Amen­dement Verdringing bij water­schaarste


10 maart 2021

Provinciale staten van Utrecht in vergadering bijeen op 10 maart, 2021, ter behandeling van Statenvoorstel vaststellen interim omgevingsverordening,

Besluiten in de artikelen van de interim Omgevingsverordening:


2.2.2 Zoetwatervoorziening

Artikel 2.11 Instructieregel rangorde bij waterschaarste Amsterdam-Rijnkanaal en Lek

2. Bij waterschaarste of dreigende waterschaarste geeft het waterschap, gelet op de verdeling van het beschikbare water over de maatschappelijke en ecologische behoeften, bij de verdeling van het beschikbare water vanuit het Amsterdam-Rijnkanaal en de Lek wat betreft de in artikel 2.1, eerste lid, onder 4°, van het Waterbesluit bedoelde behoeften, achtereenvolgens prioriteit aan:

a. de waterkwaliteit in stedelijk gebied;

b. beroepsvaart;

c. akkerbouw;

d. beregening sportvelden;

e. grasland;

f. recreatievaart; en

g. natuur, voor zover het niet gaat om het voorkomen van onomkeerbare schade.

Artikel 2.12 Instructieregel rangorde bij waterschaarste Neder-Rijn

Bij waterschaarste of dreigende waterschaarste geeft het waterschap, met het oog op de verdeling van het beschikbare water voor het aanvoergebied vanuit de inlaat Grebbesluis in de Neder-Rijn, bij het beheer van de regionale wateren wat betreft de in artikel 2.1, eerste lid, onder 4°, van het Waterbesluit bedoelde behoeften, voor de regionale wateren achtereenvolgens prioriteit aan:

a. doorspoeling in geval van een milieu-incident of vanwege de volksgezondheid;

b. beroepsvaart;

c. doorspoeling van stedelijk gebied ter verbetering van de waterkwaliteit of ter bestrijding van stankoverlast;

d. akkerbouw en vollegrondstuinbouw;

e. sportvelden en greens;

f. beregening van gras- en maïsland;

g. recreatievaart; en

h. overige natuur, voor zover het niet gaat om het voorkomen van onomkeerbare schade, met inbegrip van maatregelen die nodig zijn voor het realiseren van de doelstellingen van de kaderrichtlijn water.


De volgende punten als volgt te wijzigen:


2.2.2 Zoetwatervoorziening

Artikel 2.11 Instructieregel rangorde bij waterschaarste Amsterdam-Rijnkanaal en Lek

2. Bij waterschaarste of dreigende waterschaarste geeft het waterschap, gelet op de verdeling van het beschikbare water over de maatschappelijke en ecologische behoeften, bij de verdeling van het beschikbare water vanuit het Amsterdam-Rijnkanaal en de Lek wat betreft de in artikel 2.1, eerste lid, onder 4°, van het Waterbesluit bedoelde behoeften, achtereenvolgens prioriteit aan:

a. de waterkwaliteit in stedelijk gebied;

b. beroepsvaart;

c. akkerbouw;

d. beregening sportvelden;

e. grasland;

f. natuur, voor zover het niet gaat om het voorkomen van onomkeerbare schade; en

g. recreatievaart.

Artikel 2.12 Instructieregel rangorde bij waterschaarste Neder-Rijn

Bij waterschaarste of dreigende waterschaarste geeft het waterschap, met het oog op de verdeling van het beschikbare water voor het aanvoergebied vanuit de inlaat Grebbesluis in de Neder-Rijn, bij het beheer van de regionale wateren wat betreft de in artikel 2.1, eerste lid, onder 4°, van het Waterbesluit bedoelde behoeften, voor de regionale wateren achtereenvolgens prioriteit aan:

a. doorspoeling in geval van een milieu-incident of vanwege de volksgezondheid;

b. beroepsvaart;

c. doorspoeling van stedelijk gebied ter verbetering van de waterkwaliteit of ter bestrijding van stankoverlast;

d. akkerbouw en vollegrondstuinbouw;

e. sportvelden en greens;

f. beregening van gras- en maïsland;

g. overige natuur, voor zover het niet gaat om het voorkomen van onomkeerbare schade, met inbegrip van maatregelen die nodig zijn voor het realiseren van de doelstellingen van de kaderrichtlijn water; en

h. recreatievaart



Toelichting

Met de voorgestelde wijziging wil de Partij voor de Dieren bewerkstelligen dat het natuurbelang, in tijden van schaarste, niet ondergeschikt raakt aan recreatie.


Willem van der Steeg
Partij voor de Dieren


Status

Ingetrokken

Voor

Tegen