Vragen over vuurwerk in broed­seizoen


Indiendatum: jul. 2019

Datum: 1 juli 2019

Onderwerp: Schriftelijke vragen ex art. 47 RvO aan het College van Gedeputeerde Staten over het afsteken van vuurwerk in het broedseizoen, gesteld door Willem van der Steeg van de Partij voor de Dieren.

Geacht College van Gedeputeerde Staten,

Toelichting

Op 26 april j.l. zou er een Vuurwerkshow in het Máximapark hebben plaatsgevonden. Omdat hierbij ernstige verstoring van broedende vogels – waaronder broedende steenuilen [1] – zou optreden, is de show op aandringen van de gemeente en de eigenaar van horecagelegenheid Anafora afgelast. [2]

Gedeputeerde Staten zijn verantwoordelijk voor meldingen en aanvragen voor toestemming inzake het afsteken van vuurwerk buiten de jaarwisselingen om. Met de decentralisatie van natuurbescherming op 1 januari 2017 waarbij de Wet natuurbescherming [3] in werking is getreden, is de provincie in plaats van het Rijk nu verantwoordelijk voor de zorg & zorgvuldigheid ten aanzien van de natuur en de bescherming ervan.

De Partij voor de Dieren vindt het daarom opmerkelijk dat de provincie een melding van voornoemde vuurwerkshow heeft ontvangen, maar zelf geen actie heeft ondernomen. De fractie maakt zich dientengevolge zorgen over het vuurwerkbeleid van de provincie.

Naar aanleiding van bovenstaande willen wij u de volgende vragen voorleggen

Vragen

1. In 2016 heeft de provincie 68 meldingen en 20 ontbrandingstoestemmingen voor vuurwerk verleend. [4] Kunt u aangeven hoeveel meldingen en ontbrandingstoestemmingen er zijn verleend in 2017 én 2018 en hoeveel vuurwerkgelegenheden in de perioden van het broedseizoen [5] hebben plaatsgevonden?

In beantwoording op onze voorgaande vragen over het provinciaal vuurwerkbeleid [6] gaf u aan dat u bestaand beleid wellicht zou aanpassen op basis van toentertijd nog lopend landelijk onderzoek: “Mogelijk dat meergenoemd nader landelijk onderzoek resulteert in nog specifiekere toetsingskaders of handvatten om dergelijk aanvragen te beoordelen. Wel zullen wij alvast nagaan wat de mogelijkheden zijn om hierop vooruit te lopen.”

2. Is de uitkomst van dit onderzoek bekend en heeft u het vuurwerkbeleid naar aanleiding hiervan aangepast?

3. Op welke manier vindt de verwerking van de meldingen en ontbrandingsaanvragen op dit moment plaats en op welke manier wordt hierop toezicht gehouden?

Van het geplande vuurwerkevenement in het Máximapark was door de RUD geen melding gemaakt bij de gemeente Utrecht, terwijl dit wel de gebruikelijke procedure is.

4. Op welke wijze worden betrokken gemeenten door de RUD op de hoogte gesteld van een vuurwerk melding en/of ontbrandingstoestemming? Ziet u mogelijkheden hoe het voortijdig informeren van betrokken gemeenten van op komst zijnde vuurwerkevenementen beter nageleefd kan worden?

Voorheen lag via de Flora- en faunawet de mogelijke verstoring van fauna ter beoordeling bij het Rijk. Dit aspect (het beoordelen en al dan niet accepteren van de melding of verlenen van een ontbrandingstoestemming met het oog op het verstoren van fauna waarbij in het bijzonder broedende vogels) paste toentertijd formeel gezien niet binnen het afwegingskader op basis waarvan de provincie ontbrandingsvergunningen afgaf. Na de decentralisatie van natuur en de ingang van de Wet natuurbescherming op 1 januari 2017 is verstoring van in het wild levende dieren een discretionaire bevoegdheid van de provincie geworden. In het verlengde hiervan ligt het voor de hand dat risico’s op verstoring van fauna een plaats heeft -ofwel gaat hebben- binnen het afwegingskader voor ontbrandingsvergunningen.

5. Bent u het met ons eens dat het afsteken van Vuurwerk in het broedseizoen misplaatst is – zeker nu de provincie hoofdverantwoordelijk is voor de bescherming van de natuur en de dieren voor wie de natuur huisvestings- en voortplantingsgebied betekent?

6. Meldingen beneden de 200 kilo consumenten vuurwerk of 20 kilo theatervuurwerk zijn niet vergunningplichtig.[7] Ziet de provincie mogelijkheden om ook ten aanzien van de niet vergunningplichtige meldingen verstoring van fauna te betrekken bij het wel of niet doorgaan van een vuurwerkevenement?

7. Is het vuurwerkbeleid van de provincie Utrecht naar aanleiding van de Wet natuurbescherming aangepast zodat mogelijke verstoring van fauna ( zoals op broedvogels in het broedseizoen ) een plek heeft gekregen in de voorwaarden, het toetsingskader en de handhaving? Zo ja, op welke manier en zo nee, kunt u ons toezeggen dat dit op korte termijn zal gebeuren?

Namens de Partij voor de Dieren en hoogachtend,

Willem van der Steeg

_______________________

[1] De Steenuil staat op de Rode lijst aangegeven als kwetsbaar: https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/steenuil#Bescherming

[2] https://www.rtvutrecht.nl/nieuws/1907756/

[3] https://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2019-01-01

[4] https://utrecht.partijvoordedieren.nl/vragen/vragen-over-de-rol-van-de-provincie-bij-vuur-wer-ke-ve-ne-menten2

[5] 15 maart tot 15 juli: https://www.boswachtersblog.nl/noord-holland/broedseizoen-wat-is-dat/

[6] https://utrecht.partijvoordedieren.nl/vragen/vragen-over-de-rol-van-de-provincie-bij-vuur-wer-ke-ve-ne-menten2

[7] https://www.rudutrecht.nl/diensten/vuurwerk/vuurwerk-afsteken/

Indiendatum: jul. 2019
Antwoorddatum: 31 jul. 2019

Onderwerp: Schriftelijke vragen ex art. 47 RvO aan het College van Gedeputeerde Staten over het afsteken van vuurwerk in het broedseizoen, gesteld door Willem van der Steeg van de Partij voor de Dieren.

Geacht College van Gedeputeerde Staten,

Toelichting

Op 26 april j.l. zou er een Vuurwerkshow in het Máximapark hebben plaatsgevonden. Omdat hierbij ernstige verstoring van broedende vogels – waaronder broedende steenuilen [1] – zou optreden, is de show op aandringen van de gemeente en de eigenaar van horecagelegenheid Anafora afgelast. [2]

Gedeputeerde Staten zijn verantwoordelijk voor meldingen en aanvragen voor toestemming inzake het afsteken van vuurwerk buiten de jaarwisselingen om. Met de decentralisatie van natuurbescherming op 1 januari 2017 waarbij de Wet natuurbescherming [3] in werking is getreden, is de provincie in plaats van het Rijk nu verantwoordelijk voor de zorg & zorgvuldigheid ten aanzien van de natuur en de bescherming ervan.

De Partij voor de Dieren vindt het daarom opmerkelijk dat de provincie een melding van voornoemde vuurwerkshow heeft ontvangen, maar zelf geen actie heeft ondernomen. De fractie maakt zich dientengevolge zorgen over het vuurwerkbeleid van de provincie.

Naar aanleiding van bovenstaande willen wij u de volgende vragen voorleggen

Vragen

1. In 2016 heeft de provincie 68 meldingen en 20 ontbrandingstoestemmingen voor vuurwerk verleend. [4] Kunt u aangeven hoeveel meldingen en ontbrandingstoestemmingen er zijn verleend in 2017 én 2018 en hoeveel vuurwerkgelegenheden in de perioden van het broedseizoen [5] hebben plaatsgevonden?

1. Antwoord

In 2017 zijn 51 meldingen gedaan, waarvan er 14 in het broedseizoen hebben plaatsgevonden. Er zijn 22 ontbrandingstoestemmingen geweest, waarvan er 8 in het broedseizoen hebben plaatsgevonden. In 2018 zijn 46 meldingen gedaan, waarvan er 9 in het broedseizoen hebben plaatsgevonden. Er zijn 24 ontbrandingstoestemmingen geweest, waarvan er 7 tijdens het broedseizoen hebben plaatsgevonden.

2. In beantwoording op onze voorgaande vragen over het provinciaal vuurwerkbeleid [6] gaf u aan dat u bestaand beleid wellicht zou aanpassen op basis van toentertijd nog lopend landelijk onderzoek: “Mogelijk dat meergenoemd nader landelijk onderzoek resulteert in nog specifiekere toetsingskaders of handvatten om dergelijk aanvragen te beoordelen. Wel zullen wij alvast nagaan wat de mogelijkheden zijn om hierop vooruit te lopen.” Is de uitkomst van dit onderzoek bekend en heeft u het vuurwerkbeleid naar aanleiding hiervan aangepast?

2. Antwoord

Het door u genoemde landelijk onderzoek is inmiddels uitgevoerd en bevindt zich nu in een testfase. Omdat de resultaten nog niet zijn geformaliseerd, hebben wij nog geen besluit genomen of, en zo ja op welke wijze, ons provinciaal vuurwerkbeleid hierop al dan niet moet worden aangepast. Inhoudelijk anticiperen wij al wel op de uitkomsten van het onderzoek en doen daar inmiddels ons voordeel mee.
Wij toetsen nu elke aanvraag aan een door ingenieursbureau Tauw (het onderzoeksbureau dat het landelijk onderzoek uitvoert en begeleidt) ontwikkelde maatstaf. Deze maatstaf geeft een beeld of er een significante kans op verstoring van vogelsoorten is.


3. Op welke manier vindt de verwerking van de meldingen en ontbrandingsaanvragen op dit moment plaats en op welke manier wordt hierop toezicht gehouden?

3. Antwoord
Meldingen en aanvragen voor ontbrandingstoestemmingen worden getoetst aan het Vuurwerkbesluiten en de 'Regeling bedrijfsmatig tot ontbranding brengen van vuurwerk'. Tevens beoordelen wij of er een significante kans bestaat op verstoring van vogelsoorten waarvoor instandhoudingsdoelen gelden (e.e.a. aan de hand van de hiervoor in ons antwoord onder vraag 1 genoemde 'maatstaf van Tauw'). Wij controleren alle evenementen waarvoor een melding is afgehandeld of een
ontbrandingstoestemming is afgegeven. Waar dat fysiek mogelijk is, controleren wij alle fasen van het evenement (dus zowel bij opbouw, bij het afsteken, alsook bij het opruimen van het geheel).

Van het geplande vuurwerkevenement in het Máximapark was door de RUD geen melding gemaakt bij de gemeente Utrecht, terwijl dit wel de gebruikelijke procedure is.

4. Op welke wijze worden betrokken gemeenten door de RUD op de hoogte gesteld van een vuurwerk melding en/of ontbrandingstoestemming? Ziet u mogelijkheden hoe het voortijdig informeren van betrokken gemeenten van op komst zijnde vuurwerkevenementen beter nageleefd kan worden?

4. Antwoord
De gemeente Utrecht heeft op 10 april 2019 een afschrift ontvangen van de melding en onze acceptatie voor het evenement, zoals dat op 26 april 2019 plaats zou vinden. Meldingen en aanvragen inzake ontbrandingstoestemming worden na binnenkomst meteen doorgestuurd naar de betreffende gemeenten.


Voorheen lag via de Flora- en faunawet de mogelijke verstoring van fauna ter beoordeling bij het Rijk. Dit aspect (het beoordelen en al dan niet accepteren van de melding of verlenen van een ontbrandingstoestemming met het oog op het verstoren van fauna waarbij in het bijzonder broedende vogels) paste toentertijd formeel gezien niet binnen het afwegingskader op basis waarvan de provincie ontbrandingsvergunningen afgaf. Na de decentralisatie van natuur en de ingang van de Wet natuurbescherming op 1 januari 2017 is verstoring van in het wild levende dieren een discretionaire bevoegdheid van de provincie geworden. In het verlengde hiervan ligt het voor de hand dat risico’s op verstoring van fauna een plaats heeft -ofwel gaat hebben- binnen het afwegingskader voor ontbrandingsvergunningen.

5. Bent u het met ons eens dat het afsteken van Vuurwerk in het broedseizoen misplaatst is – zeker nu de provincie hoofdverantwoordelijk is voor de bescherming van de natuur en de dieren voor wie de natuur huisvestings- en voortplantingsgebied betekent?

5. Antwoord
Het toetsingskader voor het afsteken van vuurwerk ligt vast in het Vuurwerkbesluit en de 'Regeling Bedrijfsmatig tot ontbranding brengen van vuurwerk'. De RUD Utrecht kan op basis van de Wet natuurbescherming buiten Natura 2000-gebieden alleen een aanvraag weigeren wanneer de veiligheid in het geding is. Het is niet misplaatst om vuurwerk tijdens het broedseizoen te ontbranden, mits er geen risico is op significante verstoring van de vogelsoort (d.w.z. wanneer de instandhouding van de soort in het geding is - en niet wanneer een vogel incidenteel opvliegt). Dit wordt gecontroleerd door toezichthouders van de RUD Utrecht. Wanneer zij op basis van de hiervoor genoemde 'maatstaf van Tauw' hun twijfels hebben, treden zij in overleg met Wet natuurbeschermingcollega's.

6. Meldingen beneden de 200 kilo consumenten vuurwerk of 20 kilo theatervuurwerk zijn niet vergunningplichtig.[7] Ziet de provincie mogelijkheden om ook ten aanzien van de niet vergunningplichtige meldingen verstoring van fauna te betrekken bij het wel of niet doorgaan van een vuurwerkevenement?

6. Antwoord
Ook bij niet-vergunningplichtige vuurwerkevenementen, zoals meldingen, wordt er gekeken of het evenement plaatsvindt in of nabij een Natura 2000-gebied of een stiltegebied. De gevoeligheid van vogels voor vuurwerk is afhankelijk van de vogelsoort, broedvogels of niet broedvogels, periode van het jaar, soort vuurwerk, open of gesloten gebied en de afstand tot de locaties waar vogels verblijven. Op basis van de 'maatstaf van Tauw' toetsen wij wat het risico op verstoring is. Wanneer hier uitkomt dat er een risico zou kunnen ontstaan, dan wordt er gezamenlijk met Wet natuurbeschermingcollega's op locatie gekeken of er in dat specifieke geval ook daadwerkelijk risico's op verstoring zijn. Wij bepalen op basis van deze kenmerken voor vuurwerkevenementen of er sprake is van verstoring. In of nabij Natura 2000-gebieden is e.e.a. sowieso niet toegestaan.


7. Is het vuurwerkbeleid van de provincie Utrecht naar aanleiding van de Wet natuurbescherming aangepast zodat mogelijke verstoring van fauna ( zoals op broedvogels in het broedseizoen ) een plek heeft gekregen in de voorwaarden, het toetsingskader en de handhaving? Zo ja, op welke manier en zo nee, kunt u ons toezeggen dat dit op korte termijn zal gebeuren?

7. Antwoord

De wijze waarop wij aanvragen en meldingen behandelen is aangepast naar aanleiding van de Wet natuurbescherming. Wij toetsen aan de regels van het Vuurwerkbesluit en de 'Regeling bedrijfsmatig tot ontbranding brengen van vuurwerk'. Als er, op basis van de 'maatstaf van Tauw' twijfels bestaan of er bij een ontbranding op een locatie een kans is op verstoring, dan wordt er in samenwerking met Wet natuurbeschermingcollega's op locatie gekeken welke soorten vogels er aanwezig zijn en of een ontbranding op de locatie mogelijkerwijs een verstoring van deze vogels teweeg zou kunnen brengen


_______________________

[1] De Steenuil staat op de Rode lijst aangegeven als kwetsbaar: https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/steenuil#Bescherming

[2] https://www.rtvutrecht.nl/nieuws/1907756/

[3] https://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2019-01-01

[4] https://utrecht.partijvoordedieren.nl/vragen/vragen-over-de-rol-van-de-provincie-bij-vuur-wer-ke-ve-ne-menten2

[5] 15 maart tot 15 juli: https://www.boswachtersblog.nl/noord-holland/broedseizoen-wat-is-dat/

[6] https://utrecht.partijvoordedieren.nl/vragen/vragen-over-de-rol-van-de-provincie-bij-vuur-wer-ke-ve-ne-menten2

[7] https://www.rudutrecht.nl/diensten/vuurwerk/vuurwerk-afsteken/