en
4.c. met hoeveel handhaving komt u tot deze conclusie?


5. Wat betreft het project intensivering veldtoezicht;
5.a. Wat is de rol van de provincie?
5.b. Wat was de rol van de toezichthouder?
5.c. Wordt het project voortgezet en zo nee,
5.d. wat zijn de consequenties als dat niet gebeurt?


6. Hoe komt het dat er voor sommige projecten/onderwerpen meer tijd wordt gereserveerd dan andere, terwijl de categorisering anders zou aangeven; voor bijvoorbeeld het onderwerp Landelijke Vrijstellingen wordt 90 uur gereserveerd, terwijl voor de handhaving overtreding jachtvoorschriften door jagers 60 uur wordt gereserveerd. En dit terwijl de eerste lager scoort op risico dan het tweede.


7. Hoe komt het dat er veel meer uren worden gebruikt voor onderwerpen als borden en woonschepen dan voor Flora en Fauna,
7.a. Ligt dit aan de categorie indeling?

7.b. Wat wordt precies verstaan onder risico's; is er een definitie hiervoor?

Antwoorddatum: 10 sep. 2007


Datum : 10 september 2007
Aan : mw. A. Bodewitz en dhr. W. van de Steeg
Van : Geert Nortier, teamleider Bodem, Water en Natuur
Provincie Utrecht, Afdeling Handhaving Tel: 030-2582084
Onderwerp : Beantwoording vragen handhaving groene regelgeving.


Geachte mevrouw Bodewitz, geachte heer van de Steeg,

Hier de antwoorden op de door u gestelde vragen. Mocht u behoefte hebben aan een nadere toelichting, dan kunt u via mijn secretariaat een afspraak maken (030-2583646).

Aanleiding is het GS-besluit van 5 juni 2007:
04. PROVINCIAAL UITVOERINGSPROGRAMMA HANDHAVING 2007 (CGC, 2007CGC000353i)
Gedeputeerde staten besluiten:
1. Tot prioritering van de handhaving zoals voorgesteld in het Provinciaal uitvoeringsprogramma Handhaving 2007.
2. Tot financiering van externe inhuur voor 1000 uren uit het budget Handhaving Wm (budgetnummer 33501) om het tekort bij Milieu Ketenbeheer te dekken. De argumentatie hiervoor moet richting Provinciale Staten worden verduidelijkt.
3. Tot vermindering van de inzet op de handhaving van de Boswet, Ontgrondingenwet en Natuurschoonwet.
4. Het provinciaal uitvoeringsprogramma Handhaving 2007 vast te stellen.
. De statenbrief vast te stellen.

1. Welke reden ligt aan het GS-besluit ten grondslag om de inzet op de handhaving van de Boswet, de Ontgrondingenwet en Natuurschoonwet te verminderen?

GS besluiten jaarlijks tot een provinciebreed handhavingsprogramma. De inzet van menskracht is gebaseerd op een risicomatrix voor de prioritering. Op basis van ervaringsgegevens en deskundigheid worden naleefgedrag en risico van niet-naleving geschat. Er ontstaan zo 4 risicocategorieën. Wij hebben besloten om de beschikbare capaciteit toe te kennen aan de hoogste risicocategorieën. Omdat voor de handhaving van de “groene”regelgeving als geheel in 2007 een tekort van 1265 uur bestond, is besloten tot een verminderde op de laagste risicocategorieën.
2. Wat betekent deze vermindering concreet? M.a.w. van hoeveel menskracht (FTE) en budget, die ingezet werd voor de handhaving van voormelde wetten, was er voor het besluit sprake en van hoeveel menskracht (FTE) en budget is er nu sprake?
Boswet: prioriteit bij handhaving op herplantplicht bij houtopstanden ouder dan 25 jaar, verminderde inzet van 530 uur op controle op illegale vellingen in jonge houtopstanden en kapverboden (1 overtreding in 2006).
Ontgrondingenwet: Naleefgedrag is hoog. Vermindering inzet van 265 uur
Natuurbeschermingswet: betreft controle op beheerplannen, naleefgedrag is hoog. Vermindering van inzet 470 uur.
Voor de handhaving van deze wetten wordt in 2007 720 uur ingezet conform het handhavingsprogramma. Daarnaast is een extern bureau ingehuurd om in de periode 1/9/2007-1/3/2008 extra controles (500 uur in 2007) op de herplantplicht Boswet uit te voeren (inhaalslag). De feitelijke vermindering van de inzet komt op 765 uur.
3. Komt het desbetreffende besluit van GS nog ter sprake in een statencommissie, dan wel provinciale staten zelf?
Dat is aan de Staten.


Aanvullende vragen mw Bodewitz.
1. In de evaluatie 2006 is te lezen dat er een aantal surveillances is uitgevoerd (5 stuks);
1.a Wat houdt een surveillance in? Is dat 1 persoon?
U doelt op de handhaving van de Flora- en Faunawet. Een surveillance is een veldcontrole van de toezichthouder van de provincie, al dan niet samen met opsporingsambtenaren van politie of terreinbeheerder, waarmee per keer ca 10 uur is gemoeid. Dit komt dus naast de gerichte controles op aanwijzingen en ontheffingsvoorschriften. De 5 stuks die u bedoelt zijn surveillances op de vrijstellingsbepalingen. Daarnaast zijn er surveillances (5) op verstoring van beschermde (plant- en) diersoorten en jachtvoorschriften door jagers(5)
1.b. en hoe lang is zo'n surveillance dan?
Ca 10 uur, afhankelijk van het aantal constateringen


2. Hoe is de werkverdeling PolitieMilieudienst (PMD) en provincie?
De provincie heeft een uitstekende samenwerking met de PMD. De opsporingsambtenaren van de politie, de provincie en die van natuurbeschermingsorganisaties zijn verenigd in het " Groen Platform" en vormen een uitstekend netwerk. De provincie is initiator en trekker van het Groen Platform.


3. Tegen welke overtreding wordt opgetreden?
In 2006 is in het kader van de FF-wet opgetreden tegen bijvangst in kraaienvangkooien (egels), verstoring van een dassenburcht door het plaatsen van vangkooien voor vossen (2 keer).


4. In het programma is te lezen dat het nalevingsgedrag hoog wordt genoemd.
4.a. Hoe is deze kwalificatie tot stand gekomen?
Op basis van ervaringsgegevens en de evaluatie van 2006.
De surveillances op de landelijke vrijstellingen blijven noodzakelijk en worden iets geïntensiveerd.
4.b. op welke terreinen en
4.c. met hoeveel handhaving komt u tot deze conclusie?

Deze vragen kunnen wij niet plaatsen.

5. Wat betreft het project intensivering veldtoezicht;
5.a. Wat is de rol van de provincie?
De provincie is initiatiefnemer en medefinancier voor 2 extra allround toezichthouders in het buitengebied van de Heuvelrug, vooral ten behoeve van de openbare orde en veiligheid (toegangsverboden, aanlijnen van honden, crossen etc.).
Het project is in mei 2006 tijdelijk beëindigd, aangezien geen overeenstemming kon worden bereikt met deelnemende gemeenten en de PMD over het in vaste dienst nemen van de toezichthouders. De provincie bevordert nu de voortzetting van het project.
5.b. Wat was de rol van de toezichthouder?
Het veldtoezicht op de Heuvelrug is vooral een politietaak, maar heeft daar onvoldoende prioriteit. De 2 toezichthouders voorzagen hierin.
5.c. Wordt het project voortgezet en zo nee,
Voortzetting is nog niet zeker. Er wordt op dit moment onderhandeld tussen vier heuvelruggemeenten (die hebben besloten tot voortzetting van de financiering) en het recreatieschap, waar deze toezichthouders in dienst genomen zouden kunnen worden.
5.d. wat zijn de consequenties als dat niet gebeurt?
Onder leiding van de twee toezichthouders is een handhavingsnetwerk op de Heuvelrug ontstaan. Dat valt dan uiteen.


6. Hoe komt het dat er voor sommige projecten/onderwerpen meer tijd wordt gereserveerd dan andere, terwijl de categorisering anders zou aangeven; voor bijvoorbeeld het onderwerp Landelijke Vrijstellingen wordt 90 uur gereserveerd, terwijl voor de handhaving overtreding jachtvoorschriften door jagers 60 uur wordt gereserveerd. En dit terwijl de eerste lager scoort op risico dan het tweede.
De 60 uur betreft het provinciale aandeel in de handhaving. Het is geen wettelijke taak voor de provincies. Controles worden vooral uitgevoerd door de PMD en de toezichthouders van de terreinbeheerders.


7. Hoe komt het dat er veel meer uren worden gebruikt voor onderwerpen als borden en woonschepen dan voor Flora en Fauna,
7.a. Ligt dit aan de categorie indeling?
Ja.

7.b. Wat wordt precies verstaan onder risico's; is er een definitie hiervoor?
Risico=kans x effect. In de “groene regelgeving” is risico gedefinieerd als de mate van aantasting van natuur-, landschaps-, archeologische en cultuurhistorische waarden.


Hoogachtend,

Ing. G.C.M. Nortier
Teamleider Handhaving.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer