Bijdrage Mobi­li­teits­pro­gramma 2019 – 2023


12 juli 2018

Bijdrage Provinciale Staten 12 juli 2018, agendapunt 3: Statenvoorstel Mobiliteitsprogramma 2019-2023,

Voorzitter,

Ik wil beginnen met een zin, waar ik één van mijn vorige bijdragen mee afrondde: ‘een visie is niet vies’. En aan visie Voorzitter, ontbreekt het in dit programma.

Voordat we afdalen naar wegniveau, eerst het volgende: elke vorm van groei kent een kantelpunt. Een kantelpunt waarin grenzen bereikt worden – mogelijk overschreden – en zodanig van invloed worden op allerlei ándere terreinen, dat de nadelen groter worden dan de voordelen. Dit, Voorzitter, is niet een principe dat door de Partij voor de Dieren is uitgevonden. Het is een universeel principe.

Wat betreft mobiliteit zitten we volgens de Partij voor de Dieren op zo’n kantelpunt. Meer auto’s: een verslechtering van luchtkwaliteit. Meer uitlaatgassen: het nóg verderop raken op onze klimaatdoelen. Meer asfalt: verlies van natuur en een fijne woonomgeving. En dát Voorzitter, dwingt ons tot het maken van keuzes. Keuzes die het college van Gedeputeerde Staten met dit voorgestelde Mobiliteitsprogramma nalaat.

En Voorzitter, zachte heelmeesters maken stinkende wonden. Van alles maar een beetje – en er halfslachtig een visie aan vast plakken op het gebied van leefbaarheid – staat leuk op papier, maar niet in de praktijk. En Voorzitter, de provincie Utrecht ís praktijk!

Het programma is het vervolg op een visie uit 2014. Een visie geschreven in crisistijd, met een format dat in de commissie werd herkend als het format uit het jaar 2000. Hoewel ‘vintage’ op het moment een trend is, ziet de Partij voor de Dieren wat betreft beleid liever toekomstgericht beleid. Het is nu immers 2018, en we stevenen af op 2030 waarin we de helft minder CO2 zullen uitstoten – vergeleken met 1990. Daarom is het belangrijk dat we nu keuzes voor de komende decennia maken. Keuzes die ons nadrukkelijk verder helpen op het gebied van klimaat, energietransitie en luchtkwaliteit.

Voorzitter, het is daarom is het opmerkelijk dat het college een groei van autoverkeer faciliteert van maar liefst 14% ! Dribbelt het college op deze manier achter groeicijfers aan, waarachter geen enkel beleid of visie schuil gaan?

De Gedeputeerde gaf in de commissie aan dat de lijn die de Partij voor de Dieren voorstaat: mensen actief stimuleren om uit de auto te komen, in het openbaar vervoer en op de fiets, een te harde lijn is. {*1} Maar Voorzitter, als de samenleving en de draagkracht van ons klimaat haar grenzen bereiken, is een harde lijn – het stellen van grenzen aan groei – onvermijdelijk!

Gaat de provincie Utrecht de toekomst in als een rupsje-nooit-genoeg die vergeet om te verpoppen? Of vinden wij het met zijn allen nu tijd voor verandering? De Partij voor de Dieren vindt van wel: Het is tijd voor een transformatie van onze mobiliteit.

Hoe kan onze provincie met dit mobiliteitsprogramma bijdragen aan de klimaatdoelen, die uitgaan van het verminderen van autoverkeer? Voorzitter, wat dat betreft, heeft dit mobiliteitsprogramma vierkante wielen.

In de Voorjaarsnota is onder ‘Leefbaarheid’ aangegeven dat de WHO-norm als beoordelingscriterium in alle programma’s wordt meegewogen. De Provinciale Commissie voor de Leefomgeving heeft in haar advies aangegeven dat leefbaarheid in de keuzes rondom mobiliteit als criterium én uitgangspunt vooraan mag staan – volledig in lijn met het advies van de Raad voor Leefomgeving en Infrastructuur. Bovendien heeft de Natuur- en Milieufederatie Utrecht aangegeven dat het programma in haar huidige vorm een gemiste kans is voor een gezonde én leefbare regio...: het is nu vooral gericht op het stuurloos faciliteren van mobiliteit. Waarom zet u leefbaarheid niet centraal – zoals álle experts adviseren?

Voorzitter, idealisme is het nieuwe realisme. Als je de kwaliteit van de provincie Utrecht wilt bewaren en bewaken, dan streef je niet naar het faciliteren van groei van álle vervoers- stromen. Wel naar meer fietsen, meer -en béter- openbaar vervoer, en minder autoverkeer. Daarom Voorzitter, moeten we niet alle autoverkeer-knelpunten willen oplossen.

De Partij voor de Dieren kan zich vinden in de stelling waarmee de ChristenUnie voorsorteerde: ‘auto’s hebben geen probleem; ze zíjn vaak het probleem.’ Immers, als je de knelpunten voor autoverkeer oplost, dan stijgt de automobiliteitsbehoefte: zo simpel is het. En als je actief inzet op alternatieven, daalt de automobiliteitsbehoefte. Waarom kiest de provincie niet voor een aanpak in die richting?

Tenslotte twee voorstellen. In het mobiliteitsprogramma staat op pagina 41 een afwegingskader voor mobiliteitsprojecten. Het lijkt een omissie dat afweging en maatregelen ten aanzien van de WHO normen níet in dit kader zijn meegenomen. We stellen daarom voor dit alsnóg op te nemen, en dienen hiervoor samen met de CU, PVDA, GL, SP een amendement in.

Voorzitter, als provincie willen we het goede voorbeeld geven. Dit betekent dat we het gebruik van de fiets door onze eigen medewerkers graag willen stimuleren. Er is een vergoeding voor autokilometers, maar niet voor fietskilometers. De Partij voor de Dieren ziet graag dat fiets-forenzen tenmínste een gelijke vergoeding krijgen als automobilisten. We hebben hiervoor een motie opgesteld, mede ondertekend door CU?

Ik wil afronden Voorzitter, maar eerst het volgende verzoek. Laten we kíezen. Zonder heldere keuzes komen we er niet. En ten tweede: de Partij voor de Dieren is géén voorstander van het rijden met hoge snelheden, maar we zien wél graag wat meer snelheid in de richting van een klimaatneutraal Utrecht, een groen Utrecht, een leefbaar Utrecht: voor mens en dier.

Voorzitter, ik dank u wel.

Hiltje Keller – Partij voor de Dieren