Bijdrage Eerste wijziging Omge­vings­ver­or­dening


Bijdrage tijdens Provin­ciale Staten­ver­ga­dering

7 februari 2024

Voorzitter,

Een toekomstgerichte inrichting van de openbare ruimte, met respect voor natuur, voor de belangen van inwoners, menselijke en niet-menselijke, blijkt keer op keer een hele lastige te zijn. We hebben in de commissievergadering omgevingsvisie aandachtspunten en zorgen benoemd ten aanzien van deze wijzigingen in de omgevingsverordening.

De kern zit voor onze fractie in de goede bescherming van natuur. Niet alleen op papier, maar ook in de praktijk. En daar schiet het steeds te kort. De voorbeelden zijn legio waarbij burgers en organisaties soms jarenlang moeten vechten om ondeugdelijke, natuuronvriendelijke plannen tegen te houden, of het nu gaat om het bos bij Paleis Soestdijk, het Henschotermeer, Landgoed Oude Tempel, of de westelijke rondweg in Amersfoort.

Ons eerste amendement 'NNNee, tenzij' vat deze zorgen heel bondig samen. Het gaat over de politieke keuzes die we maken. We hebben in Utrecht ervoor gekozen om drie uitzonderingsregels te hanteren voor ontwikkeling in NNN-gebied (Natuurnetwerk Nederland-gebied). We zeggen daarmee dat ontwikkeling in NNN-gebied niet alleen mag als er een zwaarwegend openbaar belang voor is, en als er geen reƫle alternatieven zijn, maar ook als we gewoon iets willen en denken dat de natuur daar over 10 jaar beter van wordt, de meerwaardebenadering. We vinden, zoals VOLT dat mooi stelt, dit een hypotheek nemen op de toekomst van het NNN. Het is je rijk rekenen met veronderstelde verbeteringen zonder garanties en zonder mogelijkheden om schade te herstellen: want die is al geschied.

In plaats van een heel juridisch stelsel rondom de meerwaardebenadering op te bouwen, kun je ook met elkaar zeggen: nee, tenzij het ECHT niet anders kan. Zoals dat in Provincie Zeeland is geregeld in de omgevingsverordening. De staat van de natuur is dusdanig slecht dat je je moet afvragen hoe verantwoord het is om nu een achteruitgang op korte termijn toe te staan, zonder garanties voor verbetering op de langere termijn. Met urgentie die er nu is staat een dergelijke instructieregel haaks op wat nu, per direct, nodig is. Juist een omgekeerde beweging van versterking en uitbreiding van NNN is nodig! Een opgave die nu al jaren achterblijft, zonder dat we inspanningen zien om het anders te doen.

De achilleshiel van verordeningen, hoe goed die ook zijn, zit in de uitvoering. Keer op keer blijken gemeenten veel moeite te hebben met het onderbouwen van omgevingsplannen als het gaat om de gevolgen voor natuur. En dat komt omdat natuurtoetsen vaak te kort schieten: slordig zijn, bewust nalatig, het gebied en de beoogde ontwikkeling daarbinnen niet integraal bezien, etc. Wat dus nodig is, is een stevig houvast voor gemeenten om deze natuuronderzoeken te toetsen. Daarvoor is een handreiking in de maak, wat positief is, zeker als dat in overleg met natuurorganisaties en experts wordt opgesteld. Dan is het wel noodzakelijk dat deze handreiking vertaald wordt naar formele beoordelingscriteria die de consistentie, inzichtelijkheid en controleerbaarheid van beoordelingen versterken. Want een handreiking zonder formele status biedt geen garanties, zo hebben partijen in het participatieproces ook nadrukkelijk aangegeven.

Voorzitter, bij wijze van uitzondering, en daar dient instructieregel 9.14a voor, kunnen er flexwoningen gebouwd worden. Maar we hebben de ruimte ook voor natuur nodig. Daarom willen we daar in de toelichting van de instructieregel helderheid over hebben.

Het college is ambitieus als het gaat over een transitie naar een circulaire economie. En dat moet ook wel, zo laat het Planbureau voor de Leefomgeving weten, want op de huidige koers worden zelfs de doelen van 2030 niet gehaald, laat staan 2050. Als een kleine, centraal gelegen en aantrekkelijke provincie, kan de provincie Utrecht wat ons betreft stelliger zijn als het gaat over welke bedrijven zich hier vestigen. Dus daarom een motie om bij de uitbreiding van bedrijventerreinen voorrang te verlenen aan bedrijven die bijdragen aan een circulaire economie.

Deze eerste wijziging van de Omgevingsverordening is voor ons als PS een mooie kans om de provinciale ambities op het gebied van natuur, cultuur en recreatie kracht bij te zetten. De voorgestelde moties en amendementen die we deels samen met Volt, SP en 50+ indienen maken we kleine stap in de goede richting.