Vervolg­vragen dood­ge­reden dassen in Amers­foort


Geacht College van Gedeputeerde Staten,

Naar aanleiding van uw antwoorden op onze vragen, d.d. 12 november 2019, heeft onze fractie een aantal vervolgvragen. In de beantwoording verwijst het college naar de brief van de Regionale Uitvoeringsdienst (RUD). Onze fracties ziet discrepanties tussen de beantwoording van GS en de brief van de RUD en wil hierover graag meer duidelijkheid.

De RUD constateert, in de brief aan het college van Amersfoort van 5 november jl., dat de gemeente Amersfoort “de zorgplicht van de Wet natuurbescherming (artikel 1.11 lid 2 Wnb) heeft overtreden”. GS geeft aan dat er géén sprake is van een overtreding.

1. Hoe verklaart u dit verschil?

Ook ziet de RUD, in tegenstelling tot het college van GS, een verband tussen de doodgereden dassen en de werkzaamheden voor de aanleg van de westelijke ontsluiting in Amersfoort.

RUD: “In het gebied zijn ten tijde van de werkzaamheden twee dassen doodgereden. Wij achten het aannemelijk dat dit het gevolg is van de cumulatie van werkzaamheden van de verschillende partijen in het gebied. Als maatregelen waren genomen had dit voorkomen kunnen worden.”

GS: “Nee, wij zien geen verband tussen de aanrijdingen en de werkzaamheden in het kader van de Westelijke Ontsluiting Amersfoort […].”

2. Hoe verklaart u dit verschil?

De RUD baseert zich, naast het rapport van Waardenburg, o.a. op informatie van Stichting Groen in Amersfoort, de Stichting dassenwerkgroep en een eigen bezoekverslag handhaving RUD 16 oktober 2019.

3. Heeft het college bij de beantwoording van onze vragen deze informatie ook betrokken? Zo nee, is het college bereid dit alsnog te doen en, indien nodig, hierop haar beantwoording aan te passen?

Namens de Partij voor de Dieren en hoogachtend,

Willem van der Steeg

Antwoorddatum: 14 jan. 2020

Geachte heer Van der Steeg,

Toelichting:

Op 02-12-2019 heeft u namens de fractie PvdD de volgende vragen ex. Art 47 RvO vervolgvragen gesteld betreffende doodgereden dassen Amersfoort

1. De RUD constateert, in de brief aan het college van Amersfoort van 5 november jl., dat de gemeente Amersfoort "de zorgplicht van de Wet natuurbescherming (artikel 1.11 lid 2 Wnb) heeft overtreden". GS geeft aan dat er géén sprake is van een overtreding. Hoe verklaart u het verschil?

Antwoord:

De RUD geeft aan dat er geen sprake is van een overtreding van de verleende ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming Wnb, maar dat de gemeente wel te kort is geschoten in de zorgplicht. De RUD is hierover in gesprek gegaan met de gemeente over passende maatregelen om invulling te geven aan de zorgplicht. De RUD zag geen aanleiding om de ontheffing te herzien. Middels de last onder dwangsom zorgt de RUD dat de extra maatregelen door Amersfoort in het kader van de zorgplicht worden uitgevoerd.

2. Ook ziet de RUD, in tegenstelling tot het college van GS, een verband tussen de doodgereden dassen en de werkzaamheden voor de aanleg van de westelijke ontsluiting in Amersfoort. RUD: "In het gebied zijn ten tijde van de werkzaamheden twee dassen doodgereden. Wij achten het aannemelijk dat dit het gevolg is van de cumulatie van werkzaamheden van de verschillende partijen in het gebied. Als maatregelen waren genomen had dit voorkomen kunnen worden." GS: "Nee, wij zien geen verband tussen de aanrijdingen en de werkzaamheden in het kader van de Westelijke Ontsluiting Amersfoort [...]." Hoe verklaart u dit verschil?

Antwoord:

De provincie heeft beoordeeld of een ontheffing nodig was. Dit was niet het geval. De RUD houdt toezicht op de situatie en constateert vanuit hun toezichthoudende rol dat de gemeente Amersfoort tekort schiet op de zorgplicht. Dit heeft tot gevolg gehad dat een voornemen last onder dwangsom is opgelegd aan de gemeente Amersfoort.

3. De RUD baseert zich, naast het rapport van Waardenburg, o.a. op informatie van Stichting Groen in Amersfoort, de Stichting dassenwerkgroep en een eigen bezoekverslag handhaving RUD 16 oktober 2019. Heeft het college bij de beantwoording van onze vragen deze informatie ook betrokken? Zo nee, is het college bereid dit alsnog te doen en, indien nodig, hierop haar beantwoording aan te passen?

Antwoord:

Zie antwoord 2. Gezien de bevindingen van de RUD lijkt het erop dat er een relatie kan zijn tussen het doodrijden van dassen in het gebied en de cumulatie van werkzaamheden die er zijn uitgevoerd. Wij verwachten dat de gemeente Amersfoort op basis van deze informatie zorgt voor een betere spreiding van de uitvoering van de werkzaamheden en invulling geeft aan de zorgplicht.

Hoogachtend,

Gedeputeerde staten van Utrecht