Bijdrage Stik­stof­debat


29 januari 2020

Agendapunt 6: Debat stand van zaken statenbrief stikstof (PS2020PS01)

Voorzitter,

Dank aan het college voor de Statenbrief en beantwoording van de technische vragen.

Voorzitter, mijn moeder haalde altijd mooie herinneringen op over haar jeugd op een Waddeneiland. Mijn grootvader die tijdens zijn jeugd werkte als boerenknecht had mooie verhalen over hoe het was op de boerderij: kleinschalig, herkenbaar, weten waar producten vandaan komen, respect voor dieren en land. Wat zijn we ver weg van hoe het vroeger was.

Inmiddels gaat al jarenlang onze natuur gebukt onder een verstikkende deken van stikstof. Dat is op zich niets nieuws. Zo stelde onze fractie in 2009 vragen over overmatige stikstofdeposities op natuur. Kort gezegd was destijds het antwoord dat het allemaal wel goed zou komen met de maatregelen die opgenomen werden in de beheerplannen. Inmiddels weten we beter.

Ook vond ik het volgende citaat van mijn collega Van der Steeg uit 2012, die zijn bijdrage begon met: Voorzitter! Stikstof vormt een van de grootste belemmeringen voor de realisatie van de Natura 2000 instandhoudingsdoelstellingen.

Zo oordeelde ook de Advocaat-Generaal van het Europese Hof van Justitie in de zomer van 2018: het Programma Aanpak Stikstof, zo luidde de conclusie, is in strijd met de Europese Habitatrichtlijn. Onze motie van september dat jaar om te stoppen met vergunningverlening die in strijd is met Europese regelgeving werd met hele ruime meerderheid verworpen in deze Staten. Was de provincie echt zo overtuigd van haar eigen gelijk?

Inmiddels zijn we daar allemaal doordrongen van het stikstofprobleem, of eigenlijk het stikstofdebacle. Het politiek falen om maatregelen te nemen om de stikstofuitstoot voldoende te verminderen is blootgelegd met de uitspraak van de Raad van State vorig jaar.

De balans tussen economie en ecologie is zoek. Na al die jaren van economische belangen voorrang geven boven ecologische belangen, zijn we nu - via de rechter - gedwongen de ecologische opgave serieus te nemen. Maar voordat we ook maar één maatregel hebben genomen om de stikstofuitstoot te verminderen hebben we eerst nieuwe beleidsregels vastgesteld om de vergunningverlening maar op gang te houden. Het is typerend voor het beleid van de afgelopen jaren. En als we de brief van het college lezen over de Utrechtse aanpak zijn we wederom niet direct overtuigd. Maar we beseffen ook dat een dergelijke omslag in denken en beleid maken tijd nodig heeft.

We zien dat de Utrechtse natuurorganisaties hun vertrouwen uitspreken in de gebiedsgerichte aanpak, maar zij doen ook een oproep aan ons allen die wij van harte ondersteunen. Het is essentieel dat de belasting van stikstof op de natuurgebieden afneemt en daarvoor zijn dringend maatregelen aan de bron nodig. Tegelijkertijd zien deze organisaties ook dat de nieuwe beleidsregels weer vergunningsruimte bieden. Kan de gedeputeerde ons garanderen dat de stikstofuitstoot hierdoor niet zal toenemen en dat het doen afnemen van de stikstofdepositie ook haar belangrijkste uitgangspunt is?