Vragen over verspreiding C8 en GenX tot in Utrecht


Schriftelijke vragen ex. art 47 RvO aan het college van GS, gesteld door mevrouw F.M. van Kooten namens de PvdD fractie betreffende verspreiding C8 en GenX tot in Utrecht.

Geachte College van Gedeputeerde Staten,

  1. Bent u bekend met het bericht in het Algemeen Dagblad d.d. 24 mei 2018 ‘Gemeente Dordrecht: Verspreiding C8 en GenX tot in Utrecht ligt voor de hand’? [1]
  2. Wat is de reactie van Gedeputeerde Staten op de conclusie uit dit bericht dat door de uitstoot van de fabriekspijpen van chemiecrimineel Chemours “de persistente stoffen C8 en GenX via wolken en regen ook in de provincie Utrecht neergeslagen kunnen zijn” ?
  3. Bent u met de Partij voor de Dieren van mening dat er nader onderzoek moet worden gedaan in de provincie Utrecht om uit te sluiten dat deze kankerverwekkende stoffen in de Utrechtse bodem en/of water zitten? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke wijze en op welke termijn kan dit onderzoek van start gaan?
  4. Nu blijkt dat de verontreiniging met GenX niet beperkt blijft tot het lozingsgebied maar ook via water en lucht terechtkomt in het drinkwater in diverse provincies: bent u bereid de zorgen hieromtrent in de regionale overleggen aan de orde te stellen en tezamen met andere provincies een verscherping van het beleid te bepleiten in het belang van de gezondheid van de inwoners en de kwaliteit van de natuur in deze provincies? Graag een heldere toelichting. Zo ja, wilt u Provinciale Staten op de hoogte houden van de voortgang van deze gesprekken en de uitkomst daarvan?
  5. Het RIVM heeft bekend gemaakt dat “GenX-stoffen vrijwel niet afbreken in het water en bovendien erg goed oplosbaar en dus mobiel zijn. Dat betekent dat de stoffen zich snel en blijvend verspreiden in het milieu.” [2] Kunt u aandringen bij de verantwoordelijke Gedeputeerde van de provincie Zuid-Holland dat het lozen per direct moet stoppen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wilt u Provinciale Staten op de hoogte houden van dit contact en de uitkomst daarvan?
  6. Staat u in overleg met de drinkwaterbedrijven, eventueel via de controlerende en handhavende omgevingsdienst, over de vervuiling van het drinkwater met C8 en GenX? Zo nee, lijkt u dat gezien de recente ontwikkelingen niet noodzakelijk? Zo ja, wilt u Provinciale Staten actief op de hoogte houden over eventuele aangetroffen vervuilingen?
  7. Hoe gaat de provincie Utrecht om met de (voorlopige) richtwaarden die zijn opgesteld door het RIVM van de GenX-stoffen in het drinkwater?
  8. Hoe reflecteert u op het feit dat de richtwaarden [3], opgesteld door het RIVM, in het oppervlakte water lager zijn (48 tot 118 nanogram per liter) dan in het drinkwater (150 nanogram per liter) terwijl het onderzoek naar de effecten op lange termijn voor mens, dier en milieu nog niet zijn vastgesteld?
  9. Bent u bekend met het voorzorgsbeginsel in juridische zin?
  10. Gezien het voorzorgsbeginsel van kracht zou moeten zijn als de gezondheid van de inwoners en het milieu van de provincie Utrecht in het gedrang komt, wat gaat u doen om de inwoners en het milieu te beschermen tegen lozingen van kankerverwekkende stoffen als C8 en GenX?

Namens de Partij voor de Dieren en hoogachtend,

Femke Merel van Kooten

[1] Algemeen Dagblad d.d. 24-05-2018 – ‘Gemeente Dordrecht: Verspreiding C8 en GenX tot in Utrecht ligt voor de hand’, https://www.ad.nl/dordrecht/gemeente-dordrecht-verspreiding-c8-en-genx-tot-in-utrecht-ligt-voor-de-hand~a24223d9/

[2] https://www.rivm.nl/dsresource?objectid=3cb27630-221f-4db7-847c-ff83d35524a4&type=pdf&disposition=inline

[3] https://www.rivm.nl/dsresource?objectid=7aa984ad-36c1-45a7-bfb3-41ee21ab1549&type=pdf&disposition=inline

Antwoorddatum: 19 jun. 2018

Schriftelijke vragen ex. art 47 RvO aan het college van GS, gesteld door mevrouw F.M. van Kooten namens de PvdD fractie betreffende verspreiding C8 en GenX tot in Utrecht.

Geachte College van Gedeputeerde Staten,

  1. Bent u bekend met het bericht in het Algemeen Dagblad d.d. 24 mei 2018 ‘Gemeente Dordrecht: Verspreiding C8 en GenX tot in Utrecht ligt voor de hand’? [1]

Antwoord: wij zijn bekend met dit bericht. Het gaat om industriële stoffen (brandvertragers en anti-aanbak lagen). De berichtgeving doelt er op dat deze stof door verwaaiing vanuit Dordrecht in Utrecht is neergeslagen'
Momenteel vindt er op landelijk niveau veel onderzoek plaats naar de mate van schadelijkheid en daarmee normering voor deze stoffen. Vooruitlopend op de uitkomsten heeft het RIVM onlangs voorlopige aangescherpte risicogrenswaarden vastgesteld. Overigens zijn in 2017 ook vragen gesteld omtrent GenX in 2017 (zie brief 30 mei 2017 Beantwoording schriftelijke vragen door D66 betreffende Chemours en drinkwaterbedrijven, doc'nr.81 AEDDF6)'

2. Wat is de reactie van Gedeputeerde Staten op de conclusie uit dit bericht dat door de uitstoot van de fabriekspijpen van chemiecrimineel Chemours “de persistente stoffen C8 en GenX via wolken en regen ook in de provincie Utrecht neergeslagen kunnen zijn” ?

Antwoord: Uit navraag is gebleken dat deze stoffen in de omgeving van Chemours (Dordrecht) in de bodem terecht zijn gekomen. Om de precieze omvang van de verspreiding te bepalen, is in opdracht van provincie Zuid-Holland en gemeenten, de bodem op veel verschillende locaties in de regio Zuid Holland Zuid onderzocht. De meeste resultaten zijn recent bekend geworden. ln een groot deel van de regio Zuid-Holland Zuid zit PFOA (C8) inderdaad in de bodem. Op de meeste plaatsen gaat het om zeer lage gehalten, die ruim onder de recent aangescherpte strengste risicogrenswaarde van het RIVM Iiggen. Komende periode volgen nog verschillende extra onderzoeken die wij samen met de Omgevingsdiensten nauw zullen volgen. Gezien de afstand tot het bedrijf in Dordrecht en de afname van concentraties in de atmosfeer is het niet aannemelijk dat hierdoor gehalten boven de voorlopige norm in Utrecht zijn neergeslagen.

3. Bent u met de Partij voor de Dieren van mening dat er nader onderzoek moet worden gedaan in de provincie Utrecht om uit te sluiten dat deze kankerverwekkende stoffen in de Utrechtse bodem en/of water zitten? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke wijze en op welke termijn kan dit onderzoek van start gaan?

Antwoord: Een grootschalig onderzoek zoals in Zuid-Holland is wat ons betreft niet nodig, omdat de risico's in Utrecht goed in beeld zijn gebracht (uitgesplitst naar mogelijke emissieroutes):

  • Mogelijke verwaaiing vanuit een bron buiten Utrecht, zoals vanuit Chemours. Zoals hiervoor aangegeven is het niet aannemelijk dat deze stoffen in onaanvaardbare waardes in Utrecht is neergeslagen. Wij zullen in overleg met Zuid-Holland de vervolgonderzoeken en ontwikkelingen nauw volgen en samen met de RUD een projectgroep instellen om dit te organiseren;
  • Mogelijke verspreiding via (grond)water. Er zijn geen lozingen van de genoemde stoffen op oppervlaktewater bekend binnen Utrecht. Gelet op de stroomafwaartse ligging van Chemours is verspreiding via oppervlaktewater en grondwater in de richting van Utrecht uit te sluiten. Niettemin is in Utrecht in 2015 wel incidenteel gemeten naar C8 (=PFOA) en soortgelijke stoffen. Via bijgaande link is hiervan een kaart op te vragen met het resultaat van PFOA in grondwater: https://www.waterkwaliteitsportaal.nl/Beheer/Data/Grondwaterkwaliteit. Destijds is deze stof op een enkele plek wel aangetroffen, zij het in een zeer lage concentratie (beneden de voorlopige normering die nu wordt voorgesteld door RIVM);
  • Mogelijke puntbronnen binnen de Provincie Utrecht: Omdat dergelijke stoffen ook in blusmiddelen zijn c.q. worden gebruikt komen ze ook lokaal in de bodem op een aantal plekken voor, daar waar brand bestrijding en calamiteiten oefeningen hebben plaatsgevonden. Binnen Utrecht is het standpunt dat bij het uitvoeren van bodemonderzoek op dit soort plekken extra aandacht voor dergelijke stoffen nodig is.

Wij hebben via het IPO het standpunt ingenomen dat er zo spoedig mogelijk nader onderzoek en landelijk beleid moet komen naar (de schadelijkheid van) deze nieuwe stoffen. Via IPO is een beleidstraject ingezet om daar gerichte actie op te zetten. Er is een brief in voorbereiding aan de Minister van l&W met het verzoek om zo spoedig mogelijk te komen tot landelijk beleid voor PFAS/PFOA, met behulp van het landelijk expertisecentrum PFAS.

4. Nu blijkt dat de verontreiniging met GenX niet beperkt blijft tot het lozingsgebied maar ook via water en lucht terechtkomt in het drinkwater in diverse provincies: bent u bereid de zorgen hieromtrent in de regionale overleggen aan de orde te stellen en tezamen met andere provincies een verscherping van het beleid te bepleiten in het belang van de gezondheid van de inwoners en de kwaliteit van de natuur in deze provincies? Graag een heldere toelichting. Zo ja, wilt u Provinciale Staten op de hoogte houden van de voortgang van deze gesprekken en de uitkomst daarvan?

Antwoord: Ze het antwoord op de vorige vraag. ln aanvulling daarop is de afgelopen tijd al contact geweest met waterbedrijven Oasen en Vitens en in regionale overleggen. Met name Oasen heeft zorgen omtrent de lozingsvergunning van het bedrijf Chemours en is in beroep gegaan tegen de ambtshalve wijziging van de vergunning van het bevoegd gezag (provincie Zuid-Holland). Wat betreft verscherping van het beleid verwijs ik u naar de Kamerbrief die de Minister van Verkeer en Waterstaat op 15 mei j.l. heeft verzonden aan de Tweede Kamer (kenmerk TEN WBSI</2018/100602), waarin zij het bevoegde gezag adviseert nu reeds een voorlopige aangescherpte norm te hanteren, vooruitlopend op nader onderzoek naar bioaccumulatie. Dit advies is door de provincie met instemming ontvangen.


5. Het RIVM heeft bekend gemaakt dat “GenX-stoffen vrijwel niet afbreken in het water en bovendien erg goed oplosbaar en dus mobiel zijn. Dat betekent dat de stoffen zich snel en blijvend verspreiden in het milieu.” [2] Kunt u aandringen bij de verantwoordelijke Gedeputeerde van de provincie Zuid-Holland dat het lozen per direct moet stoppen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wilt u Provinciale Staten op de hoogte houden van dit contact en de uitkomst daarvan?

Antwoord: Zoals hiervoor gemeld, is gelet op de stroomafwaartse ligging verspreiding via oppervlaktewater en grondwater in de richting van Utrecht uit te sluiten. Met de provincie Zuid-Holland rs reeds contact
hierover. Zj heeft de lozingsvergunning van het bedrijf reeds aangescherpt via de ambtshalve wijziging van 18 april 2017. Tegen de lozingsvergunning is beroep ingediend door waterbedrijf Oasen, niet vanwege de emissie naar lucht maar naar het rioolsysteem. Ook het bedrijf zelf heeft bezwaar aangetekend, maar slechts op een deel van de nieuwe vergunningseisen. De rechter doet eind juni uitspraak inzake deze bezwaren. Wij zullen de ontwikkelingen goed blijven monitoren en zo nodig de contacten met de verantwoordelijke Gedeputeerde in Zuid-Holland aanhalen en de Provinciale Staten hierover informeren.

6. Staat u in overleg met de drinkwaterbedrijven, eventueel via de controlerende en handhavende omgevingsdienst, over de vervuiling van het drinkwater met C8 en GenX? Zo nee, lijkt u dat gezien de recente ontwikkelingen niet noodzakelijk? Zo ja, wilt u Provinciale Staten actief op de hoogte houden over eventuele aangetroffen vervuilingen?

Antwoord: Ja, zie hierboven onder punt 4. Wij zullen u hierover op de hoogte houden.


7. Hoe gaat de provincie Utrecht om met de (voorlopige) richtwaarden die zijn opgesteld door het RIVM van de GenX-stoffen in het drinkwater?

Antwoord: Het bevoegd gezag voor drinkwater is de Inspectie voor de Leefomgeving en Transport (lLT). We gaan er vanuit dat de Inspectie de meest actuele norm hanteert die van toepassing is op drinkwater.

8. Hoe reflecteert u op het feit dat de richtwaarden [3], opgesteld door het RIVM, in het oppervlakte water lager zijn (48 tot 118 nanogram per liter) dan in het drinkwater (150 nanogram per liter) terwijl het onderzoek naar de effecten op lange termijn voor mens, dier en milieu nog niet zijn vastgesteld?

Antwoord: Dat de richtwaarde van het RIVM voor oppervlaktewater lager is dan voor drinkwater is verklaarbaar. De richtwaarde voor het oppervlaktewater heeft als doel het aquatisch milieu te beschermen en humane risico's als een leven lang vis wordt geconsumeerd uit oppervlaktewater wat hiermee belast li. Door bio-accumulatie kan de in vis een hogere concentratie ontstaan dan in water. De richtwaarde voor drinkwater heeft als doel schoon en veilig drinkwaterconsumptie mogelijk te maken. Dit zijn verschillende doelen en het is goed mogelijk dat soorten in het aquatisch milieu gevoeliger zijn voor dit type stoffen dan mensen.

9. Bent u bekend met het voorzorgsbeginsel in juridische zin?

Antwoord: Uiteraard.

10. Gezien het voorzorgsbeginsel van kracht zou moeten zijn als de gezondheid van de inwoners en het milieu van de provincie Utrecht in het gedrang komt, wat gaat u doen om de inwoners en het milieu te beschermen tegen lozingen van kankerverwekkende stoffen als C8 en GenX?

Antwoord: Realistisch gezien kan de provincie niet voorkomen dat stoffen via de lucht ook binnen Utrecht verspreiden. Niettemin zet de provincie alle haar ter beschikking staande instrumenten en middelen in om de risico's voor inwoners en milieu zo goed mogelijk in beeld te brengen (monitoring) en te minimaliseren door adequate vergunningverlening, toezicht op lozingen via de Omgevingsdienst op basis van geldende wet- en regelgeving en waar nodig aandringen op aanvullende kaderstelling door het Rijk (zie boven). Ook zullen we via de projectmatige samenwerking met de RUD met omringende provincies het gesprek aangaan om emissies te beperken of te beëindigen. Wij zullen Provinciale Staten daarover nader informeren als daar aanleiding toe is.

Namens de Partij voor de Dieren en hoogachtend,

Femke Merel van Kooten

[1] Algemeen Dagblad d.d. 24-05-2018 – ‘Gemeente Dordrecht: Verspreiding C8 en GenX tot in Utrecht ligt voor de hand’, https://www.ad.nl/dordrecht/gemeente-dordrecht-verspreiding-c8-en-genx-tot-in-utrecht-ligt-voor-de-hand~a24223d9/

[2] https://www.rivm.nl/dsresource?objectid=3cb27630-221f-4db7-847c-ff83d35524a4&type=pdf&disposition=inline

[3] https://www.rivm.nl/dsresource?objectid=7aa984ad-36c1-45a7-bfb3-41ee21ab1549&type=pdf&disposition=inline