Vragen over uithuis­plaatsing kinderen naar buitenland


Indiendatum: feb. 2010

Onderwerp: Schriftelijke Vragen ex art. 47 van het RvO aan het College van Gedeputeerde Staten, betreffende uithuisplaatsing van kinderen naar het buitenland door jeugdzorg.
Gesteld door: Wanda Bodewitz, Partij voor de Dieren en Jacqueline Versteeg, D66


Toelichting

De nieuwe Wet op de Jeugdzorg heeft als doel om de jeugdzorg samenhangend en vraaggericht te maken, waarbij de zorg zo dicht mogelijk bij het kind of de jongere moet plaatsvinden, zo kort mogelijk moet duren en zo licht mogelijk moet zijn.
In het programma Netwerk is d.d. 1 februari een uitzending geweest over de uithuisplaatsing van kinderen door Bureau Jeugdzorg naar het buitenland. Toezicht van de Inspectie Jeugdzorg ontbreekt volgens Netwerk, omdat deze niet bevoegd is om in het buitenland op te treden. Volgens Netwerk moeten kinderen verplicht lichamelijke arbeid verrichten en is er nauwelijks contact met ouders of zorgverleners in Nederland. De gastgezinnen in het buitenland worden volgens Netwerk niet goed gescreend. Er is beperkt toezicht op de kwaliteit in het buitenland en misstanden kunnen langer voortduren, omdat zij minder snel worden gesignaleerd. Ook kunnen de Bureaus Jeugdzorg de verantwoordelijkheid voor de jongeren onvoldoende waarborgen.

Naar aanleiding van de bovenstaande toelichting willen wij graag de volgende vragen aan u voorleggen:

1. Kent u de uitzending van Netwerk d.d. 1 februari over de uithuisplaatsing van kinderen in het buitenland door jeugdzorg ?
2. Worden er vanuit de provincie Utrecht ook kinderen in het buitenland geplaatst, zo ja hoeveel kinderen en waar worden deze kinderen geplaatst?

De volgende vragen zijn alleen van toepassing indien er in de provincie Utrecht kinderen door Bureau Jeugdzorg in het buitenland worden geplaatst.

3. Wat is de reden dat kinderen naar het buitenland worden geplaatst?
4. De provincie koopt de zorg in. Koopt de provincie ook deze zorg in het buitenland in? Zo nee, wie dan wel?
5. Klopt het dat het toezicht op de in het buitenland geplaatste kinderen door de Inspectie Jeugdzorg ontbreekt? Zo ja, wat vindt u hiervan? Zo nee, waaruit bestaat het toezicht en op welke wijze vindt dit plaats?
6. Is het juist dat een aantal kinderen arbeid verricht, dat valt onder het begrip ‘kinderarbeid? Zo ja, welke maatregelen gaat u nemen?
7. Op welke wijze vindt de screening plaats van de gastgezinnen waar kinderen worden geplaatst?
8. Op welke wijze is de veiligheid en het welzijn van deze kinderen gewaarborgd?
9. Voldoen de kinderen in het buitenland aan de leerplicht?
10. Welke contacten zijn er tijdens deze uithuisplaatsingen tussen ouders en de uit huis geplaatste kinderen en hebben de ouders met deze uithuisplaatsingen ingestemd? Zo nee, waarom zijn deze kinderen dan toch in het buitenland geplaatst?
11. Bent u bereid om de plaatsingen in het buitenland te stoppen? Zo ja, op welke termijn? Zo nee, waarom niet?

http://www.netwerk.tv/uitzending/2010-02-01/familie-uithuisgeplaatste-kinderen-luidt-noodklok

Indiendatum: feb. 2010
Antwoorddatum: 9 mrt. 2010

Onderwerp: Beantwoording schriftelijke vragen ex art. 47 van het Reglement van Orde aan het College van GS, gesteld door W. Bodewitz, Partij voor de dieren en J. Versteeg, D66, betreffende uithuisplaatsing van kinderen naar het buitenland door jeugdzorg (10 februari 2010).


Toelichting (Partij voor de Dieren)


Toelichting
De nieuwe Wet op de Jeugdzorg heeft als doel om de jeugdzorg samenhangend en vraaggericht te maken, waarbij de zorg zo dicht mogelijk bij het kind of de jongere moet plaatsvinden, zo kort mogelijk moet duren en zo licht mogelijk moet zijn.


In het programma Netwerk is d.d. 1 februari een uitzending geweest over de uithuisplaatsing van kinderen door Bureau Jeugdzorg naar het buitenland. Toezicht van de http://www.inspectiejeugdzorg.nl Inspectie Jeugdzorg ontbreekt volgens Netwerk, omdat deze niet bevoegd is om in het buitenland op te treden. Volgens Netwerk moeten kinderen verplicht lichamelijke arbeid verrichten en is er nauwelijks contact met ouders of zorgverleners in Nederland. De gastgezinnen in het buitenland worden volgens Netwerk niet goed gescreend. Er is beperkt toezicht op de kwaliteit in het buitenland en misstanden kunnen langer voortduren, omdat zij minder snel worden gesignaleerd. Ook kunnen de Bureaus Jeugdzorg de verantwoordelijkheid voor de jongeren onvoldoende waarborgen.

Naar aanleiding van de bovenstaande toelichting willen wij graag de volgende vragen aan u voorleggen:

1. Kent u de uitzending van Netwerk d.d. 1 februari over de uithuisplaatsing van kinderen in het buitenland door jeugdzorg?



Antwoord

De discussie over de risico’s en kansen van kinderen die in het buitenland uithuis zijn geplaatst, is bekend.


2. Worden er vanuit de provincie Utrecht ook kinderen in het buitenland geplaatst, zo ja hoeveel kinderen en waar worden deze kinderen geplaatst?



Antwoord:


Binnen de provincie Utrecht biedt alleen Maatschappij Zandbergen (instelling voor jeugdzorg) zorg in het buitenland aan, dit betreft het Frankrijkproject. Dit is een zorgaanbod voor jeugdigen van 16-23 jaar. 
Vanwege lage bezetting koopt de Provincie Utrecht deze zorg vanaf 2010 niet meer in. Er verblijft nu nog één jongere in het Frankrijkproject. Er worden geen nieuwe jongeren meer in het Frankrijkproject geplaatst.



De volgende vragen zijn alleen van toepassing indien er in de provincie Utrecht kinderen door Bureau Jeugdzorg in het buitenland worden geplaatst.

3. Wat is de reden dat kinderen naar het buitenland worden geplaatst?



Antwoord:


Het Frankrijkproject is (was) bedoeld voor jeugdigen die zijn vastgelopen in de Nederlandse samenleving. Deze jongeren hebben complexe problemen op diverse leefgebieden en hebben weinig binding met de maatschappij. Hun problemen bestaan al langere tijd en eerdere hulpverlening heeft weinig of geen effect gehad. Ook in de gebruikelijke hulpverlening lopen zij vast. Deze jongeren zijn niet meer beïnvloedbaar door volwassenen in hun omgeving en ze nemen onvoldoende verantwoordelijkheid voor hun gedrag. Doorplaatsing naar een andere instelling binnen de Provincie Utrecht betekent bij deze jeugdigen een herhaling van patronen, terwijl er voor hen juist behoefte is aan het doorbreken daarvan.
De jongeren worden in Frankrijk in een situatie geplaatst die sterk afwijkt wat tot dan toe voor hen bekend is. De afstand en de vreemde taal vormen een natuurlijke muur die voorkomt dat de jongere zich kan onttrekken aan de zorg door (er letterlijk of figuurlijk) van weg te lopen. In Frankrijk kunnen de jeugdigen ervaringen opdoen die heel anders zijn dan ervaringen in Nederland. In de nieuwe situatie leveren ze prestaties, waarvoor ze waardering krijgen en waardoor zelfvertrouwen toeneemt. De jeugdigen bemerken dat ze invloed hebben op hun leven en een eigen koers kunnen uitzetten.
 In Frankrijk maakt de jeugdige een haalbaar toekomstplan waarin wordt aangegeven hoe de jeugdige zijn of haar leven na het Frankrijkproject wil inrichten op het gebied van eigen ontwikkeling, wonen, school/werken, relaties met het gezin van herkomst en vrije tijd.


4. De provincie koopt de zorg in. Koopt de provincie ook deze zorg in het buitenland in? Zo nee, wie dan wel?



Antwoord:


De Provincie Utrecht koopt vanaf 2010 geen zorg in het buitenland meer in.





5. Klopt het dat het toezicht op de in het buitenland geplaatste kinderen door de Inspectie Jeugdzorg ontbreekt? Zo ja, wat vindt u hiervan? Zo nee, waaruit bestaat het toezicht en op welke wijze vindt dit plaats? 



Antwoord:


De inspectie is in 2008 gestart met een vooronderzoek naar provinciaal gefinancierd buitenlands zorgaanbod. Dit heeft geresulteerd in het inspectierapport “Buitenlands zorgaanbod: maximale kansen en minimale risico’s?” welke door de inspectie begin 2009 aan minister Rouvoet is aangeboden. 
De inspectie beschrijft in haar vooronderzoek welke risico’s zich kunnen voordoen bij het verblijf in het buitenland, maar benadrukt tevens dat verblijf in het buitenland ook kansen biedt.
In reactie op dit inspectierapport heeft minister Rouvoet aanvullende maatregelen genomen om het toezicht en de kwaliteit van zorg aan jongeren in het buitenland te waarborgen (zie bijlage 2). Naast de kwaliteitseisen die de Wet op de jeugdzorg aan verantwoorde zorg stelt, dient het buitenlands zorgaanbod aan aanvullende eisen te voldoen. Het IPO is bezig een systeem op te zetten om de kwaliteit van buitenlands zorgaanbod te kunnen garanderen. De eisen van minister Rouvoet worden in dit kwaliteitssysteem meegenomen.
Inspectie jeugdzorg heeft niet de wettelijke bevoegdheid om de kwaliteit van zorg in het buitenland te toetsen en te bewaken. Rouvoet stelt als aanvullende maatregel dat de zorgaanbieder verplicht is om aan de Inspectie jeugdzorg door te geven welke organisatie in het land van plaatsing, op grond van de daar geldende- wet en regelgeving, toezicht houdt op de kwaliteit van de geleverde zorg. Indien er zorgen zijn over de kwaliteit van zorg, dan kan de Nederlandse inspectie contact opnemen met de buitenlandse collega-inspectie. Op deze manier wordt het toezicht op de Nederlandse jeugdigen in het buitenland geborgd.


6. Is het juist dat een aantal kinderen arbeid verricht, dat valt onder het begrip ‘kinderarbeid? Zo ja, welke maatregelen gaat u nemen?



Antwoord:


De jongeren werken gedurende 5 maanden bij een familiebedrijf, meestal een boerenbedrijf. De jongere kan worden ingezet bij alle voorkomende werkzaamheden, afhankelijk van het seizoen. De werkzaamheden en de arbeidstijden vallen binnen de regels en afspraken die er ook in Nederland gelden voor werkzaamheden van jongen van 16 -23 jaar.


7. Op welke wijze vindt de screening plaats van de gastgezinnen waar kinderen worden geplaatst?



Antwoord:


Het Frankrijkproject is een samenwerking tussen Zandbergen en Centre Aurillange in Frankrijk. Centre Aurillange screent de gezinnen. Dit gebeurt onder supervisie van de Franse Inspectie jeugdzorg en het voldoet aan de Europese regelgeving.


8. Op welke wijze is de veiligheid en het welzijn van deze kinderen gewaarborgd?



Antwoord:


Ten aanzien van veiligheid zijn er tussen het Centre Aurillange en Zandbergen afspraken gemaakt over de arbeidsinzet en de arbeids- en woonomstandigheden van jeugdigen. Daarnaast worden voorafgaand aan het vertrek met ouders en jeugdigen afspraken gemaakt en vastgelegd inzake noodzakelijk medisch ingrijpen en het niet gebruiken van alcohol en drugs.
 Wat betreft het welzijn wordt de jeugdige allereerst goed voorbereid op het verblijf in Frankrijk. Hij of zij schrijft een motivatiebrief met daarin uitleg waarom hij of zij het project denkt nodig te hebben. Ook wordt vooraf een videofilm getoond zodat de jeugdige een beeld krijgt van wat hij of zij kan verwachten.
Gedurende het verblijf in Frankrijk wordt de jeugdige tweemaal per week bezocht door de coach van Centre Aurillange. De coach in Frankrijk en de ambulant medewerker van Zandbergen hebben iedere veertien dagen onderling contact. De ambulant werker van Zandbergen richt zich op het 

onderhouden van contact met het thuisfront van de jeugdige. Na terugkeer in Nederland wordt de jeugdige maximaal 3 maanden door de ambulant werker intensief begeleid bij het in praktijk brengen van het toekomstplan.


9. Voldoen de kinderen in het buitenland aan de leerplicht?



Antwoord:


Aan het Frankrijkproject nemen jeugdigen deel van tussen de 16-23 jaar oud. Indien noodzakelijk in het kader van de leerplichtwet wordt in overleg met de leerplichtambtenaar tijdelijke ontheffing van de leerplicht aangevraagd voor de duur van het project.


10. Welke contacten zijn er tijdens deze uithuisplaatsingen tussen ouders en de uit huis geplaatste kinderen en hebben de ouders met deze uithuisplaatsingen ingestemd? Zo nee, waarom zijn deze kinderen dan toch in het buitenland geplaatst?



Antwoord:


Jongeren kunnen zowel vanuit het vrijwillige kader als het gedwongen kader (ondertoezichtstelling) in het Frankrijkproject geplaatst worden. Voor het slagen van de plaatsing is het van belang dat de jongere zelf gemotiveerd is voor het Frankrijkproject. Voor de plaatsing krijgt de jongere de opdracht om een motivatiebrief te schrijven met daarin uitleg waarom hij/zij het project denkt nodig te hebben. Het goed doorlopen van dit motivatietraject is een voorwaarde voor plaatsing binnen het Frankrijkproject. 
In de eerste maand van het verblijf in Frankrijk wordt het contact met het thuisfront via de fax onderhouden. Na deze maand mogen de jeugdigen eenmaal per week door het thuisfront worden gebeld. Vanaf de eerste dag mag de jongere brieven schrijven naar Nederland.


11. Bent u bereid om de plaatsingen in het buitenland te stoppen? Zo ja, op welke termijn? Zo nee, waarom niet?



Antwoord:


Vanaf 2010 koopt de Provincie Utrecht geen plekken meer in bij het Frankrijkproject.
 Mocht in de toekomst door zorgaanbieders een verzoek gedaan worden voor financiering van buitenlands zorgaanbod, dan zal dit getoetst worden aan de eisen van minister Rouvoet en het kwaliteitssysteem zoals dat door het IPO ontwikkeld wordt.



Gedeputeerde Staten van Utrecht,



Voorzitter,



Secretaris,

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer