Bijdrage Kadernota 2019 – 2022 en Voor­jaarsnota 2018


9 juli 2018

Bijdrage Provinciale Staten 9 juli, agendapunt 14, Kadernota 2019-2022 en Voorjaarsnota 2018

Voorzitter,

Twee weken geleden lazen we het bericht dat het Zuidpoolijs smelt steeds sneller. De laatste jaren smelt het ijs 3x sneller in vergelijking met nog maar 20 jaar geleden. Even later kwam het bericht van de andere pool, waar rond Spitsbergen nog niet eerder zo weinig zee-ijs is gemeten als op dit moment. En diezelfde dag lekte een VN-rapport uit met de krachtigste waarschuwing tot nu toe. Als er géén snelle en verstrekkende maatregelen worden genomen, dan wordt de 1,5 graad temperatuurstijging al in het jaar 2040 bereikt en dan dreigen we ruimschoots over de 2 graden-grens heen te gaan. Die 2 graden – dat weet u - dat is de temperatuurstijging die 149 landen 2,5 jaar geleden in Parijs hebben afgesproken als bovengrens waarmee we de gevolgen van klimaatverandering nog enigszins beheersbaar houden. Dit betekent dat we vol aan de bak moeten. In Nederland en ook in Utrecht. Voorzitter, 49% CO2-reductie t.o.v. 1990, en dat in de slechts 12 jaar die ons nog rest tot 2030.

We staan dus voor een enorme uitdaging. In de voorliggende kaders wordt klimaat weliswaar een aantal keer benoemd, maar wij missen echt de urgentie. Met de uitvoering van de energieagenda plus een halfslachtige aanpak van de bodemdaling in veenweidegebieden alleen, zullen we het gewoon niet gaan redden.

In de Kadernota staat: “Provincie neemt interbestuurlijk zijn verantwoordelijkheid voor het beperken van de klimaatverandering door bij te dragen aan realisatie van de energieopgave in deze provincie.” Het reduceren van broeikasgassen doe je niet alleen door het besparen en verduurzamen van energie. Ook in andere sectoren zullen we heel hard aan de slag moeten.

Voorzitter, wij zien ook dat klimaat benoemd wordt in het kader van circulaire economie, of de landbouwvisie. Maar daar blijft het bij. Met het klimaatakkoord en de klimaatwet in aantocht, zouden we toch op zijn minst een duidelijke provinciale klimaatvisie moeten hebben. Een visie voor de integrale aanpak van broeikasgasreductie in alle sectoren, met helder geformuleerde doelstellingen. Graag hierop een reactie van Gedeputeerde Staten.

Voorzitter, wat betreft de bodemdaling, een van de bronnen van broeikasgasemissies in onze provincie, willen we alvast een voorstel doen. In Noord-Holland is namelijk een motie aangenomen waarin een heldere ambitie is geformuleerd voor bodemdaling in het veenweidegebied. Hier in Utrecht zijn we vooral aan het praten over bodemdaling, maar een visie blijft vooralsnog uit. Het lijkt ons goed de Noord-Hollandse ambitie in Utrecht over te nemen. Daarvoor dienen we de motie bodemdaling in.

Aan klimaatmitigatie doen we nu dus vooral iets middels de energietransitie. Maar helaas stelt die in onze ogen nog erg weinig voor. De provincie Utrecht heeft van alle provincies de laagste investering in de energietransitie, terwijl we nauwelijks duurzame energie opwekken en een grote opgave hebben op het gebied van energiebesparing. Van alle doelen die de provincie heeft, ligt de energietransitie het meest achterop zien we aan het rode kruisje op pagina 66 van de Kadernota. Er komt geen geld bij en we zien geen aanpassing in de aanpak dit tot nu toe weinig succesvol was. Hoe denken Gedeputeerde Staten deze opgave tóch te gaan realiseren?

In de aangenomen motie van 16 juli 2017 is GS gevraagd om ‘Een concreet Uitvoeringsplan te verbinden aan de doelen in de Provinciale Energieagenda. In dit Uitvoeringsplan leiden de maatregelen tot de te realiseren energiedoelen per jaar, en tot de doelstelling om klimaatneutraal te zijn in 2040’. Wat we nu hebben is een lijstje van dingen die worden gedaan, zonder datum of relatie met de doelen. Wij beschouwen de motie daarom niet als afgedaan. Diverse keren hebben verschillende fracties suggesties gedaan over versnelling en concreetheid. Maar dit komt maar niet van de grond. Volgend jaar staat hier weer een rood kruis en hebben we weer een jaar verloren, tenzij u écht in actie komt.

Voorzitter, een beter klimaat begint op je bord. In het rapport ‘Duurzaam en gezond. Samen naar een houdbaar voedselsysteem’ adviseert de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (RLI) de veestapel te reduceren en minder vlees, zuivel en eieren te consumeren. De overgang naar meer plantaardig voedsel en een duurzamer en gezonder voedselsysteem is volgens de RLI nodig om de klimaatdoelen te halen, het milieu te ontzien en risico’s voor de volksgezondheid te minimaliseren. De eiwittransitie is minstens zo belangrijk als de energietransitie, maar komt niet voor in de kaders van GS.

In de Kadernota staan wel een aantal aanvullende wensen voor 2019 (blz. 12), waaronder de regiodeal Foodvalley, in samenwerking met de provincie Gelderland. Juist Gelderland geeft een hele actieve invulling aan de eiwittransitie en streeft naar een koppositie op dit gebied. Volgens de Partij voor de Dieren is de regiodeal Foodvalley een uitgelezen kans voor de provincie Utrecht om deze achterstand enigszins in te lopen. Hiervoor dienen we de motie in: 'eiwittransitie opnemen in regiodeal.'

Ook in het kader van de transitie van productie en consumptie van dierlijke naar plantaardige eiwitten, zouden wij de provincie op willen roepen om het goede voorbeeld te geven en vanaf 2019 deel te nemen aan de nationale week zonder vlees. Daarom de motie: 'Deelname nationale week zonder vlees.'

Natuur en biodiversiteit staan zwaar onder druk. Meermalen hebben wij dit jaar in RGW de uitermate magere realisatie van de groene contour besproken. Na 6 jaar is nog geen 3% gerealiseerd. We sluiten ons aan bij het voorstel van de PvdA hieromtrent.

Voorzitter, In 2016 hebben wij de motie “een plus op natuurbeleid, een plus op budget” gesteund met het idee dat dit geld ten bate zou komen van wat in de motie wordt genoemd “een effectieve inrichting, beheer en bescherming van de voorziene natuurparels, icoonsoorten en overige natuur binnen en buiten het natuurnetwerk”. Maar Voorzitter, wat schetst onze verbazing bij het lezen van de voorjaarsnota: de plus, het extra budget, wordt besteed aan de verlenging van het Ganzenakkoord. GS besteedt dus dit geld aan het verwijderen van 23.000 ganzen per jaar.

Het moge duidelijk zijn dat de Partij voor de Dieren er niet blij mee is dat het Ganzenakkoord is verlengd, en dan drukken we ons zacht uit. Voor de ganzen hebben we een buffet van engels raaigras uitgestald, om vervolgens de dieren met afschot en vergassing te “verwijderen”. Alternatieve preventieve maatregelen zijn we nog steeds aan het onderzoeken, terwijl daarvoor in 2011 al unaniem een motie van ons is aangenomen. We zijn inmiddels zeven jaar verder, en GS blijft doorgaan met de wrede, ineffectieve bestrijding. Dit doet geen recht aan de motie. De provincie moet meer inzetten op alternatieve maatregelen, zoals het laten groeien van gewassen die onaantrekkelijk zijn voor ganzen of het gebruik van lasers. Daarom dienen wij een motie in om het bedrag, €258.000 euro, volledig te besteden aan de ontwikkeling en implementatie van alternatieve, preventieve maatregelen: de motie 'plus op meer diervriendelijk ganzenbeleid.'

Voorzitter, ik besluit mijn betoog met het indienen van de moties die ik zonet heb aangekondigd.

Ik dank u wel.