Commis­sie­bij­drage SV Vast­stelling Omge­vings­ver­or­dening


Commissie Omge­vings­visie

9 maart 2022

Commissiebijdrage SV Vaststelling Omgevingsverordening 9 maart 2022

Voorzitter,

vorig jaar maart, tijdens de behandeling van de Interim Omgevingsverordening in PS, is motie 30 van de SGP en Partij voor de Dieren aangenomen, waarin GS werd opgeroepen met gemeenten in overleg te gaan teneinde de uitzondering voor vuurwerk afsteken in stiltegebieden in de toekomst uit de omgevingsverordening te schrappen. Vanuit de commissie M & M van vanmiddag hebben we inmiddels begrepen dat deze gesprekken hebben plaatsgevonden en dat er een vuurwerkverbod in stiltegebied komt. Uit de Nota van beantwoording begrijp ik echter dat het alleen gaat om de zogenaamde Stille Kern. Daarom is de vraag aan de gedeputeerde of hij dit nader kan duiden?

Dan voorzitter, de Partij voor de Dieren heeft vorig jaar maart amendement 31 aangehouden. Dit amendement beoogde natuur een hogere prioriteit dan recreatievaart te geven als het gaat om de verdringingsreeks bij waterschaarste. Toenmalig gedeputeerde Bruins-Slot gaf toen aan samen met de waterschappen de verdringingsreeks te gaan evalueren en actualiseren. Ons werd gevraagd hierop te wachten, maar we zien in de voorliggende Ontwerp Omgevingsverordening geen veranderingen. Kan de huidige gedeputeerde aangeven of hierover gesproken is met de waterschappen, welke conclusies daaruit volgden en waarom er niks is veranderd?

Voorzitter, de Omgevingsverordening is belangrijk als het gaat over de verdeling van de beperkte ruimte in onze provincie. Wat betreft de bescherming van onze meest waardevolle landschappen in ecologisch, cultuurhistorisch en aardkundig opzicht, bestaan er verschillende regels. De provincie Noord-Holland heeft er daarom voor gekozen deze regels samen te brengen onder een nieuwe noemer door in haar omgevingsverordening 32 gebieden aan te wijzen als ‘Bijzonder Provinciaal Landschap’. (Let wel: dit is wat anders dan NNN-gebieden, nl dit geldt voor gebieden buiten de NNN). De provincie Utrecht heeft geen één bijzonder provinciaal landschap. Kunt u aangeven waarom dat is? We hebben weliswaar de Kwaliteitsgids Utrechtse Landschappen, maar zou de aanwijzing tot Bijzonder Provinciaal landschap voor sommige gebieden geen meerwaarde kunnen betekenen? Ik kan mij namelijk voorstellen dat een dergelijke titel zo’n gebied een bepaalde status cq. imago geeft. We hebben bijvoorbeeld vernomen dat er in de gemeente Zeist gesproken is over de wenselijkheid om de zogeheten ‘Kromme Rijn corridor’ als Bijzonder Provinciaal Landschap voor te dragen bij de provincie Utrecht. Bent u daarmee bekend?

Ten aanzien van de weidevogelkerngebieden, is vorig jaar onze motie 26A ‘Verbetering leefgebied weidevogels’ aangenomen door PS. We zien in de toelichting bij artikel 6.7 lid 1 (p. 181) dat er momenteel een handreiking wordt opgesteld, waarin richtlijnen worden uitgewerkt “op welke wijze een omgevingsplan de voorwaarden voor het per saldo behoud van het leefgebied van weidevogels kan borgen”. Waarbij ook ingegaan wordt op de mogelijke maatregelen tot behoud van het leefgebied. Kan de gedeputeerde aangeven wat de stand van zaken is van deze handreiking en wanneer wij die ongeveer kunnen verwachten? Daarnaast vragen wij ons af waarom er nu breder wordt ingestoken, ipv windturbines en zon staat er nu ‘ontwikkelingen’. En waarom wordt uitbreiding van agrarische bouwblokken uitgesloten?

Agrarische bedrijven lijken een uitzonderingspositie te hebben wanneer het gaat om nieuwe ontwikkelingen in weidevogelkerngebieden. Dit zou betekenen dat agrarische ontwikkelingen een weidevogelkerngebied zouden mogen aantasten zonder compenserende maatregelen. Klopt dit?

Dan voorzitter, u heeft vast meegekregen dat de rechter onlangs heeft bepaald dat o.a. knobbelzwanen voorlopig niet mogen worden afgeschoten om “belangrijke schade” aan grasland door begrazing tegen te gaan. Het begrip belangrijke schade komt uit de Europese Vogelrichtlijn en omvat meer dan alleen ongemak. De ondergrens van 250 euro schade aan grasland alleen is daarom niet meer voldoende onderbouwing voor het afgeven van een ontheffing, zo oordeelde de rechtbank. In de Ontwerp-omgevingsverordening komt hetzelfde begrip, “belangrijke schade” terug als het gaat om grauwe gans, kolgans en brandgans, op percelen met nog oogstbare akker- en tuinbouwgewassen en grasland. Ziet u een analoog met de uitspraak mbt knobbelzwanen? Bent u daarom bereid de artikelen hiertoe behorend onder paragraaf 6.4.2, uit de Omgevingsverordening tegen het licht te houden om zo een nieuwe gang naar de rechter te voorkomen?

Verder lezen we in artikel 6.46 dat Gedeputeerde Staten de vrijheid heeft een oordeel te vellen over het al dan niet stop zetten van het afschieten ganzen tijdens bijzondere weersomstandigheden. Betekent dit dat hiervoor niet per se het koudegetal gehanteerd hoeft te worden? En is de gedeputeerde het met de Partij voor de Dieren eens dat dit beleid nodig toe is aan een update, aangezien het betreffende koudegetal in de praktijk bijna nooit gehaald wordt, maar dat dit niet betekent dat dieren niet lijden onder barre weersomstandigheden (zie vorige winter)? Immers, bij het bereiken van het koudegetal dient de jacht automatisch te stoppen, maar artikel 6.46 geeft de indruk dat GS het afschot bij schadebestrijding ook kan stopzetten indien het koudegetal niet bereikt wordt. Klopt dit?

Tot slot zien we dat vrijstelling mogelijk is van het verbod op het vangen van in het wild levende amfibieën voor onderzoeks- en onderwijsdoeleinden. Kan de gedeputeerde nader specificeren welke doeleinden dit zijn?

Tot zover voorzitter, dank u wel.